Maarten Harperink in het Huis Harperink
Volledig scherm
Maarten Harperink in het Huis Harperink © Jan Zandee

200 jaar servies komt ten einde: Het Huis Harperink stopt ermee in de Vughterstraat

Do 8 sept. In 1815 begon Johan Christoffel Hupsch een servieszaak in de Vughterstraat. Na 200 jaar valt het doek voor Het Huis Harperink. Er is geen opvolger.

Door Bart Gotink

Het oude koopmanshuis is gevuld met lange, houten kasten, gevuld met exclusief servies, bestek en glaskunst in nette rijen. ‘Breken is betalen’, waarschuwen briefjes. „Dan pakt niet iedereen alles de hele tijd maar op”, zegt Het Huis Harperink-eigenaar Maarten Harperink, door schade en schande wijs geworden.

200 jaar zelfde servies
Hij bestiert de servieszaak in de Bossche Vughterstraat sinds 1971, ruim 45 van de 200 jaar. En in die tijd is er misschien helemaal niet zo heel veel veranderd. „Merken en stijlen veranderen natuurlijk, maar neem bijvoorbeeld het merk Wedgwood, dat wordt gewoon al tweehonderd jaar verkocht.”

Grote naam
Nadat de winkel exact een eeuw was geleid door de familie Hupsch kwam die in 1915 in handen van de grootvader van Maarten Harperink. Aanvankelijk nog onder de naam Huize Hupsch- Harperink. „Hupsch was zo’n grote naam, daar konden we toen nog niet omheen, vond men.”

Bruidslijst
Er mag veel hetzelfde zijn gebleven, verschillen zijn er ook. „Vroeger kreeg men bijvoorbeeld nog een bruidslijst mee. Men kocht het hele servies. Dat zien we eigenlijk niet meer.” En de zaak moest natuurlijk bij de tijd blijven. Zo verbouwde hij in 1996. De laatste werkzaamheden daarvoor dateerden uit de beginjaren van zijn grootvader in de zaak.

Missen
De klanten gaat hij het meest missen. Klanten die gemiddeld wel wat ouder zijn geworden. Al maakte Harperink zich geen zorgen. „Ik verdien een aardige boterham. En dit gaat altijd in golven. Servies raakt altijd weer in.”

Vrede mee
Volgende maand begint de uitverkoop, voor het eind van het jaar stopt de laatste servieszaak in de stad. De kinderen van Harperink hebben er geen zin in. „Daar heb ik vrede mee. Zelf ben ik ook nooit gedwongen. En ik begrijp heel goed dat mijn kinderen geen interesse hebben. Je wordt tegenwoordig toch geacht zeven dagen in de week open te zijn. Dat is wel zwaarder geworden.”

En nu? „Eerst verhuizen. Daarna zien we wel weer verder.”