Volledig scherm
Hans van Tol staat op de Bossche kermis met de Polyp. © Marc Brink/BD

Exploitanten op kermis in Den Bosch klagen over te hoge kosten

DEN BOSCH - Steeds hoger, sneller, spectaculairder. Veel kermisexploitanten en liefhebbers zouden het willen. „Maar de kosten lopen zo hoog op dat slechts een enkele exploitant het nog durft en zich kan veroorloven flink te investeren. Als dat zo blijft, dan krijg je een verschraling van het aanbod.” Dat zegt Hans van Tol, hij staat met de Polyp op de Bossche kermis en is bestuurslid van de Nationale Bond van Kermisbedrijfhouders (Bovak).

Volgens André Vonk, medeorganisator van tientallen kermissen, waaronder die in Den Bosch, zijn veel exploitanten ‘uitermate terughoudend om investeringen te doen’. „Er staan heel wat attracties te koop, zoals Breakdances en spookhuizen. De verkoop laat steeds langer op zich wachten omdat exploitanten het niet aandurven.”

Extra kosten
Volgens Vonk en Van Tol vormen ‘bijkomende kosten’ een blok aan het been van exploitanten. Van Tol: „Voor zo’n vier ton heb je een behoorlijk oude Polyp. Maar daar komt ongeveer een ton bij wil je die attractie in Nederland laten draaien. Dat heeft te maken met een bouwboek waarin ingenieurs de attractie tot in details beschrijven. Goedkeuring is nog niet gegarandeerd. Maar als je met een certificaat bijvoorbeeld naar Duitsland gaat, dan heb je niet genoeg aan de Nederlandse vergunning. Dan moet je extra kosten maken om daaraan te voldoen.”