Ineke Strouken op de Markt in Oirschot
Volledig scherm
Ineke Strouken op de Markt in Oirschot © FotoMeulenhof

Ineke Strouken uit Oirschot: levend erfgoed steeds belangrijker

OIRSCHOT - Ineke Strouken was 32 jaar lang voorvechter van tradities en volkscultuur in Nederland bij het Kenniscentrum Immaterieel Erfgoed Nederland. Nu is ze directeur af, maar de passie blijft.

Het was de meest vervelende periode in haar carrière. Ze werd bedreigd en gedwongen zich tijdelijk terug te trekken uit de publiciteit. Tegelijkertijd was de verhitte discussie rond Zwarte Piet misschien wel het beste voorbeeld van de groeiende waarde en betekenis van tradities en volkscultuur.

Zwarte piet
,,Als iedereen er hetzelfde over denkt, vraag je je nooit af waar een traditie vandaan komt”, zegt Ineke Strouken, terugkijkend. ,,Pas als anderen er raar tegenaan kijken, ga je nadenken. Waarom hecht ik er zo aan? Waarom hoort het zo bij mijn identiteit? Zwarte Piet hoorde jarenlang gewoon bij het feest, punt. Totdat de link werd gelegd met racisme.”

Strouken had in dat gekrakeel geen uitgesproken mening. Ze stelde slechts vast dat tradities zich altijd aanpassen aan de tijd. ,,Anders verdwijnen ze. Sint en Piet is een verhaal. Dat Piet zwart moet zijn, is ook maar ooit bedacht.” Maar zelfs zo’n nuancering ging een aantal Nederlanders te ver. Juist Strouken diende, als boegbeeld van het Nederlands erfgoed, Zwarte Piet te beschermen, zo klonk het verwijt.

Afscheid
Begin deze maand nam ze afscheid als directeur van Kenniscentrum Immaterieel Erfgoed Nederland (en zijn voorganger Nederlands Centrum voor Volkscultuur). Dat zou eigenlijk groots gebeuren, met een symposium, vol lezingen en workshops, maar het evenement moest op het laatste moment worden afgezegd door een hartstilstand bij Inekes man Ton. Het was een spannende tijd. Hij lag dagenlang in coma en onderging een zware operatie. Inmiddels is hij weer aan de beterende hand.

Quote

Toen ik 16 was – ik had nog paar­den­staart­jes – zat ik al bij vergaderingen van Brabants Heem.

Tweeëndertig jaar liefst maakte Ineke Strouken zich als directeur sterk voor immaterieel erfgoed. De kiem voor die passie werd al vroeg gelegd. Strouken werd in 1951 geboren in Tegelen en groeide op in Goirle. De Helmondse priester en historicus Willy Knippenberg was daar haar grote inspirator. ,,Hij gaf in Goirle lezingen bij de Heemkundekring. Ik was 10 of 11 jaar en ging dan al luisteren. Toen ik 16 was – ik had nog paardenstaartjes – zat ik al bij vergaderingen van Brabants Heem. Ik wist toen al dat ik me niet wilde specialiseren in gebouwen en oude spullen, maar juist in de geschiedenis van gewone mensen, van alledaagse dingen.”

Minimale aandacht
Toen Strouken als directeur startte, midden jaren tachtig, was de aandacht voor niet-tastbaar, levend erfgoed (tradities, gebruiken, rituelen, kunsten, ambachten) nog minimaal. Erfgoed, dat waren historische gebouwen, monumenten en archieven. Dat is veranderd: immaterieel erfgoed heeft zijn plaatsje verworven.

Strouken noemt het een 'emancipatie'. ,,De ondertekening van het Unesco-verdrag (ter Bescherming van het Immaterieel Cultureel Erfgoed, red.) in 2012 is een belangrijke impuls geweest. Immaterieel erfgoed werd een officiële tak van erfgoed; erfgoed dat je moet beschermen, dat je niet moet laten zoals het is, maar dat je moet koesteren en doorgeven aan volgende generaties. Ik ben ervan overtuigd dat de maatschappelijke relevantie en de status alleen maar toenemen. Dit is nog maar het begin.”

Sinds de ratificatie van het Unesco-verdrag wordt gewerkt aan een nationale inventaris van immaterieel erfgoed. Het ministerie vroeg het kenniscentrum om dat te doen. Inmiddels staan er 121 tradities op de lijst; van carnaval tot pijproken, van maasheggenvlechten tot de circuscultuur. Strouken: ,,Bij materieel erfgoed zijn professionals leidend bij de keuze of iets op een lijst belandt. Bij tradities bepalen gemeenschappen zelf, de mensen. Dat vind ik mooi. Immaterieel erfgoed wordt altijd gedragen door mensen. Alleen al bij de eerste honderd tradities op de lijst zijn 330.000 vrijwilligers betrokken.”

Bevlogen
De bevlogenheid verdwijnt niet nu ze geen directeur meer is van het kenniscentrum, dat als organisatie een zelfstandig onderdeel is geworden van het Nationaal Openluchtmuseum in Arnhem. Sterker nog, Strouken kan zich nu focussen op wat ze het liefst doet; lezingen geven, boeken en artikelen schrijven. ,,Ik had de leukste baan ter wereld, maar bij een directeurschap horen ook zorgen. Dit is een bijna ongesubsidieerde sector, met mensen die geloven in wat ze doen en zelf hun broek ophouden. Maar dan blijf je ook onzichtbaar voor beleidsmakers. Die gepassioneerde vrijwilligers ga ik missen, de zoektocht naar subsidies niet. Ik kan me nu richten op de inhoud, het eigenlijke vak, in mijn eigen tempo. Daar verheug ik me op.”

Tilburg e.o.