article
1.6087564
DEN BOSCH - Lucas de Waard sprak maandagavond traditiegetrouw tijdens het Brabants Dagblad Nieuwscafé 073 een gesproken column. Lees zijn column hier terug.
Column Lucas de Waard: Buitelkruid
DEN BOSCH - Lucas de Waard sprak maandagavond traditiegetrouw tijdens het Brabants Dagblad Nieuwscafé 073 een gesproken column. Lees zijn column hier terug.
http://www.bd.nl/opinie/2.7685/column-lucas-de-waard-buitelkruid-1.6087564
2016-06-07T14:22:17+0000
http://www.bd.nl/polopoly_fs/1.3994073.1378541598!image/image-3994073.jpg
Den Bosch,nieuwscafé
Nieuwscafé 073
Home / Opinie / Nieuwscafé 073 / Column Lucas de Waard: Buitelkruid

Column Lucas de Waard: Buitelkruid

Foto's
1
Reacties
Reageer
    • Afbeelding
      Beschrijving
      Lucas de Waard
    DEN BOSCH - Lucas de Waard sprak maandagavond traditiegetrouw tijdens het Brabants Dagblad Nieuwscafé 073 een gesproken column. Lees zijn column hier terug.

    Een vaste bezoeker van dit nieuwscafé zei eens tegen mij: "Je moet harder zijn." Jegens wat of wie, dat maakte geloof ik niet zo veel uit.

    Live columnist voor het Brabants Dagblad is het makkelijkste én het moeilijkste baantje dat ik ooit heb gehad. Dat wil wat zeggen, want ik ben ook krantenbezorger, afwasser, oud papierophaler en ledenwerver voor Novib geweest. Allemaal makkelijk werk, want de uitvoer is te eenvoudig voor woorden, én moeilijk werk, want, nu ja: stomvervelend.

    Maar wat kan er moeilijk zijn aan elke maand een column schrijven over Den Bosch, zult u denken; de onderwerpen vallen hier als rijpe appelen uit de boom. En dat is zo. We hebben een put die niemand wilde. We hebben een brug die maar niet afkomt aan de ene kant van de stad en een brug met vloerverwarming en Wi-Fi aan de andere kant. We hebben de ruïne van Pearle en we hebben een parkeergarage waar men volgens mij pas durft te parkeren als ze er geld op toe krijgen. Zo bezien is Den Bosch een grabbelton vol zalig materiaal, materiaal waar een columnist doorgaans spinnend van genot zijn in azijn gedoopte pen op loslaat. In een kleine stad als deze zijn dingen al gauw belangrijk. En anders helpen we de dingen een handje.

    Het probleem is alleen: als álles belangrijk is, is tegelijkertijd niks belangrijk. Als de Bartenbrug ons tot waanzin drijft, maar de put ook, en de parkeergarage ook, en de Essentgelden ook, dan is waanzin dus blijkbaar onze natuurlijke staat van zijn. En als de waanzin regeert, is elk onderwerp vogelvrij. Ik sta hier nu al drie jaar vrijwel maandelijks overal iets van te vinden. Een meningenparade waar Nol Roos nog een puntje aan zuigen kan (en dat zal hij ook zeker van plan zijn). Ik heb hier staan orakelen over leegstand, over de VVD, over wethouders en over goederentreinen. Vorige editie heb ik hier zelfs ongefundeerde grappen over een shoarmazaak staan maken – de enige keer dat ik achteraf spijt had. Maar de laatste weken loop ik door mijn eigen stad en voel ik me bevangen door iets anders. Iets dat bij elke columnist de haren te berge zou doen rijzen. Ik ervaar een gebrek aan mening. Ik zweer het u. 

    Was het gedeelte van mijn hersenen dat meningen aanmaakt een landschap, dan zou daar nu buitelkruid overheen waaien, met op de achtergrond een ijle mondharmonica. Ik weet niet hoe het komt. Misschien is het mijn leeftijd, is 32 het levensjaar van de innerlijke vrede. Misschien is het een plotselinge allergie voor het gallische gemekker op elke mediakanaal dat onze wereld rijk is. Die alomtegenwoordige woede die ons niet verder brengt maar langzaam terug de duisternis in lijkt te drukken. Wat het ook is: ik lijk mijn oordelen kwijt. Ik zie die troosteloze Bartenbrug tot stand komen, dat fantasieloze stuk ellende dat ons zeventien miljard euro heeft gekost en denk: ach, we hebben wél gelachen. Ik zie de puinhopen van de brillenwinkel en ik denk: ach, goed dat er niemand langs liep, goed dat we niemand in kleine porties vanonder de brokstukken vandaan hebben moeten lepelen. Ik zie de tramkade waar vorig jaar de Boulevard werd verjaagd vanwege een hompje mos en ik denk: ach, het was toch al niet zo’n gezellige plek. En die put op de markt, die zie ik zelfs niet eens meer.

    Dit klinkt als een afscheidscolumn, maar nee, het is nog veel erger. Dit is een lofzang. Dit is een oproep om gedurende de zomermaanden het stadswapen te hijsen en te zeggen: dit is Den Bosch. Dit zijn wij. En wij doen het verdomme prima. Als wij de plank misslaan, dan doen we dat met stijl. Wij bouwen een spoorbrug waar niemand op zit te wachten, maar het ding heeft mooi wél vloerverwarming. Én Wi-Fi. Dat zie ik die belachelijke trap in Rotterdam nog zo een, twee, drie niet evenaren. Wij hebben terrassen die geen centimeter buiten die stomme stippen mogen staan, maar die wél allemaal in de zon liggen. Ook al is dat eigenlijk niet mogelijk. Wij hebben Jeroen Bosch boterhamworst, Jeroen Bosch schoenen, Jeroen Bosch lunchtrommels, Jeroen Bosch aanmaaklimonade en Jeroen Bosch flammkuchen. Jeroen Bosch had dat zelf allemaal niet, dus kunt u nagaan wat een geluksvogels wij zijn. We wonen op een plek die dagelijks overspoeld wordt door dagjesmensen, mensen die liever hier zijn dan thuis. Dat is ook deze stad. Dat is voorál deze stad.

    Al te vaak ligt de focus op wie we niet vertrouwen, wat we niet blieven, waar we bang voor zijn. Of dat nu lokaal of landelijk is. Dus meer nog dan een lofzang is dit een dikke tip: zo nu en dan een paar weken nérgens iets van vinden, man, wat is dat zalig. Wat scheelt het een bak energie. En het blijkt minder moeilijk dan gedacht. Want als álles belangrijk is, is tegelijkertijd niks belangrijk. En als niks echt belangrijk is, is uw oordeel overbodig.

    Er zijn keren dat ik geprobeerd heb aan het verzoek om 'harder te zijn' te voldoen. Vanavond stel ik u met alle liefde teleur.