article
1.4170248
Vrij 10 jan: “Ik heb volgende week maandag een interview in een kroegje in de Stationsstraat. Weet je waar dat is?” Een Eindhovense vriend kijkt me hoopvol aan. De Stationsstraat is niet zo moeilijk te vinden. Het is de eerste straat die de treinreizende burger de vrijheid naar het Tilburgse centrum verschaft.
Als je het over de Little Devil hebt
Vrij 10 jan: “Ik heb volgende week maandag een interview in een kroegje in de Stationsstraat. Weet je waar dat is?” Een Eindhovense vriend kijkt me hoopvol aan. De Stationsstraat is niet zo moeilijk te vinden. Het is de eerste straat die de treinreizende burger de vrijheid naar het Tilburgse centrum verschaft.
http://www.bd.nl/opinie/blogs/stadsgezicht/als-je-het-over-de-little-devil-hebt-1.4170248
2014-01-10T09:52:00+0000
http://www.bd.nl/polopoly_fs/1.4170367.1389347435!image/image-4170367.jpg
Tilburg,Stadsgezicht Tilburg
Stadsgezicht
Home / Opinie / Blogs / Stadsgezicht / Als je het over de Little Devil hebt

Als je het over de Little Devil hebt

Foto's
1
Reacties
Reageer
    • Afbeelding
      Beschrijving
      Little Devil Bar
    Vrij 10 jan: “Ik heb volgende week maandag een interview in een kroegje in de Stationsstraat. Weet je waar dat is?” Een Eindhovense vriend kijkt me hoopvol aan. De Stationsstraat is niet zo moeilijk te vinden. Het is de eerste straat die de treinreizende burger de vrijheid naar het Tilburgse centrum verschaft.
    Ik concludeer dat lange haren een beter effect hebben bij bewegen op rockmuziek

    door gastblogger Dion van Meel

    In de Stationsstraat begint het centrum, opbouwend van aftands naar monumentaal. Van verdachte gsm-winkel naar een opgeknapte Vijfsprong met geschiedenis. Maar een kroegje?
    Ik weet waar de politie zit, waar Pino’s zit met z’n wereldgerechten en ik kan precies de plaats aanwijzen waar ik de meeste pizza’s in mijn leven heb gegeten. 
    De ene keer met slap deeg en drijvend vet, een andere keer met het deeg als een hostie aan m’n gehemelte geplakt. Maar altijd acceptabel.

    “Ga je mee? Kunnen we daarna gratis naar een concert.” Een concert? Muziek in een kroegje vind ik altijd goed. Nog geen seconde heb ik nagedacht over de plek waar het interview en concert zal plaatsvinden, maar ik zeg ja. 
    Toch denk ik even na. Het enige kroegje dat ik weet in de Stationsstraat is de Little Devil. Een kroegje waar langharige mannen in t-shirts met boze teksten erop en zonnebrillen (oké, dat laatste is niet waar, tenzij het mooi weer is, dan wel) vaak buiten de deur staan.
    Ik kan me niet voorstellen dat ze speciaal buiten gaan staan, omdat ik langsloop, dus het zal met die harde muziek te maken hebben.


    “Het is in de Little Devil”, zegt m’n maat. Alsof je het over de duivel hebt. De maandagavond erop zit ik op een lederen stoel in een enorme tourbus, met tegenover me een vriendelijke, kale, brildragende man in korte Huub Hangopbroek en grijs t-shirt zonder tekst. De vriendelijke man heet Gary Meskil, de frontman en oprichter Amerikaanse band Pro-Pain. Ik zit blijkbaar tegenover een van de pioniers van een muziekgenre genaamd New York Rock.

    Een man die in de jaren ’90 optrad op festivals voor 50.000 man, maar vanavond speelt in een kroegje met een capaciteit voor 50 man en een rolstoel. Gary is vriendelijk en lacht veel. We krijgen een Tsjechisch biertje, hij drinkt Jack Daniel’s. Ik stel veel vragen over zijn leven, hij gebruikt in zijn antwoord heel veel namen, ik knik heel veel en beaam alles. 

    Ik ken de namen niet. 

    Een uur later loop ik de Little Devil binnen. Voor het eerst. Ik voel iets van een overwinning op mezelf. We lopen naar achter, links een pooltafel die gebruikt wordt om op te zitten - poolen is voor mietjes - en een bar, essentieel voor een kroeg. De wanden hangen vol met affiches en posters. Vanavond is duidelijk niet het eerste concert. Achterin gaat een deur open. Een bak herrie komt ons tegemoet. Daar moeten we zijn. We wringen ons naar voren. Om me heen staan mensen uit alle lagen van de samenleving.

    Het voelt niet 
    vreemd, eerder vertrouwd. De mensen komen hier voor de muziek, niet om op te vallen. Ik voel me thuis. M’n vriend schreeuwt: ‘dit is een goede tekst!’ Voor ons staat Gary op een podium, zonder bril, samen met drie mannen. Het is bepaald geen Jan, Piet, Joris en Corneel wat op het podium staat. Vier kale mannen gaan los op gitaar en drums.
    Ik concludeer 
    dat lange haren een beter effect hebben bij bewegen op rockmuziek.

    Nu zie ik vier 
    kale mannen die met alle moeite en irritatie proberen om een vlieg van hun glimmende hoofd te krijgen, terwijl ze vloeken en spugen in hun microfoon. Als ik om me heen kijk, zie ik dat kaal in is. Snel drink mijn biertje op en ga terug door de deur, waarachter de rust hangt.
    Even de 
    oren strekken. Achter de barman zie ik mijn verlossers: oordopjes. Met twee verse biertjes in de hand, oordopjes in de oren gepropt en meest boze gezicht loop ik terug. Ik hoor Gary zingen. En ik versta ‘m! 

    Min of meer. 
    Ik hoor ieder geval dat het niet de liefde is waar hij over zingt. En het duurt even, maar langzamerhand ga ik de muziek accepteren. 

    Om mij heen wordt het ruwer. Ik trek naar de zijkant, maar nog heb ik moeite om mijn fles bier vast te houden. Geen mogelijkheid hier om even met mijn moeder te appen. 'Hoi mam, hier gaat alles goed, hoor! Kusjes.' Mannen springen vrolijk en wild tegen elkaar. 
    Ze duwen tegen ruggen en springen zijwaarts tegen schouders aan. Een enkeling moet ik teruggooien. Ze genieten. Ondertussen klem ik me in tussen een muur en zwetende mannen, maar stiekem geniet ik ook een beetje.
    In stilte. Met mijn voet af en toe op en 
    neer. 

    Na twee uur stappen we bezweet naar buiten. In de Stationsstraat hangt de rust van een normale maandagavond. ‘Ga je een volgende keer weer mee? ’ Mijn ‘ja’ is daadkrachtig. Ik verkocht vanavond even mijn ziel aan de Little Devil.