article
1.6107838
En dan opeens sta je onder de douche en gaat de telefoon. Neem je op en hoor je iets wat je nog nooit gehoord hebt. Een schreeuw, een dierlijk jammeren waar woorden als gebroken glas uitsteken: “Kom nu!” En: “Ze is dood.” Verbinding verbroken.
En dan opeens
En dan opeens sta je onder de douche en gaat de telefoon. Neem je op en hoor je iets wat je nog nooit gehoord hebt. Een schreeuw, een dierlijk jammeren waar woorden als gebroken glas uitsteken: “Kom nu!” En: “Ze is dood.” Verbinding verbroken.
http://www.bd.nl/opinie/blogs/stadsgezicht/en-dan-opeens-1.6107838
2016-06-16T08:24:00+0000
http://www.bd.nl/polopoly_fs/1.6107846.1465913933!image/image-6107846.jpg
Tilburg,Stadsgezicht Tilburg
Stadsgezicht
Home / Opinie / Blogs / Stadsgezicht / En dan opeens

En dan opeens

Foto's
1
Reacties
Reageer
    • Afbeelding
      Beschrijving
      Kris Kocx (1976-2016). Foto Privécollectie
    En dan opeens sta je onder de douche en gaat de telefoon. Neem je op en hoor je iets wat je nog nooit gehoord hebt. Een schreeuw, een dierlijk jammeren waar woorden als gebroken glas uitsteken: “Kom nu!” En: “Ze is dood.” Verbinding verbroken.

    door Bas Vermeer

    En dan opeens houdt al het andere op met bestaan, veranderen je hersens in watten. Een koortsachtig aankleden, een koortsachtig fietsen, een koortsachtig trappen, trappen, trappen. Je weet waar ze woont, uiteraard, je zat er donderdag nog die verdomde spruiten te eten. Ambulance, politiewagens. ‘Is het echt?’, roep je trillend terwijl je van de fiets stuitert. En godallejezus, je ziet het. Dit is echt.

    En dan opeens besef je dat dingen soms te groot zijn om te bevatten. Een implosie. Je staat tegenover de vrouw die aan de telefoon zo jammerde, de vrouw van die dierlijke kreet. Twee mensen uit een drieling van vriendschap. En de derde ligt binnen.

    En dan opeens begin je onbedaarlijk te trillen. Een buurvrouw stelt haar huis open, schenkt thee. De ambulancebroeder en agenten springen zo teder met je om dat het lijkt alsof er nog nooit iemand in deze stad is gestorven. Alsof ze dit leed niet wekelijks zien. Een zee van vriendelijke gezichten terwijl je al verdronken bent.

    En dan opeens loop je naar huis met de beller en haar zus, die laatste was zo dapper om de woning binnen te gaan. De zon straalt bovenhoofds, muziek klinkt uit het Leijpark, het is Koningsdag. Mensen lachen in de verte terwijl je wezenloos naar huis schuifelt. ‘Ik heb geen onderbroek aan’, zeg je. Want zo overhaast sprong je op de fiets. En je wenst dat de lachstuip die jullie drieën overvalt, nooit meer verdwijnt. Maar dan denk je aan Haar ouders, de pa, die lieve, lieve pa naar wie de politie op weg is en voel je je kleiner, zo klein, onmogelijk klein.

    En dan opeens ben je Haar verloren. De vrouw die als twee druppels water leek op Claire Underwood uit House of Cards. Hetzelfde afstandelijke, ongenaakbare uiterlijk. Zo scherp in contrast met wat daaronder lag: geen simpel hart, maar een haast oeverloos meer gevuld met vloeibaar goud. Want Zij was beter, liever dan de meesten van ons. En in ruil was het leven meedogenlozer voor Haar dan voor de meesten voor ons.

    En dan opeens stroomt het huis vol met vrienden en familie, verandert dit gedeelde onbegrijpelijke iets ‘je’ in ‘jullie’. Het leed gutst uit ogen, vervlecht mensen die elkaar wel eens zagen, maar niet begrepen. En kon Zij het maar zien, dat leed in zoveel ogen. Dit verdriet van één van jullie is al genoeg om haar tegen te houden. Waarom kon Zij dit niet zien, waarom zag Ze dit niet en kon Zij jullie nu maar zien, dan was dit nooit gebeurd. En hadden jullie maar, en oh was er maar, konden jullie maar…

    En dan opeens is het avond. Wie nam de wodka en fles whiskey mee? Wie bracht de broodjes? En om de tafel de mensen in wie zij het licht ontstak. En jullie bulderen van het lachen om herinneringen. Lachen om maar niet te hoeven denken, want als het stil is begint iemand te huilen. Huilen om de pijn die naar binnen valt, splinters van het echte verdriet dat nog voor de deur staat, maar te groot is om binnen te laten.

    En dan opeens bestaan er geen dagen meer, verandert het huis van Haar beste vriendin in een hoofdkwartier waar iedereen in- en uitloopt. Waar drank in festivalhoeveelheden verdwijnt, waar je blijft slapen om niet alleen te hoeven zijn. Of beter: om tussen mensen te zijn die het verlies ook zo voelen. Want je andere vrienden zijn er wel voor je, maar toch, hoe kunnen ze deze dood bevatten? Hoe leg je dit uit? En dus klamp je je uit alle macht vast aan de mensen die Haar kennen. Je helpt met het regelen van liedjes, foto’s, schrijft een speech voor de uitvaart. Zoveel werk, bergen werk, heilzaam werk. Wie werkt, hoeft niet te denken.

    En dan opeens sta je bij de bloemist aan de Noordstraat te stamelen dat je maandag graag verse bloemen zou hebben. En natuurlijk gooit ze voor de begrafenis de deuren open, ook al is de zaak dan eigenlijk gesloten. En ja bij café Spaarbank kan de koffietafel plaatsvinden, al doen ze dat normaal nooit. Het zijn de zoveelste flarden liefde waar je van moet huilen. En is er genoeg van dit kleine goede om dat holle zwarte mee te vullen? En Zij zou lachen ‘dat het nu wel heel melodramatisch begint te worden’.

    En dan opeens keer je terug in de groef van alledag. Alleen. Terug aan het werk. En Zij schuilt in de lege momenten. Wie gaat er nu mee naar Mundial, dat weekendje naar Finland? Waar is die grande dame waar je mee naar muziekavonden bij Kunstmaan ging, danste bij Kim's Kroeg, waarmee je koffie dronk op het terras aan de Vijfsprong. De Vrouw die hoofden deed draaien, waarmee je lachte, danste, dronk, praatte. Waar zijn de appjes, die ‘s avonds laten weten dat er iemand aan je denkt. ‘Ben jij ok, pop? Kus’. ‘Ja hoor prima, slaap wel poppie.’ En treur je om Haar of om jezelf? Om wat je verloren bent? En treur je eigenlijk wel genoeg? En op de juiste manier?

    En dan opeens wil je terug reiken naar het verleden, jezelf vertellen dat al het verdriet dat je had om die verbroken relatie of de misgelopen baan niets voorstelt. Al dat verdriet hoort op deze plek thuis, in de voorbije dagen. In de weken, maanden die nog wachten.
    En kon Ze dat maar zien. Dat gemis in ons allen. Kon Ze dat maar zien.