article
1.5694766
Vrij 5 feb: Een paar weken geleden kwam 'ie op de redactie langs, een twintiger. Een jongeman waar we in het verleden ooit een reportage aan hebben gewijd omdat het een aardige kerel is: vreemd, met een hoofd vol problemen, maar vrolijk. Een kleurrijke toevoeging voor de stad. 'Of we konden helpen?', wilde hij weten.
Miserabel leven in een 'getto-pand'
Vrij 5 feb: Een paar weken geleden kwam 'ie op de redactie langs, een twintiger. Een jongeman waar we in het verleden ooit een reportage aan hebben gewijd omdat het een aardige kerel is: vreemd, met een hoofd vol problemen, maar vrolijk. Een kleurrijke toevoeging voor de stad. 'Of we konden helpen?', wilde hij weten.
http://www.bd.nl/opinie/blogs/stadsgezicht/miserabel-leven-in-een-getto-pand-1.5694766
2016-02-05T09:36:00+0000
http://www.bd.nl/polopoly_fs/1.5694848.1454661029!image/image-5694848.jpg
Tilburg,Stadsgezicht Tilburg
Stadsgezicht
Home / Opinie / Blogs / Stadsgezicht / Miserabel leven in een 'getto-pand'

Miserabel leven in een 'getto-pand'

Foto's
1
Reacties
Reageer
    • Afbeelding
      Beschrijving
      Hij had tientallen foto's van de vuile leefomstandigheden bij zich
    Vrij 5 feb: Een paar weken geleden kwam 'ie op de redactie langs, een twintiger. Een jongeman waar we in het verleden ooit een reportage aan hebben gewijd omdat het een aardige kerel is: vreemd, met een hoofd vol problemen, maar vrolijk. Een kleurrijke toevoeging voor de stad. 'Of we konden helpen?', wilde hij weten.
    Ik wil gewoon mijn verhaal vertellen, het is net een getto

    Ondanks zijn klotige verleden had hij een kamer in een huis aan de rand van het centrum bemachtigd. Een plek voor zichzelf, om wonden van een bewogen leven te likken en zijn leven op de rit te krijgen. Maanden ging het goed, het huis was deplorabel maar volstond voor het karige geld dat 'ie had. Maar de laatste tijd raakte de twintiger in een neerwaartse spiraal. Hij zat beter in zijn vel, maar het huis - al niet meer dan een veredeld krot - gleed verder af.

    Een nieuwe inwoner die in de cel had gezeten, tiranniseerde met zijn dronken gedrag en harde muziek de medebewoners. De huisbaas, 'een macho', die daar niets aan wilde doen: "Zoek het zelf uit." Toen de jongen weigerde te betalen, werd hij door de huisbaas bedreigd. De medebewoners die het zich konden veroorloven verhuisden. Er kwamen nieuwe voor terug, meer mensen die het al helemaal geen fuck meer kon schelen. En hij? Hij wilde weg, maar kon niet. Geen financieel spek op de botten, in een wereld waar zelfs de sociale woningbouw te duur kan zijn.

    "Kunnen jullie daar iets als krant mee?", vroeg de twintiger. "Ik wil gewoon mijn verhaal vertellen. De politie doet er niks mee. Ik woon in een getto lijkt het wel. En zo is het op veel plekken in de stad." Hij had tientallen foto's bij zich van de vuile leefomstandigheden, in het geheim gemaakte opnames van geluidsoverlast, van de gesprekken met zijn huisbaas. Een totale hork.
    Ik zou er over nadenken, was het laffe antwoord. Een verhaal was het niet echt, wist ik eigenlijk al. Er gebeurde niets illegaals. En ja, sommige mensen wonen nu eenmaal zo. Toch?

    Vannacht moest ik plots aan mijn eigen situatie denken, zes jaar geleden. Een akkefietje met niet terugbetaalde studieschulden, die een paar maanden opliepen tot er een deurwaarder aan te pas kwam. De schulden werden daardoor nog hoger. Ik nam mijn uitvlucht naar een kamer in de Bischoppenbuurt, aan de rand van het inmiddels afgebroken wijkje. Een matras op de grond in een omgebouwde garage. Een luchtgat met een schuifje in de muur, ramen die niet open konden. "Ben je een heroïnejunk?", waren de letterlijke woorden van een vriend die op bezoek kwam. Zijn laatste bezoek. Voortaan spraken we in de stad af.

    De andere kamers in het huis (of krot) waren niet veel beter. De post op de mat was meestal gericht aan vorige bewoners, meldingen van justitie en aanmaningen om te betalen. De zoveelste waarschuwingen. In een kamertje woonde een Portugese fabrieksarbeider, simpel bed, kleine televisie. Een aardige kerel, stilletjes de avonden opvullend met het drinken van port. Een ruimte verder woonde een jongen met zielige ogen en de grootste verhalen, over zijn toekomst die echt wel beter zou worden. Een lieve vader voor het kind dat hem nu en dan kwam bezoeken op die twintig vierkante meter. Via het UWV probeerde hij het iets beters voor zichzelf op te zetten, maar het wilde niet echt lukken. De andere kamers waren zo nu en dan gevuld, vaak geen vrolijk volk. Op doorreis leek het. 

    Ik woonde er een jaar. In een huis waar niemand zich eigenlijk nog om iets bekommerde en het vuil zich ophoopte. Waar dingen stuk gingen en nooit werden gemaakt. De huisbaas kwam alleen op bezoek om het geld te innen. De droefenis droop er vanaf. Het was ellende.

    Gisteren kon ik de slaap niet vatten omdat ik aan de jongen moest denken die op de redactie langskwam. Met een verhaal waarmee hij bij niemand terecht kan. Niet bij de politie, wij kunnen hem niet helpen. Vrienden of familie heeft hij niet. Wat er gebeurt, is niet illegaal. En zoals hem zijn er velen in deze stad, mensen die niet een jaar maar jaren in de grootste verdomhoeken hun heil moeten zoeken. Die zich wel uit de ellende willen banen, maar geen grip krijgen.
    Yep, dat zijn dooddoeners, ik weet het.

    Hij heeft geen reet aan dit verhaal. Maar hij wilde het kwijt.
    Bij deze alsnog.