article
1.5826987
Woe 16 mrt: Pej en Pi worden ze genoemd, dat klinkt als een cabaret-duo en dat is het bij tijd en wijle ook. Als ze onbedaarlijk in de lach schieten of over details kibbelen. Twee broers van Iraanse afkomst, Nederlanders en vooral door en door Tilburgers.
Stadsportret: De Tilburgse inbraak die Pej en Pi terug naar Iran bracht
Woe 16 mrt: Pej en Pi worden ze genoemd, dat klinkt als een cabaret-duo en dat is het bij tijd en wijle ook. Als ze onbedaarlijk in de lach schieten of over details kibbelen. Twee broers van Iraanse afkomst, Nederlanders en vooral door en door Tilburgers.
http://www.bd.nl/opinie/blogs/stadsgezicht/stadsportret-de-tilburgse-inbraak-die-pej-en-pi-terug-naar-iran-bracht-1.5826987
2016-03-16T09:25:00+0000
http://www.bd.nl/polopoly_fs/1.5828196.1458118385!image/image-5828196.jpeg
Tilburg,Stadsgezicht Tilburg
Stadsgezicht
Home / Opinie / Blogs / Stadsgezicht / Stadsportret: De Tilburgse inbraak die Pej en Pi terug naar Iran bracht

Stadsportret: De Tilburgse inbraak die Pej en Pi terug naar Iran bracht

Foto's
2
Reacties
Reageer
    • Afbeelding
      Beschrijving
      Pejman (midden) en Peyman op de motor in Iran, op weg naar de bazaar om dan zelf maar een kraam te bouwen.
    • Afbeelding
      Beschrijving
      Peyman en Pejman, beter bekend als Pi en Pej. Foto John Schouten/BeeldWerkt
    Woe 16 mrt: Pej en Pi worden ze genoemd, dat klinkt als een cabaret-duo en dat is het bij tijd en wijle ook. Als ze onbedaarlijk in de lach schieten of over details kibbelen. Twee broers van Iraanse afkomst, Nederlanders en vooral door en door Tilburgers.
    Je moet lachen jongen, als je te diep na gaat denken over al het leed, word je gek.

    door Bas Vermeer

    Pi praat rap, de zinnen gedrenkt in Tilburgse tongval. Pej – spreek uit ‘petsj’ – is nog altijd fier op het feit dat hij in de B1-selectie van Willem II speelde. „Onze teamfoto staat er nog in de kantine.”

    Het gezin Azizi vluchtte vanwege politieke redenen uit Iran, de broers bouwen er nu weer een florerend bedrijf op naast hun al bestaande Nederlandse ondernemingen. Pi heeft in Tilburg een schildersbedrijf, Pej werkt in de elektronische beveiliging. Samen exporteren en installeren ze mistgeneratoren in hun geboorteland.

    Waar Pej het iets serieuzere tegenwicht is, is Pi de vlotte babbelaar. Pej en Pi zijn de afkortingen voor Pejman (34) en Peyman (37) Azizi. „Weer eens iets anders dan Hassan, Hussein, Mustafa”, glimlacht Pi.

    Strafbaar
    Hun succesverhaal begint in de Tilburgse binnenstad. Na de ‘zoveelste’ inbraak roept Peyman de hulp van zijn broer in. Maar ook de camera’s en rolluiken helpen niet. Pi: „Waren er weer spullen weg, alleen hadden we dit keer de daders op beeld en wisten we ze te traceren. Toen zijn we de spullen terug gaan halen, maar dat mag niet. Die boeven moesten afstand doen van mijn spullen anders was ík strafbaar. Sommige regeltjes....”

    Was er betere beveiliging denkbaar? Pi hoorde van mistbeveiliging, de broers gingen zich erin verdiepen. Ze kwamen de ‘Bandit’ op het spoor: een machine die tijdens een inbraak de ruimte vol met mist zet. „Als je niet kunt zien, kun je niets meenemen.”

    Pioniers
    Niet lang daarna volgt - ‘poef’ - het lumineuze idee. ‘Want wat als we de machines in Iran – waar nog altijd familie woont – kunnen verkopen?’ „Daar had nog niemand er van gehoord, toch een markt met tachtig miljoen mensen.” Rond 2011 trokken ze er op uit. Pioniers, want wegens de sancties mocht er amper iets worden ingevoerd.

    Tijdens de eerste beurs in het land liep het bijna spaak. Pej: „Komen we daar aan, staat er niks klaar!” Ze laten foto’s zien: met drie man op een motor richting een bazaar, hout kopen, zelf dan maar in drie dagen een kraam uit de grond stampen. „Voor de Iraniërs daar was dat wel vreemd, een directeur moet zijn handen niet vies maken."

    Kansen
    Iran is een land waar veel vooroordelen over bestaan, vertellen de broers. „Die gast van het televisieprogramma ‘Onze man in Teheran’ is goud. Hij laat de andere kant van Iran zien. Van de aardige mensen, dat het lang niet altijd zo streng is.” Pi vult aan: „‘Hédde gij een bom bij?’, dat is de reactie van mensen als ze aan iemand uit Iran denken. Maar dat is aan het veranderen.”

    Het kantoor van de broers Azizi in Teheran telt inmiddels vier kamers, er is vier man personeel. Ze vormen ook een vooruitgeschoven Nederlandse post. „Nu de sancties voorbij zijn, groeit de economie. We hebben een Nederlands transportbedrijf tips gegeven en een Iraanse sportclub is deze dagen in Tilburg om hier te oefenen. We hebben met de contacten geholpen.”
    Ze doen het niet voor het geld. „Wij hebben hier ook alle kansen gehad in Nederland, dus als we iemand anders kunnen helpen...”

    Vluchtelingenkamp
    Die kansen kregen de broers op jonge leeftijd. Peyman was 5 jaar toen de familie vanwege politieke redenen het land ontvluchtte. Ze kwamen in een vluchtelingenkamp in Irak terecht, na de Golfoorlog reisden ze via Duitsland naar Nederland. Met pa en ma, nog twee zusjes en een broertje ‘tussen de hekken’. „Precies hetzelfde verhaal als wat er nu speelt.” Het debat over vluchtelingen heeft een harde toon, maar niet harder dan destijds, stelt Pi.

    Ze woonden in opvangkampen in Leusden, Emmeloord en Heusden. „Mijn jeugd heb ik overgeslagen”, zegt Pi, Pej kan zich die tijd niet herinneren. „Een bak ellende. Ik heb alleen maar puinhoop, oorlog gezien. Natuurlijk heeft dat bij mij sporen achtergelaten. Mijn redding is denk dat ik er goed over kan praten.”

    Sirenes
    Nog altijd verkrampt hij als op iedere eerste maandag van de maand de sirenes loeien. Hij lacht: „Afgelopen keer verstijfde ik met de kwast in mijn hand. Zei tegen mezelf: ‘Pi, er is niks aan de hand, doorgaan, doorgaan’.”

    De ouders van de broers keerden in 1997 terug, maar konden niet meer aarden in Iran. „Ze wonen hier, maar hebben weer heimwee. En als ze daar zouden wonen hebben ze heimwee naar Nederland.” De broers? Die blijven voor altijd hier wonen, klinkt het. „Onze kinderen groeien hier op, dit is ons thuis.”

    Oorlog
    Pejman reed in oktober nog met de bedrijfsauto naar Iran, een afstand van 5.000 kilometer. Zijn vader ging mee als passagier. „We besloten kort voor de beurs om te gaan en anders had ons materiaal nog bij de douane gelegen.” Heen en terug in tien dagen rijden. Ze zagen de vluchtelingenstromen bij de grenzen. Pej werd pissig van de ellende die hij zag, zijn vader werd verdrietig van de taferelen.

    Pej: „Als er geen oorlogen zijn, hoeven mensen niet weg. Ik haat oorlog.” Pi: „De wereld is ziek, dus houden we het bij misdaadbestrijding.” Het laatste deel van die zin wordt gespeeld bombastisch uitgesproken.

    Ze schieten allebei weer in de lach. Nahikkend: „Je moet lachen jongen, als je te diep na gaat denken over al het leed, word je gek.”