article
1.5602051
Do 7 jan: Al jaren behoort Millison Laveist (34) tot het vaste meubilair van de nachtelijke Korte Heuvel. Om die vergelijking meteen door te trekken: een vrolijke, kleurrijke bank waar je heerlijk in weg kunt zakken.
Stadsportret: Het knagende gevoel van Millison - 'mis ik iets?' - Laveist
Do 7 jan: Al jaren behoort Millison Laveist (34) tot het vaste meubilair van de nachtelijke Korte Heuvel. Om die vergelijking meteen door te trekken: een vrolijke, kleurrijke bank waar je heerlijk in weg kunt zakken.
http://www.bd.nl/opinie/blogs/stadsgezicht/stadsportret-het-knagende-gevoel-van-millison-mis-ik-iets-laveist-1.5602051
2016-01-07T11:48:00+0000
http://www.bd.nl/polopoly_fs/1.5603310.1452158128!image/image-5603310.jpg
Tilburg,Stadsgezicht Tilburg
Stadsgezicht
Home / Opinie / Blogs / Stadsgezicht / Stadsportret: Het knagende gevoel van Millison - 'mis ik iets?' - Laveist

Stadsportret: Het knagende gevoel van Millison - 'mis ik iets?' - Laveist

Foto's
1
Reacties
Reageer
    • Afbeelding
      Beschrijving
      Millison Laveist. Foto Jan van Eijndhoven/BeeldWerkt
    Do 7 jan: Al jaren behoort Millison Laveist (34) tot het vaste meubilair van de nachtelijke Korte Heuvel. Om die vergelijking meteen door te trekken: een vrolijke, kleurrijke bank waar je heerlijk in weg kunt zakken.
    Ik weet het niet, ik ben gewoon graag het middelpunt

    door Bas Vermeer

    Het is vooral de grijns die het ‘m doet. Breed, warm en zonder terughoudendheid. Laveist is een grote, vrolijke kerel die de stad van wat extra glans voorziet (en vooral bij Studio en de Cul in het wild te zien is). Laveist duikt ook bij veel andere drukbezochte plekken op. Als spreekstalmeester tijdens de vredesmanifestatie voor vluchtelingen bijvoorbeeld. En als presentator tijdens festival Woo Hah!.

    En ja, als nutteloze van de nacht in de vele kroegen van de stad.

    Ninja
    Al is ‘ie wel kalmer geworden hoor, klinkt het vanachter een kop thee. „Ook door de geboorte van mijn zoontje Raiden. En nee, voor je iets zegt: hij is niet vernoemd naar dat karakter uit Mortal Kombat. Maar naar een beschermheilige van de aarde uit de Japanse mythologie.” Laveist zat als kleine jongen op judo, zo ontwikkelde hij een fascinatie voor Japan. „Die ninjafilms uit de jaren ‘80 vond ik prachtig. Ik vind het geweldig hoe samoerai in het leven stonden. Daar ging het niet over tijd, tijd, stress, stress, geld, geld.”

    Zijn naam is een samenstelling van die van zijn ouders: Milton en Isonia. De twee leerden elkaar tijdens de studie in Tilburg kennen. De lijn loopt - via opa - naar Curaçao, maar Millison is zo Brabants als de pest.
    „Ik heb nog lange tijd in Rotterdam en Amsterdam gewoond. Maar dat was het gewoon niet voor mij, drie keer iets herhalen omdat je een Brabants accent hebt. En ik miste Tilburg, dat ze me hier kennen. Maar ik dacht: als ik het in Amsterdam, dé stad van het land, kan maken...”

    Stotteraar
    Laveist laaft zich graag aan aandacht. Brede lach: „Ik vind het leuk dat mensen weten wie ik ben. Belangstelling voedt mijn ego, dat is gewoon zo. En nee, als kind kreeg ik genoeg aandacht van mijn ouders. Ik weet het niet, ik ben gewoon graag het middelpunt.” Toch opmerkelijk voor iemand die stottert, iets dat je aan zijn optredens voor groepen niet opmerkt. Eén op één is er soms een lichte hapering: „Als ik ergens heel enthousiast over ben of als iets me aan het hart gaat.”

    Juist omdat hij stottert, besloot Laveist te gaan presenteren. „Wat je niet kunt, moet je juist doen. Niet dan?” En dus stond hij vorig jaar op festival Woo Hah! bands aan te kondigen. Verdienstelijk, volgens velen. Maar aan het presenteren geeft hij na tien jaar de brui. Up next: een carrière als dj. „Ik heb nog geen dj-naam, ik beschouw mezelf nog als beginner. Draaien bij de Cul of Le Scratch. Ik wil landelijk bekend worden ja.”

    De tap
    Dan is er nog het vluchtelingenwerk dat hij als vrijwilliger op zich neemt. Ieder jaar gaat hij met een aantal vluchtelingen op zomerkamp. „Weet je, mensen mogen best wel voor of tegen zijn, als ze maar een keer het gesprek met die mensen aan gaan.”

    Laveist bracht ook menig jaar achter de tap door, waar de meeste mensen hem van kennen. Hij werkte bij Cul de Sac, bij Studio. Discriminatie in het nachtleven? Is er zeker, klinkt het. „Een ‘medebroeder’ vraagt om 4 uur nog een biertje aan me. Dat weiger ik. Vervolgens krijg je het verwijt ‘je doet blank tegen me’.” Evengoed andersom hoor: collega’s die een stereotype grapje maken. „De eerste keer is dat al niet leuk, maar het zijn de grapjes die zó ontzettend vaak herhaald worden. Dat is vermoeiend.”
    Hij haalt zijn schouders op. Ach, Laveist is het type 'je maakt mij de pis niet lauw.'

    Zijn we weer terug bij het nachtleven. Want eh, hoe kalm is ‘ie eigenlijk geworden? „Iets rustiger, dat zeker. Maar toch heb ik altijd, misschien ken je dat wel, het gevoel dat ik iets mis als ik er niet ben. Dat op dat moment het vetste ooit gebeurt en jij gewoon thuiszit. Dat knaagt aan je.”