article
1.6195002
EINDHOVEN - Precies twintig jaar geleden crashte een Hercules-toestel op Eindhoven Airport. Toen de GGD-chef twee ambulances had uitgestuurd, ging hij er zelf achteraan om te kijken en te leren. Het werden zijn drukste uren.
Baas van de meldkamer tijdens Hercules-ramp in Eindhoven: Geen tijd voor denken maar doen
EINDHOVEN - Precies twintig jaar geleden crashte een Hercules-toestel op Eindhoven Airport. Toen de GGD-chef twee ambulances had uitgestuurd, ging hij er zelf achteraan om te kijken en te leren. Het werden zijn drukste uren.
http://www.bd.nl/regio/brabant/baas-van-de-meldkamer-tijdens-hercules-ramp-in-eindhoven-geen-tijd-voor-denken-maar-doen-1.6195002
2016-07-15T09:43:00+0000
http://www.bd.nl/polopoly_fs/1.6194550.1468566987!image/image-6194550.jpg
Eindhoven,Luchtvaart,Eindhoven Airport,Herculesramp,hermes
Brabant
Home / Regio / Brabant / Baas van de meldkamer tijdens Hercules-ramp in Eindhoven: Geen tijd voor denken maar doen

Baas van de meldkamer tijdens Hercules-ramp in Eindhoven: Geen tijd voor denken maar doen

Foto's
1
Reacties
Reageer
    • Afbeelding
      Beschrijving
      Noud Karssen uit Eindhoven
      Fotograaf
    EINDHOVEN - Precies twintig jaar geleden crashte een Hercules-toestel op Eindhoven Airport. Toen de GGD-chef twee ambulances had uitgestuurd, ging hij er zelf achteraan om te kijken en te leren. Het werden zijn drukste uren.
    Er is nauwelijks tijd om te denken, maar er moeten grote beslissingen worden genomen, belangrijke kn

    Het kan hem nog steeds onverwacht raken. Op de hei, als er een zacht briesje opsteekt en een leeuwerik roept. Dan opeens zit hij weer op het vliegveld, bij de nasmeulende Hercules.

    Tussen de lichamen
    Hij zat er toen, toen de meeste reddingswerkers weg waren met de gewonden. Hij bleef achter, bij een rijtje lichamen, toegedekt met een laken. Stilte. De leeuwerik. Het briesje. Het deed af en toe een laken bewegen. Waarop zijn hart dan heel even stilstond: zou die man misschien toch nog leven? Nee.

    Noud Karssen (67) was die dag de baas bij de meldkamer van de ambulance. Eigenlijk net afgewerkt bleef hij even hangen en hoorde zo het telefoontje binnenkomen. Crash. Meteen twee ambulances weggestuurd. Afwachten, in professionele spanning. "Ondertussen alvast klaarmaken voor verder opschalen, klaar zijn, wie weet wat er aan de hand was?"

    Nog geen noodzaak
    Dat bericht kwam al snel van de eerste wagen, toen die ter plekke was. 'Vier inzittenden, slechte prognose'. "Dan weten we het wel", verzucht Karssen. "Die gingen het niet halen. Geen echte noodzaak dus om meer wagens te sturen, ze zouden zelfs terug kunnen, maar ik liet ze staan. Je kunt nooit weten."

    Karssen had alweer afgebouwd en opgeruimd, en keek zijn directeur aan. Zullen we? "We gingen kijken. Van de praktijk leer je altijd, meer dan van welke oefening ook. En een echte crash maak je weinig mee, deze ervaring konden we gebruiken." Eenmaal daar was het 'we stonden erbij en keken er naar'. "Niks te doen voor de ambulances. Tot de brandweer het toestel inging en er opeens uit kwam. Met een gewonde. Hoe kan dat? 'Er liggen er wel veertig', riep die man."

    Ongeloof
    Wat er dan door je heengaat? "Ongeloof. Verkeerd verstaan zeker, hij bedoelde vier en dat waren die vier gemelden. Nee, veertig. Echt."

    Karssen zag het ook aan de tweede gewonde die ondertussen naar buiten kwam. "Alweer in camouflagepak. Dit zijn geen piloten, dit zijn manschappen!"

    Meteen rennen, allemaal. De redders naar de gewonden, Karssen naar zijn commandowagen. "De centralist had de ziekenhuizen al op voorhand gewaarschuwd, die moesten weten dat er van alles te verwachten was. En: alle wagens onmiddellijk naar hier."

    Iedereen kijkt je aan
    De training nam het over in Karssens hoofd, maar zo heel veel hielp dat niet. "Andere keren krijg je een melding, de wagens gaan er op af en dus heb je tien minuten, een kwartier om alles in stelling te zetten, je tactiek te kiezen. Nu niet. Nu moest het à la minute. Iedereen kijkt je aan; wat doen we? Er is nauwelijks tijd om te denken, maar er moeten grote beslissingen worden genomen, belangrijke knopen doorgehakt. Zoals: behandelen we de gewonden zo veel mogelijk hier, wat menskracht kost, of sturen we ze zo snel mogelijk naar ziekenhuizen, met de risico's van dien?"

    "Overal wordt aan je getrokken, door iedereen. Iedereen wil oplossingen. Iedereen heeft vragen. Wat is er aan de hand, hoeveel zitten er nog in, waar blijven de wagens, waarom wist ik dit niet?"

    Je helpt zo goed je kunt
    "Ik kreeg ook mijn eigen mensen op me af. Bij brandweer heb je hiërarchie, bij de ambulance is iedereen baas op zijn eigen wagen. Die kwamen verhaal halen. En wilden raad, tijd. Een ambulancewerker buigt zich over zijn patiënt en laat die pas in het ziekenhuis los. Dat kon nu niet, ze moesten van de een naar de ander. Dat was niet makkelijk."

    "Je helpt zo goed je kunt. Er is geen tijd voor emoties. Handelen! Niet twijfelen. Doen! En blijven doen en laten doen. Tot het eindelijk afgelopen is. De kist leeg en geblust, de gewonden vervoerd.

    Alleen de lichamen blijven. En Karssen zit er naast. Twee keer is hij opgestaan, omdat hij echt dacht dat er beweging onder het laken zat. Nee dus.

    Twijfel
    We zijn twintig jaar verder. Hij heeft andere functies gehad, is inmiddels gepensioneerd. Wordt hij er wakker van? Dat niet. Maar het komt wel terug. Als hij een briesje voelt. Verwijten heeft hij zich niet gemaakt. Getwijfeld wel. Had het anders gekund? Dat heeft hem wel wakker gehouden. Nu niet meer. "Gezien de situatie, de tijdsfactor, de middelen die ik had, zijn er de beste besluiten voor dat moment genomen. Daar ben ik van overtuigd."