Volledig scherm
Opnieuw gronden van pèrdje © Rinkel decoratie en restauratie

De draaiende pèrdjes op het stadhuis worden gerestaureerd

Do 17 nov. Al 300 jaar draaien er ieder half uur pèrdjes rond in de top van het stadhuis. Maar ze zijn eventjes niet compleet: de dieren worden gerestaureerd.

Door Bart Gotink

Net als zoveel kinderen heeft ook Femke Rinkel als kleine regelmatig stil gestaan op de Markt. Starend naar boven. Wachtend tot de ‘pèrdjes’ op het stadhuis nog een rondje gingen draaien. Nu, als volwassene, probeert ze de ruim vermoedelijk ruim 300 jaar oude paarden bovenin het Stadhuis de originele kleuren weer terug te geven. En zijn de paardjes dus even niet compleet.

Vuil
Twee aan twee werkt Rinkel, van haar eigen bedrijf Rinkel resauratie en decoratie, aan de paardjes, die ieder half uur een rondje draaien in de top van het stadhuis. Die restauratie heeft wat voeten in de aarde: al een jaar doet Rinkel onderzoek samen met de afdeling Erfgoed naar de onderligende kleuren, verflagen en technieken. De twee stilstaande pèrdjes zijn nu teruggezet. Twee van de vier draaiende exemplaren zijn nu aan de beurt. „De staat van de pèrdjes bleek slechter dan in eerste instantie gedacht”, vertelt Rinkel. „De pèrdjes waren erg vuil en vertoonde craquelé (scheuren in de verf), maar toen we ze eruit haalde, bleken ook beentjes afgebroken.”

Ruyters
Het is misschien niet geheel gek, gezien hoe oud de 35 centimeter hoge beeldjes zijn. Precies weet niemand het, en ook Rinkel is daar niet helemaal achter gekomen. „We hebben onderzoek gedaan naar de jaarringen in het hout, maar daarvoor zijn ze niet uit de geschikte houtsoort gesneden.”
Het archief van het Brabants Dagblad in 1984 maakt iets meer duidelijk. ‘Meester Jurriaen van Zutphen’ blijkt namelijk ‘een bedrag van tweehonderdtachtig gulden’ te hebben ontvangen ‘wegens het maecken vande instrumenten om de ruyters te doen gaen’.

Paert
Daarmee is duidelijk wie het draaimechanisme heeft gemaakt rond 1680. Maar over de pèrdjes zelf kan niemand echt uitsluitsel geven. In 1672 kreeg Daen Adraensz zesendertig gulden betaald voor ’het snyden van 6 paerdekens’. In augustus 1679 sneed Jacob Roman echter ook ‘vier ruyters en twee trompetters te paert tot de orloge (= horloge, uurwerk) vant stadthuys’. Hiervoor ontving hij veertien gulden. Ergens tussen 1672 en 1682 zijn de pèrdjes dus vermoedelijk op het stadhuis beland. Onduidelijk blijft of het om de huidige exemplaren gaat.

Bladgoud
Eigenlijk staan er op het stadhuis vier ruiters te paard, die in twee tegengestelde richtingen ronddraaien, terwijl er twee trompetters te paard vast opgesteld staan. Deze laatste twee zijn nu gerestaureerd met de gevonden kleuren en het bladgoud. Rinkel: „Door de vele lagen verf, was het relief nauwelijks meer zichtbaar was. Bijna alle verflagen die door de jaren heen zijn aangebracht, zaten er nog onder. ” De teugels en muziekinstrumenten zijn nu opnieuw verguld.

Rondje
Komende maanden volgen de andere pèrdjes. Eind 2017 hoopt Femke Rinkel helemaal klaar te zijn. En dan kan ieder kind weer wachten tot alle pèrdjes een rondje draaien.

Volledig scherm
Femke Rinkel in de nis in de top van het stadhuis © Angeline Swinkels
Volledig scherm
Voor de restauratie © Rinkel restauratie en decoratie
Volledig scherm
Na verwijderen toplaag © Rinkel decoratie en restauratie
Volledig scherm
Eindresultaat © Rinkel decoratie en restauratie
Volledig scherm
Plek van de pèrdjes © BD
Volledig scherm
Vergulden van teugels en trompet © Rinkel decoratie en restauratie

Opinie