Volledig scherm
Biertje tappen. Foto BeeldWerkt

Café houdt zure smaak over aan alsmaar stijgende bierprijs: 'Het is bizar'

Di 10 jan: ,,Het gaat om de aandeelhouders, er is géén liefde voor het bier." Café-eigenaar Erwin van de Velde van het Tilburgse Burgemeester Jansen neemt geen blad voor de mond: ,,Het zijn maffia-praktijken."

door Geert Nijland en Bas Vermeer

Daarmee doelt de Tilburgse kastelein op de stijging van de bierprijzen, waar veel horecaondernemers de afgelopen week van schrokken. Bierbrouwers AB InBev, Bavaria en Heineken verhogen de bierprijzen flink; ze stijgen tussen de 3 en 4 procent. En een tapbiertje is al niet echt goedkoop, de prijs schommelt gemiddeld rond de 2,40 euro. De verhoging evenredig doorberekenen aan de klant is voor velen geen optie.

'Wurggreep'
Woordvoerder Joris Prinssen van Koninklijke Horeca Nederland (KHN): ,,De 'natte sector' heeft door de economische crisis een zware tijd achter de rug. Bier is hier goed voor 50 procent van de omzet. Maar kleine ondernemers kunnen de prijsverhoging lang niet altijd zomaar doorberekenen aan de klant. En ze hebben niet alleen met de bierprijs te maken, maar ook met veel andere stijgende kosten."

De Koninklijke Horeca Nederland spreekt in de media regelmatig over een 'wurggreep' waar de horecaondernemers in vastzitten. Brouwers hebben niet zelden het horecapand in hun bezit en kunnen de exploitant zomaar de wacht aanzeggen. De meeste ondernemers zijn bovendien afhankelijk van tapbier. Woordvoerder Kerkhoffs: ,,Een krat Jupiler is in de supermarkt goedkoper, maar de klant wil bier van de tap. We kunnen dus niet om de brouwer heen. We hebben niets te vertellen over de bierprijs."

Verrassing
Wordt het bier te duur? ,,Het is echt heel veel geld als je drieënhalve euro voor een vaasje moet gaan vragen", zegt Björn Jansen, eigenaar van Slagroom | Eten & Drinken ,,De koek is op. Je prijst pils zo de markt uit, de klant neemt straks eerder de tijd om rustig voor een speciaalbiertje te gaan zitten."

Bij Burgemeester Jansen wordt de pijn verdeeld. ,,Daniël en ik, als eigenaren, verdienen minder, klanten betalen iets meer. Het is een wankel evenwicht." In december meldde InBev het café dat de prijs tussen de 0,7 en 1 procent zou stijgen. Van de Velde glimlacht: ,,Een verrassing ja, ik dacht 'echt waar? Wat een mooi jaar'."

In januari liet de brouwer weten dat het om 'een onvolledige calculatie' ging en er 'ambitieuze plannen zijn om groei te realiseren'. De stijging werd toch een ruime 3,5 procent. ,,In bijna elf jaar is de prijs zestig procent gestegen. Dat is bizar. Je kunt er niks tegen doen, behalve het ondergaan."

Overigens - dat wil hij ook gezegd hebben - heeft de kastelein een 'uitstekende relatie' met InBev, lees: de mensen waar hij in de praktijk contact mee heeft. ,,Die moeten de boodschap van de top ook maar verkopen."

Zestien jaar
Een glas bier van 25 centiliter werd in de horeca de afgelopen zestien jaar flink duurder: van 1,28 euro in 2000 (toen nog met guldens werd betaald) tot 2,38 euro in 2015. We drinken er niet minder om: jaarlijks slaan we ruim 12 miljoen hectoliter bier achterover. Uiteraard is het appels met peren vergelijken, want veel van hun bier halen mensen uit de supermarkt. Voor een krat bier hoeven we daar gemiddeld niet veel meer dan 10 euro te betalen. Dat zijn prijzen waarmee die miljoenen hectoliters makkelijk te verklaren zijn.

Dat het bier in de super zo goedkoop is, is niet vanzelfsprekend. Een cruciaal ingrediënt als hop is tegenwoordig schaars, onder meer vanwege de wereldwijd toenemende populariteit van speciaalbier. De prijs van hop stijgt daardoor. Maar van paniek is nog geen sprake. De meerkosten blijven binnen de perken. Niet heel verwonderlijk, aangezien het hoofdbestanddeel (90 tot 95 procent) van bier uit water bestaat.

De scepter
Dat de bierprijs in de winkel zo laag is, heeft vooral te maken met de 'machtsvraag'. In de super heeft de brouwer geen macht. Hij moet de concurrentie aangaan met collegabrouwers en dat drukt de prijzen aanzienlijk.

In het café is dat anders. Zeker als een pand in handen is van de brouwer. Daar is de producent regent, daar zwaaien topbrouwers als InBev en Heineken de scepter. Vanuit Horeca Nederland klinkt steeds fellere kritiek op deze situatie.

Concurrentie
De brouwers hullen zich gewoonlijk graag in stilzwijgen. Directeur Cees-Jan Adema van brancheorganisatie Nederlandse Brouwers laat zich evengoed verleiden tot een reactie. ,,Hoe de brouwer omgaat met zijn klanten is aan hem. Het verschilt per brouwer. Dat heet marktwerking. Iedere brouwer bepaalt zelf zijn inkoopwaarde (voor de afnemer, red.). De Autoriteit Consument en Markt (ACM) heeft in ieder geval geoordeeld dat er voldoende concurrentie is."

Jansen, van Slagroom, vindt 'wurggreep' een te zwaar woord om de relatie met de brouwer te omschrijven. ,,Het, is een keuze die je zelf maakt, dat weet je van tevoren."

Relschoppen heeft weinig zin, klinkt het. ,,Het zou goed zijn als horecaondernemers een collectief vormen. Dan kun je, net als de supermarkten, sterker staan." Hij lacht: ,,Maar dat is heel lastig. Niemand is eigenwijzer dan een horecaondernemer."

Opinie