Nan Groot Antink.
Volledig scherm
Nan Groot Antink. © Josefina Eikenaar/TextielMuseum

Potjes met ochtendurine, in te leveren voor de kunst

TILBURG - Of arbeiders daadwerkelijk hun ochtendplas in kruiken naar hun werk meenamen is niet helemaal zeker, maar dat Tilburgse textielfabrieken urine gebruikten voor het beitsen wel. Toen de kunstenares Nan Groot Antink werd uitgenodigd voor een project in het TextielMuseum, vroeg ze daarom de mannelijke werknemers van het museum urine mee nemen om daarmee de verf beter aan het doek te laten hechten.

Het begon met de Tilburgse oma van kunstenares Nan Groot Antink. Die vertelde haar kleindochter dat ze pas het huis verliet als ze zeker was dat de textielarbeiders allemaal op hun werk waren. Anders liepen goedgeklede dames - zoals de oma van Nan er een was - de kans dat werkmensen urine over hun goeie kleren gooiden. Die urine zat in kruiken die arbeiders meenamen naar hun werk. Tot diep in de negentiende eeuw werd die pis gebruikt om textiel te beitsen. Of arbeiders daadwerkelijk hun ochtendplas in kruiken naar hun werk meenamen is niet helemaal zeker, maar dat textielfabrieken urine gebruikten voor het beitsen wel.

Tien emmers urine
​In het TextielMuseum laat Groot Antink (Boxtel, 1954) een verfboek uit 1822 zien van de Tilburgse textielfabrikant Nollet. Daar staat duidelijk in dat er voor een bepaald verfrecept tien emmers urine nodig waren. Toen de kunstenares werd uitgenodigd voor een project in het TextielMuseum, liet ze zich inspireren door het verhaal van haar oma. Ze vroeg de mannelijke werknemers van het TextielMuseum urine mee nemen waarmee zij op oude ambachtelijke manier met urine textiel wilde bewerken om zo de verf beter aan het doek te laten hechten.
Het resultaat is te zien op de expositie Rafelranden van de Schoonheid die zaterdag opent in het Textielmuseum. Aan een muur hangen zeven zes meter lange geweven banen in verschillende kleuren.

Voor Groot Antink was het weefproject een mooie gelegenheid haar banden met Tilburg weer eens aan te halen. Ze volgde haar kunstopleiding van 1979 tot 1983 in Tilburg en had tot acht jaar geleden haar atelier in wat nu tentoonstellingsruimte PARK is. En natuurlijk haar oma. In Tilburg was haar hoeden- en pettenzaak Hoendervangers op het Piusplein een begrip. „Heel veel mensen kennen die winkel nog.”

Vezels, bindingen en verfplanten (2016) van Nan Groot Antink.
Volledig scherm
Vezels, bindingen en verfplanten (2016) van Nan Groot Antink. © Josefina Eikenaar/TextielMuseum

Tilburg e.o.