Volledig scherm
Jaguar I-Pace e-Trophy © Jaguar

Plankgas met de elektrische Jaguar I-Pace e-Trophy racewagen

Rij-impressieJaguar wil meer publiciteit voor zijn elektrische raceklasse e-Trophy, die het voorprogramma vormt van de Formule E. Daarom besloot het merk een beperkt aantal journalisten zelf te laten racen op het circuit. Onze autoredactie was erbij.

De Jaguar I-Pace e-Trophy is ‘s werelds eerste raceserie voor volledig elektrische racewagens. Een kleine 20 coureurs vechten voor het kampioenschap tijdens tien wedstrijden die worden verreden in het voorprogramma van de Formule E. Op de wedstrijdkalender staan steden als New York, Mexico City, Londen, Rome en Berlijn. De gevechten worden uitsluitend gehouden op omgebouwde stratencircuits.

Een van die auto's staat nu hier, in de pitbox van het Britse Bedford-circuit. Het enige wat we horen is het licht zoemende geluid als van een stilstaande metro, ten teken dat de race-I-Pace staat te laden. De van Jaguar geleende race-overalls zijn aan de kleine kant en doordat het pak als een soort drukpak werkt, hebben we al zweetoksels en rode konen voordat we een meter hebben gereden. Toch zorgt ook het uiterlijk van de racewagen voor de nodige opwinding. De enorme splitter aan de voorkant oogt agressief en aan de achterzijde valt de brede achterspoiler op, die zelfverzekerd omhoog steekt en die moet zorgen voor de nodige downforce.

Volledig scherm
Jaguar I-Pace e-Trophy © Jaguar

De Jaguar ziet eruit als een traditionele racewagen, maar de I-Pace e-Trophy is anders. In plaats van en luid brullende verbrandingsmotor doet deze Jaguar puur elektrisch en vooral lokaal emissievrij zijn werk. Even later zitten we achter het stuur. Echter niet voordat we onze eigen ruggengraat ook noodgedwongen hebben moeten buigen als die van een kat, want het instappen vereist een hoge mate van flexibiliteit.

Volledig scherm
Jaguar I-Pace e-Trophy © Jaguar

Rembalans

De binnenkant van de Jaguar oogt vooral kaal en leeg. Overal kijken we tegen het metaal aan. De cockpit is ook simpel en spartaans. Het stuur is voorzien van druk- en draaiknoppen. Een daarvan is van het ABS-systeem, dat de coureur in elf stappen kan regelen. Datzelfde geldt voor de rembalans tussen het voorste en achterste deel van de auto. Het centrale display toont elementaire zaken als snelheid, rondetijden en de status van de accu’s. Schakelpeddels achter het stuur ontbreken, want de auto is voorzien van één versnelling. De brede middenconsole is bezaaid met schakelaars. Het commandocentrum is vergelijkbaar met de cockpit van een vliegtuig. Een van de knoppen is voor het handmatig activeren van de brandblusinstallatie.

Volledig scherm
Jaguar I-Pace e-Trophy © Jaguar

400 pk

Wanneer we op de D van Drive hebben gedrukt, rijdt de auto zacht zoevend de pitbox uit. Eenmaal op de baan mag het gas er voorzichtig op. Bocht één is eigenlijk geen bocht en dus is de tweede bocht – die naar links afbuigt – de eerste echte test voor de banden. En die falen. Nadrukkelijk. Want ze zijn splinternieuw en ijskoud. Dat tweede wist mijn begeleider, Daniel – een coureur uit het Jaguar-programma die ook in de Porsche Cup rijdt in Engeland. Dat eerste kennelijk niet, want de auto begint ondanks de relatief lage bochtsnelheid vet overstuurd richting de muur te glijden.

Met piepende banden schiet de dure racewagen richting de muur. De race-instructeur van Jaguar naast mij probeert nog in te grijpen, maar hij is te laat. Even zien we onszelf al in de hekken hangen. Ik zie de muur naderbij komen en de handen van Daniel naar het stuur klauwen, maar instinctief heb ik zelf al tegengestuurd en voor de omstanders lijkt het gewoon alsof ik opzettelijk mooi driftend door de bocht ben gegaan. Daniel en ik kijken elkaar even aan en beginnen te lachen – meer uit opluchting dan dat we het echt gaaf vonden. Even later zijn de banden warm en beginnen ze echt te kleven. Het gas kan er echt op en de 400 pk worden volop aangesproken.

Volledig scherm
Jaguar I-Pace e-Trophy © Jaguar

2150 kilogram

Vooral het uit-accelereren van de bochten gaat lekker, ook al omdat het koppel van 700 Newtonmeter permanent beschikbaar is. Het is een van de vele voordelen van de elektromotor. Dankzij deze cijfers sprint de Jaguar van 0-100 km/u in slechts 4,5 seconden. Boven de 130 km/u is de fut er een beetje uit, maar dat is ook niet een van de vereisten voor deze auto, die wereldwijd vooral wordt ingezet op bochtige stratencircuits. Het kan ook zijn dat de snelheidssensatie minder is omdat het motorgeluid in deze auto compleet afwezig is.

De auto weegt maar liefst 2150 kilogram en bijna een derde van het gewicht is afkomstig van de accu’s. Desondanks voel je het gewicht nauwelijks in de bochten en doordat je ook vanuit langzame bochten snel weg sprint, voelt de auto zelfs tamelijk lichtvoetig aan. De race-set-up zorgt voor een neutraal weggedrag en de communicatieve besturing reageert heel direct op onze input. Op de rechte stukken horen we eigenlijk alleen de wind en het onderstel én de stukken rubber en kleine steentjes die door de speciale 22 inch Michelin-banden tegen de wielkasten worden gekatapulteerd.

Volledig scherm
Jaguar I-Pace e-Trophy © Jaguar

Na vier ronden is het officieel voorbij, maar Daniel houdt ons nog even buiten. Ik krijg drie ronden bonus, alsof hij zich verantwoordelijk voelde voor het feit dat ik zonder waarschuwing op nieuwe slicks naar buiten ben gestuurd. Door het indrukken van een boost-knop komt er bovendien kortstondig nog eens een hoop vermogen bij. Al snel zitten we in een fijne flow en begint de auto te leven. Wie actiebeelden van de races ziet, kan niet ontkennen dat dit een redelijk opwindende raceklasse is. En toch biedt racen met een brandstofmotor nog iets meer ‘spanning’. 

Volg elke dag het laatste nieuws van onze autoredactie via Facebook en Twitter. Of schrijf je hier in voor de gratis nieuwsbrief Auto