Volledig scherm
De Renault Zoe kreeg een facelift en een beter accupakket. © Renault

Renault Zoe is grondig vernieuwd, maar gaat dat wel ver genoeg?

Nu bij Peugeot een elektrische 208 op stapel staat en Opel met een Corsa op batterijen komt, zou je denken dat elektro-voorloper Renault een compleet nieuwe Zoe lanceert. Maar nee, de ‘Zoe 3.0’ is niet helemaal nieuw.

De al in 2012 geïntroduceerde hatchback is grondig gefacelift en voorzien van modernere technologieën. Maar is dat voldoende om de concurrentie het hoofd te bieden?

Binnen de elektrische revolutie in de autowereld mogen we Renault gerust één van de pioniers noemen. Meer dan tien jaar geleden kwam het Franse merk met elektrische modellen op de markt, terwijl veel andere fabrikanten de kat uit de elektroboom keken. Met de wat suffe Fluence en vreemde Twizy was het begin voorzichtig, maar Renault deed veel expertise op en bracht in 2012 de Zoe. Inmiddels rijden er 230.000 elektrische Renaults in Europa, waarvan 150.000 Zoe’s – en dat aantal stijgt snel.

De elektrische hatchback is dus al zeven jaar op de markt. Normaal gesproken presenteert een automerk na zo’n periode een nieuwe generatie, maar Renault borduurt bij de Zoe voort op het bekende recept. In de basis is de vernieuwde variant nog steeds dezelfde auto als die uit 2012. Er is geen nieuw ontwikkeld platform zoals bij de concurrenten van Peugeot, DS en Opel, maar volgens Renault is de Zoe ‘op de echt belangrijke punten weer bij de tijd’.

Nieuwe neus

Aan de buitenkant zien we een andere neus: alle Zoe’s hebben volledige led koplampen, terwijl ook aparte mistlampen hun intrede doen. Wat ons betreft lijkt hij dankzij de grotere grille en vierkantere bumpers minder op een typische EV en meer op een ‘gewone’ brandstofauto zoals een Clio. Hooguit door de blauwe rand rond het logo zie je meteen dat dit een Renault op batterijen is.

Over dat logo gesproken: het is een flink stuk groter dan voorheen en dat is geen toeval. Wie het ‘wybertje’ open draait, ontdekt een grotere laadopening dan voorheen. Vanaf nu is de Zoe voorzien van een CCS-laadpoort (Combined Charging System), waarmee hogere laadsnelheden mogelijk zijn. Aan de snellaadpaal valt de nieuwe Zoe met 50 kilowatt (DC) op te laden, wat neerkomt op zo’n 150 kilometer extra actieradius in dertig minuten. Dat is niet overdreven snel: een Tesla Model 3 kan tot wel vier keer zo snel laden terwijl een Peugeot e-208 tot 100 kW aan kan.

‘Snelladen niet zo belangrijk’

,,Maar dat zijn helemaal niet de getallen waar we het over moeten hebben”, meent Eric Feunteun, de leider van het EV-programma bij Renault. ,,Als EV-rijder wil je zo min mogelijk bij een snellader staan. Veel belangrijker is hoe snel je een auto tussendoor kunt opladen bij ‘normale’ openbare stroompunten. En juist daar trekt onze Zoe zijn troef uit de hoge hoed.” Dankzij een slimme omvormer aan boord van de auto, laadt de Renault zichzelf op met maximaal 22 kW terwijl de meeste concurrenten blijven steken op 11 kilowatt. ,,Tijdens een lunch kan je een Zoe dus twee keer zo snel opladen dan de voornaamste concurrenten. Bij 22 kW ‘tank’ je zo’n 120 kilometer in een uurtje. En wij weten inmiddels uit onze ervaring dat dát de momenten zijn die er voor elektrische rijders toe doen.”

Overigens is het niet mogelijk om bestaande Zoe’s om te bouwen naar een CCS-lader. ,,Daarvoor is de interne structuur van de auto te veel veranderd”, verklaart Feunteun. ,,De koeling van de batterijen is anders, maar ook de regeleenheden en de computers van de auto zijn aangepast.”

Volgens Feunteun denkt Renault bewust mee met haar EV-rijders. ,,Die mensen willen voorop lopen, maar ook graag de kosten drukken. Aangezien een Zoe veel gebruikt wordt als deelauto (bijvoorbeeld onder collega’s) heeft het geen zin om de auto voor te bereiden op superhoge laadsnelheden. Dat is niet alleen duur voor ons om te ontwikkelen, maar maakt het voor bedrijven ook een stuk minder interessant om een Zoe in te zetten. Om een laadpaal met 22 kW (3-fase, 32A) te plaatsen is een bedrijf nu zo’n 5.000 euro kwijt, terwijl een snellader met 50 kW ongeveer 30.000 euro kost.”

Grotere accu, sterkere motor

Terug naar de Zoe: naast de laadmogelijkheden is ook het accupakket verbeterd. Voorheen had de Renault een capaciteit van 41 kilowattuur, dat stijgt naar 52 kWh. Daarmee komt de auto volgens z’n makers zo’n 25% verder dan voorheen; volgens de WLTP-testcyclus haalt de ‘Zoe 3.0’ ongeveer 390 kilometer op een volgeladen pakket. De Peugeot e-208 (340 km), Opel Corsa-E (330) en DS3 Crossback E-Tense (300) komen met hun accu’s van 50 kWh minder ver.

Net als die concurrenten van het PSA-concern krijgt de vernieuwde Zoe voortaan een motor met een vermogen van 100 kilowatt (135 pk). De R125-motor moet vooral op tussensprints sneller zijn: volgens Renault vliegt de acceleratie van 80 naar 120 kilometer per uur twee tellen sneller voorbij dan in Zoe’s met de ‘oude’ R110-krachtbron met 108 pk. Opvallend: waar de auto voorheen trommelremmen achter had, is het opgefriste model voorzien van schijfremmen rondom.

Luxer interieur

Tot slot voorziet Renault de Zoe van een opgewaardeerd interieur, en dat was wel nodig om de strijd aan te kunnen met de nieuwe kapers op de kust. Voortaan heeft de Zoe een digitaal instrumentenpaneel en is er keuze uit twee formaten aanraakschermen, waarvan de bediening verbeterd is en de software voortaan op afstand kan worden vernieuwd. Daarbij zijn de gebruikte materialen in de Zoe van hogere kwaliteit. Opmerkelijk is de mogelijkheid om het dashboard te bekleden met stof waar onder meer gerecyclede autogordels in verwerkt zitten. Verder zou de rijbeleving en het comfort op een hoger plan moeten staan, dankzij een dikkere voorruit en betere geluidsisolatie. Dat kunnen we later dit jaar ervaren: de grondig verbeterde Renault Zoe staat na de zomer in de Nederlandse showrooms.

Volledig scherm
© Renault
Volledig scherm
© Renault
Volledig scherm
© Renault
Volledig scherm
© Renault
Volledig scherm
© Renault