Volledig scherm
© Shutterstock

Waarom je brandstoftank altijd voor een kwart gevuld moet zijn

Doorrijden tot de laatste druppel brandstof in zicht is, blijkt geen goed idee. Niet alleen vanwege het gevaar dat je ergens strandt, maar vooral omdat het slecht is voor je motor.

Iedereen kent mensen in hun omgeving die het doen, of misschien doe je het zelf ook wel: zo lang mogelijk doorrijden met een tank benzine of diesel. En het kan, want de moderne auto geeft exact aan hoeveel kilometer je nog kunt rijden en zelfs als de auto aangeeft dat je nog nul kilometer kunt rijden, houdt ‘ie het in de regel nog wel een aantal kilometers vol.

Handig is het echter niet, vinden ze bij de ANWB. Want wanneer je stilvalt met een oudere dieselmotor, is het niet altijd een kwestie van even met een jerrycan een paar liter erbij gooien en rijden maar. ,,Na het leegrijden van de tank en daarna weer vullen van de tank zullen veel diesels, na 15 tot 20 seconden doorstarten wel weer aanslaan", aldus een woordvoerder. ,,Wanneer dat niet lukt, moet de motor eerst ontlucht worden en daar moet een expert aan te pas komen.”

Maar ook met een benzinemotor is het geen goed idee om op de laatste dampen naar de benzinepomp te rijden. De brandstofpomp kan volgens experts beschadigen door oververhitting. De benzine in de brandstoftank werkt namelijk als koeling voor de brandstofpomp, maar wanneer de benzine bijna op is, zal de brandstofpomp ook lucht aanzuigen. Dit kan zorgen voor oververhitting en beschadiging.

De belangrijkste reden om je tank altijd voor minimaal een kwart gevuld te houden, is dat vuil en vettigheid uit de brandstof zich verzamelt op de bodem van de tank. ,,Je moet van leeg rijden daarom geen gewoonte maken”, zegt Tom Huyskens van de Bovag. ,,Net als bij wijn zit er onder in de tank bezinksel van de brandstof, maar ook andere resten. Als je het niet op tijd bijvult, wordt dit residu opgeslurpt door de brandstofpomp en dat kan voor grote schade zorgen.”

  1. Mille Miglia: de finish komt in zicht, maar eerst nog langs Parma en Modena, de geboortestreek van Ferrari
    Video

    Mille Miglia: de finish komt in zicht, maar eerst nog langs Parma en Modena, de geboorte­streek van Ferrari

    De beroemde Italiaanse steden Parma en Modena, dwars door de geboortestreek van Ferrari: tijdens de vierde etappe van de Mille Miglia komt de finish in Brescia in zicht. Hoewel het er in deze klassieker-rit allang niet meer om gaat wie het hardste rijdt, moedigt nota bene de Italiaanse politie de deelnemers aan om het gas erop te houden. Het is tegenwoordig echter een 'regelmatigheidsrit’. Na bijna 1800 kilometer zijn de winnaars bekend: Giovanni Moceri en Daniele Bonetti met hun Alfa Romeo 6C 1500 SS uit 1928. Videoverslag van presentator Werner Budding en cameraman Patrick Johannes.