Volledig scherm
Charlotte de Wit (24) en haar vriend Dave. Charlotte werkt of studeert niet, omdat ze zorgt voor hun drie kinderen. © Privé archief

84.000 jongeren werken of studeren niet

Charlotte de Wit is 24 jaar en heeft afgelopen jaar niet gewerkt of gestudeerd. Net zoals 84.000 andere Nederlandse jongeren. Veel jongeren werken niet omdat ze ziek of arbeidsongeschiktheid zijn, een klein deel omdat ze zelf al een gezin hebben. Net als Charlotte, moeder van 3.

Charlotte was achttien toen ze, ongepland, haar eerste kind kreeg, maar daarna heeft ze er bewust voor gekozen om eerst kinderen te krijgen en daarna te gaan studeren en werken: ,,Ik kom uit een gezin waar we dicht bij elkaar zaten qua leeftijd en dat wilde ik ook voor mijn kinderen zodat ze wat aan elkaar hebben.” Studeren met een kind is lastig, dus heeft ze een thuisstudie HBO Hotelmanagement gedaan. Haar droomstudie, verloskunde, zal moeten wachten tot haar jongste kind 4 jaar is: dat is nog 2,5 jaar.

Van alle jongeren tussen de 15 en 25 jaar in Nederland werkte of studeerde 4 procent het afgelopen jaar niet, blijkt vandaag uit cijfers van het CBS. Dat komt neer op 84.000 jongeren die NEETs genoemd worden: Not in Employment, Education or Training. Dit percentage schommelt in Nederland al jaren rond de 5 procent. 

In vergelijking met de Europese Unie doet Nederland het goed: het gemiddelde van EU ligt rond de 12 procent. De drie landen waar het percentage het hoogst ligt, zijn Italië (20 procent), Bulgarije (18 procent) en Roemenië (17 procent). 

Arbeidsongeschikt

Er zijn verschillende redenen voor jongeren om niet te werken of studeren. Ruim de helft van de jongeren gaf ziekte of arbeidsongeschiktheid als reden om niet te werken of studeren. Charlotte behoort tot de 6,1 procent die thuiszit vanwege een eigen gezin. Inmiddels heeft ze drie kinderen, waar ze fulltime voor zorgt. ,,Ik sta ’s ochtends om half zeven op en ontbijt dan snel met mijn vriend. Daarna halen we de kinderen uit bed en wordt de oudste klaargemaakt voor school.” Haar vriend Dave brengt hun dochter naar school en gaat dan door naar zijn werk; Charlotte is de rest van de dag druk in de weer met de kinderen, totdat ze ’s avonds weer in bed liggen: ,,Dan heb ik een moment voor mijzelf.”

Charlotte hoort tot de groep van 43 procent die niet wil of kan werken. ,,Eerst werkte ik wel, als hospitality medewerkster bij Atos, maar toen het zwangerschapsverlof van mijn jongste afliep, ben ik gestopt”, vertelt Charlotte. De opvang van haar kinderen kostte meer dan ze verdiende, dus besloot ze dat ze het beter zelf kon doen. Vooral het sociale contact van een baan mist ze: ,,Het is best wel een kleine wereld als je thuis zit met je kinderen, dus af en toe denk ik wel ‘misschien moet ik maar gaan werken zodat ik gezellig met volwassen mensen kan kletsen’. Maar een parttime baan vinden met mijn opleiding is lastig. Gelukkig heb ik een gezellige straat en ontmoet ik mensen op de sportschool, dus ik heb wel sociale contacten.”

Bijna een derde van de jongeren wil wel graag werken en is ook per direct beschikbaar. De doorstroom binnen de groep van NEETs is groot: een derde vind binnen drie maanden werk of is weer een opleiding gaan volgen.

Verschil jeugdwerkloosheid en NEETs

De jeugdwerkloosheid in Nederland ligt rond de 8 procent. Dat dit verschilt van het percentage NEETs komt doordat voor het jeugdwerkloosheidscijfer alleen gekeken wordt naar de jongeren die een baan hebben en werkloze jongeren die willen werken. Om het percentage jongeren dat niet werkt of studeert te berekenen, wordt gekeken naar alle jongeren in Nederland. Daarom valt het percentage NEETs lager uit dan de jeugdwerkloosheid.

Lees de beste artikelen op het gebied van werk en carrière via onze wekelijkse nieuwsbrief