Volledig scherm
Leo van Rooijen, huisarts in Zwijndrecht: ‘Toen werd ik gek.’ © Foto: Milan Rinck / Milan Rinck Photography

‘Concurrentie maakt de zorg niet beter, samenwerking wel’

Minder marktwerking? Heel graag, zegt huisarts Leo van Rooijen. ‘Concurrentie maakt de zorg niet beter. Samenwerking wel.’

Op een vrijdag in november had huisarts Leo van Rooijen uit Zwijndrecht er genoeg van. Urenlang was hij bezig geweest om zorg aan huis te regelen voor een terminale patiënt. De nood was hoog – maar alle deuren gingen dicht.

,,Het echtpaar had hun hele leven samen op de binnenvaart gezeten, en ze zijn nogal op zichzelf. De man kreeg een kwaadaardige ziekte, bleek niet meer te behandelen. Zijn vrouw wilde hem zelf blijven verzorgen, maar op een vrijdagochtend zei ik: dit gaat niet meer, jullie hebben nú hulp aan huis nodig, zodat u elkaars hand kunt vasthouden in deze laatste dagen.

Met mijn assistente begon ik te bellen. Alle zorgaanbieders hebben we gehad, zes of zeven thuiszorgorganisaties, maar niemand had ruimte om terminale thuiszorg te geven. Pas om vier uur ’s middags zei iemand: ja, wij kunnen hulp regelen. Godzijdank. Drie kwartier later belden ze terug: sorry, meneer is verzekerd bij Menzis, en daar hebben wij geen contract mee. We kunnen niks doen. Toen werd ik gek.’’

Meteen na het telefoontje, om kwart voor vijf, tikte hij een tweet over zijn frustrerende zoektocht. Laatste woorden: ‘Zucht. Zorg anno 2018?’ Een berichtje dat grote gevolgen zou krijgen – maar daarover later meer.

Effecten

Met instemming las hij vandaag het interview met Hugo de Jonge. De marktwerking in de zorg, roept Van Rooijen al langer, heeft effecten gehad die nooit de bedoeling waren. Ook in Zwijndrecht, een gemeente tussen Dordrecht en Rotterdam met zo’n veertigduizend inwoners.

,,Er zijn hier negen thuiszorgorganisaties actief. Negen! Sommige zijn groot in de regio, andere puur lokaal. De één mikt op iedereen, de ander op een niche, zoals een bepaald kerkgenootschap. Al die clubs registreren hun informatie over patiënten in verschillende systemen, waar ik als huisarts niet in kan. En niemand houdt het overzicht.

Wij zijn als huisartsen in Zwijndrecht begonnen om de kwetsbare ouderen in kaart te brengen, en hun behoeftes. Ineens bleek dat de thuiszorgorganisaties ook met zoiets bezig waren, en de gemeente óók. Hadden sommige ouderen dus al drie keer een hele vragenlijst over hetzelfde onderwerp gehad. We werken totaal langs elkaar heen. Dat kost heel veel geld waar niet één patiënt iets aan heeft. Concurrentie zou de zorg beter maken, maar het maakt alles alleen maar verwarrend. Samenwerken en elkaar informeren, dát zou de zorg beter maken.’'

Quote

Verzeke­raars? Het is gewoon tekenen bij het kruisje

Leo van Rooijen, Huisarts in Zwijndrecht

De situatie rond het schippersechtpaar maakte nóg een probleem duidelijk: de machtige rol van zorgverzekeraars. Van Rooijen voelt zich ‘volslagen machteloos’ in die verhouding. ,,Het idee was ooit dat wij als huisartsen contracten sluiten met de zorgverzekeraars, waarin we gezamenlijk afspraken maken over onze rol en vergoeding. Maar als huisartsen mogen we ons maar met een beperkt aantal collega’s verenigen, vanwege concurrentieregels. Dus dan sta je dus met een clubje artsen tegenover zo’n miljardenbedrijf. Je denkt toch niet dat wij dan ook maar enige invloed op zo’n contract hebben? Het is gewoon tekenen bij het kruisje. En als we iets anders willen organiseren, omdat het volgens ons niet werkt, krijgen we iemand aan de lijn die van achter z’n scherm zegt dat het niet binnen de regels past.’’

Met de woorden van minister De Jonge is hij blij. ,,Ik waardeer het dat hij zegt: bepaalde keuzes die we hebben gemaakt, blijken gewoon niet te werken. Het wordt een gigantische klus om hier verandering in te krijgen. Er zijn teveel aanbieders, er is geen coördinatie en de zorgverzekeraars zijn veel te machtig. Dat verander je niet zomaar. Met de intentie ben ik blij, maar eerst zien, dan geloven.’’

De doodzieke schipper leefde na de tweet nog zes dagen. ,,In het weekend heb ik hem zelf regelmatig bezocht, op maandagochtend vonden we alsnog hulp. In de dagen erna ben ik plat gebeld vanwege dat berichtje – door thuiszorgaanbieders, een grote zorgverzekeraar en zelfs door een medewerker van de minister. Dat heeft wel iets verbeterd. Bij de grootste thuiszorgorganisatie kan ik nu in noodgevallen in elk geval iemand bellen die weet waar het over gaat. Dat geeft hoop. Het kan écht beter.’’

Volledig scherm
© Foto: Milan Rinck / Milan Rinck Photography