Volledig scherm
Cyprian Broekhuis © Cyprian Broekhuis

'Dood Cyprian door politiekogels is niet goed onderzocht'

De dood van de psychiatrische patiënt Cyprian Broekhuis, die door zes politiekogels stierf, is niet goed onderzocht. Bovendien heeft de politie procedures met voeten getreden, zeggen experts na bestudering van het rijksrechercherapport.

Quote

Er zijn dingen in het rijksdos­sier die op het scenario wijzen dat de schutters een zaklan­taarn hebben aangezien voor een mes

Peter van Koppen, rechtspsycholoog

Het onderzoek van de rijksrecherche naar de dood van Cyprian Broekhuis is ‘onvolledig’ en ‘niet goed’. Dat zeggen rechtspsycholoog Peter van Koppen en oud-rechercheur Dick Gosewehr in een uitzending van Zembla vanavond. Zembla kreeg het rijksrechercherapport in handen op basis waarvan het Openbaar Ministerie een zaak tegen twee schietende agenten heeft geseponeerd.

De 23-jarige Cyprian Broekhuis overleed op 8 september 2016 door zes politiekogels in zijn buik. De schietpartij gebeurde toen twee GGZ-medewerkers en vier politiemensen hem ophaalden voor een dwangopname. Toen de agenten Broekhuis wilden fouilleren, liep het uit de hand. Twee agenten verklaarden dat ze dachten dat Broekhuis een mes trok. Automatisch begonnen ze te schieten.

Zaklantaarn

Volgens Van Koppen en Gosewehr heeft de rijksrecherche niet goed onderzocht óf Broekhuis wel een mes trok. ,,Er zijn dingen in het rijksdossier die op het scenario wijzen dat de schutters een zaklantaarn hebben aangezien voor een mes”, zegt Van Koppen.

Zo is het opmerkelijk dat de politie op de dag van Cyprians dood ondanks negen uur durend technisch onderzoek geen mes in de Amsterdamse bovenwoning aantrof. Gosewehr: ,,Dat kan gewoon niet. Niemand gaat weg voordat het mes gevonden is. Al zou je de woning twintigmaal moeten onderzoeken.”

Klapmes

De dag erna vindt de politie onder een bank plotseling wel een klapmes, nadat een van de schietende agenten heeft verklaard dat die het mes heeft weggetrapt. Maar volgens Van Koppen kan het mes niet door een schop onder de bank zijn beland. Daarvoor lag te veel troep in de weg.

Ook zou een GGZ-medewerker een schietende agent hebben horen zeggen: ,,Ik dacht dat hij een mes of wapen trok.” Van Koppen: ,,Dat is een veelbetekenende verklaring. Dat kan onzin zijn, maar het is genoeg reden het serieus te onderzoeken.” Ook Gosewehr vindt dat de rijksrecherche de optie had moeten onderzoeken dat Broekhuis géén mes in handen had. ,,Maar men heeft dat tweede scenario niet onderzocht.”

Antidepressiva

Eerder bleek al dat de agent die vier keer op Broekhuis vuurde heeft verklaard dat hij twee verschillende soorten antidepressiva slikte. De experts vinden het vreemd dat de rijksrecherche daar geen enkele vervolgvraag over heeft gesteld.

De ouders van Cyprian Broekhuis zijn het niet eens met de beslissing van het Openbaar Ministerie om de zaak te seponeren. Ze zijn een zogeheten artikel 12-procedure gestart om alsnog vervolging af te dwingen. 

Zowel de Amsterdamse politie als het Openbaar Ministerie wil vanwege de rechtszaak niet reageren. Ze zeggen dat het voor alle partijen verschrikkelijk is, wat er is gebeurd.