Volledig scherm
Joseph Tetelepta. © Jan Ruland van den Brink

Molukse marinier uitgestoten na treinkaping: ‘Hoe kun je tegen je eigen mensen vechten?’

John Titahena, nota bene zelf Molukker, is een van de mariniers die op 11 juni 1977 de door Molukkers gekaapte trein bij De Punt bestormden. Dat wekt de woede van de Molukse gemeenschap, met name in Winterswijk, waar Titahena woont. Hij en zijn familie vluchten het land uit. Want, zegt Joseph Tetelepta: ,,Hoe kun je tegen je eigen mensen vechten?’’ 

Een steen vliegt door de lucht en een ruit van de woning sneuvelt. ,,Wij willen die landverrader’’, klinkt het uit de monden van twintig tot dertig jonge Molukkers die zich hebben verzameld op het pleintje aan de Ligusterlaan waaraan het huis van John Titahena en zijn familie ligt – vlak bij de Molukse wijk in Winterswijk. Even later manoeuvreren politie en marechaussee zich tussen de woedende Molukkers en de belegerde woning.

Het is vrijdagavond 24 juni 1977, bijna twee weken nadat mariniers met geweld een einde hebben gemaakt aan de gijzeling door Molukkers van een trein bij De Punt, tussen Assen en Groningen. Onder wie John Titahena. De sfeer op het pleintje is explosief.

Volledig scherm
Joseph Tetelepta op het plein in Winterswijk, waaraan het huis van John Titahena en zijn familie lag. © Jan Ruland van den Brink

Escorte

,,De consequentie voor de Titahena’s was duidelijk”, zegt Joseph Tetelepta 41 jaar later, in zijn woning in de Molukse wijk van Winterswijk. ,,Deze familie kon niet langer in het dorp blijven.”

Tetelepta (70) was een van de Molukkers op het pleintje. Sinds 1977 is vooral gezwegen over de kwestie, totdat Titahena in De Telegraaf van 3 november zijn verhaal doet. Tetelepta wijst op de krantenfoto van Titahena: ,,Hij is uiterlijk niets veranderd.”

Titahena (64) vertelt in het artikel hoe hij onder escorte van de politie met zijn familie vlucht. Eerst naar Eibergen, waar zijn vader werkt in de landmachtkazerne. Later naar Curaçao. ‘In de Molukse cultuur geldt: eens een vijand, altijd een vijand’, legt Titahena uit. Zijn familie blijft op de Antillen, zelf keert hij na ruim vijf jaar terug. Bang is hij niet, laat hij optekenen: ‘Wel voorzichtig’. Ook na 41 jaar.

Tijdelijk verblijf 

De meeste Nederlandse Molukkers, onder wie Petrus Tetelepta, de vader van Joseph, komen in 1951 naar Nederland. De mannen hebben in het Koninklijk Nederlands-Indisch Leger (KNIL) voor Nederland gevochten, maar dat Indonesië onafhankelijk werd, kon Nederland niet voorkomen. Omdat de toekomst onder de nieuwe machthebbers weinig rooskleurig lijkt, kiezen de militairen voor een ‘tijdelijk’ verblijf bij de voormalige kolonisator in afwachting van een onafhankelijke Molukse republiek, die er echter nooit komt.

Volledig scherm
Joseph Tetelepta. © Jan Ruland van den Brink

Als duidelijk wordt dat het tijdelijke verblijf van de Molukkers weleens voorgoed kon zijn, wordt in 1959 kamp Vosseveld, net buiten Winterswijk, ingericht om een groep Molukkers onder te brengen. Joseph Tetelepta groeit er op. Hij kan goed leren en mag naar de hbs, maar vindt geen aansluiting bij leeftijdsgenoten. Hij spreekt de taal slecht en krijgt geen bijles.

,,We werden achtergesteld’’, zegt hij en legt uit wat in een notendop de weg is van loyaliteit naar opstand. ,,Ik zag de frustratie, de pijn en het verdriet bij mijn ouders. Ze waren de trouwe aanhang van de Nederlandse regering, die ons in de steek liet. Mijn generatie sprak de taal wel en kwam in actie. Het is niet goed te praten dat onschuldige mensen omkwamen bij de Molukse gijzelingen. Maar de kapers zagen de pijn van onze ouders en waren bereid daarvoor hun leven te offeren. Ze waren onze helden.”

Ook de Titahena’s komen naar Winterswijk, maar volgen een andere weg. Vader Titahena blijft in 1951 als radiotelegrafist in dienst van het Nederlandse leger en belandt met zijn gezin in Nieuw-Guinea. Als ook deze kolonie verloren gaat, stuurt vader Titahena in 1962 zijn gezin naar Nederland. Hij volgt een half jaar later. Vader ziet het belang van snel integreren, gaat met zijn gezin net buiten de Molukse wijk wonen en stelt als regel dat er thuis geen Maleis wordt gesproken.

Om geen wonden open te halen en zich niet onnodig in gevaar te brengen, vertelt John Titahena na 1977 zelden publiekelijk over zijn vlucht uit Winterswijk. Dat doet hij wel tegenover de Telegraafjournalisten Olaf van Joolen en Silvan Schoonhoven. Het duo schrijft het boek Liggen blijven over de Bijzondere Bijstandseenheid (BBE) die begin jaren 70 wordt gevormd uit het korps mariniers. De BBE moet ingrijpen bij terreuracties. In het boek, dat begin november uitkwam en kracht werd bijgezet door een artikel in De Telegraaf, is een opvallende rol weggelegd voor Titahena.

Geridderd

Die groeit naar eigen zeggen in Winterswijk op voor ‘weinig moois’. Hij zit bij een Molukse knokploeg waarin volop Maleis wordt gepraat en die met Nederlandse leeftijdgenoten op de vuist gaat. Een buurman is marinier en oppert: is dat niets voor John? Dat is het. Hij voelt zich er als een vis in het water en komt bij de BBE.

In 1974 is het Titahena die, met gevaar voor eigen leven, als eerste het door criminelen bezette kerkje van de gevangenis van Scheveningen binnengaat. De criminelen worden overmeesterd en de 24-jarige Titahena wordt geridderd. Toenmalig koningin Juliana houdt bij die bijeenkomst lang zijn hand vast. De koningsgezinde Titahena zegt later: ‘Ik ben bereid voor haar te sterven’.

Frontlinie

Halverwege de jaren 70 volgt de ene Molukse gijzeling na de andere. Dat het misschien wat veel gevraagd is juist een Molukker hierbij in te zetten, beseft de leiding van de BBE tijdens de kaping van de trein in Wijster in 1975. Als uit foto’s blijkt dat een neef van Titahena een van de kapers is, wordt de Winterswijker tot zijn woede uit de frontlinie gehaald. Later blijkt het toch geen neef te zijn en keert hij terug bij zijn eenheid. Die hoeft niet in te grijpen, want de kapers geven zich over. Bij de gijzeling komen een machinist en twee passagiers om het leven. De laatste twee zijn door de kapers geëxecuteerd.

Anderhalf jaar later hoort Titahena bij de eenheid die de gegijzelde trein bij De Punt moet ontzetten. Ook hier is er bij de leiding aanvankelijk twijfel over de Molukse marinier, maar Titahena drukt dat de kop in. Titahena is een van de dertig mariniers die zaterdagochtend 11 juni de trein binnengaan. Twee passagiers en zes kapers komen om.

Lees verder onder de foto.

Volledig scherm
Na de bestorming van de trein, die door een kogelregen werd getroffen. © ANP

Woede

Viel zijn rol bij ‘Wijster’ al niet goed, dat hij betrokken is bij de bestorming van de trein bij De Punt zorgt voor woede in de Molukse gemeenschap. Met name in Winterswijk, waar de marinier woont bij zijn ouders. Aanvankelijk laat hij zich daar niet zien. Maar als zijn ouders zeggen dat ze worden bedreigd, gaat hij met een aantal mariniers naar Winterswijk. ‘Om mijn meisje, nu mijn vrouw’, op te halen’, zegt Titahena in De Telegraaf. De lokale Molukkers krijgen er lucht van en beginnen de belegering in de Ligusterlaan. Diep in de nacht kunnen de Titahena’s onder politie-escorte hun huis verlaten.

Volledig scherm
De Ligusterlaan in Winterswijk. © Jan Ruland van den Brink

Zes dagen later, op 30 juni 1977, gaat het gerucht gaat dat een nieuwe actie van Molukkers ophanden is, nu vanuit de Achterhoek. Helikopters vliegen boven Winterswijk. Politie en marechaussee – volgens krantenberichten vijfhonderd man – staan met karabijnen langs de toegangswegen naar het dorp en alle stations tussen Arnhem en Winterswijk worden in de gaten gehouden. Molukse reizigers worden gecontroleerd en moeten hun bestemming opgeven.

’s Avonds vertelt burgemeester Cor de Vries van Winterswijk de gemeenteraad dat er geen aanwijzing is voor gewelddadige acties vanuit de Molukse wijk daar.

Overgave

Zaterdag 10 september 1977 ondergaat Joseph Tetelepta aan den lijve hoe de autoriteiten, drie maanden na het beëindigen van de laatste treinkaping, op scherp staan. Die dag wordt een foto gemaakt die tal van kranten haalt. Daarop is te zien hoe de latere gemeenteambtenaar zijn handen ten teken van overgave boven het hoofd vouwt. Tetelepta wordt geflankeerd door zijn vrouw Agnes, die hun dochtertje op de arm heeft. De scène speelt zich af in Assen, waar de politie een inval doet in de Molukse wijk, op zoek naar wapens.

,,We waren op familiebezoek want Agnes komt uit Assen”, zegt Tetelepta. ,,Om vijf uur ’s ochtends vloog er een heli boven de wijk. ‘Niemand de deur uit’, riep een man door een megafoon. Ik zat in de woonkamer. De deur werd ingetrapt en ik moest me overgeven. Zelfs mijn schoonvader, die als KNIL-militair vocht voor Nederland, is opgepakt. Ik had een bos haar. Dat was verdacht. Ze dachten dat ze mij moesten hebben. Gelukkig schoot een bevriende politieagent te hulp tijdens het verhoor. Dezelfde dag zijn we vrijgelaten.”

Wraak

Anno 2018 is er van animositeit van de Molukse gemeenschap jegens de voormalige kolonisator weinig te merken. Ook in Winterswijk niet, waar nog steeds een groot deel van de Molukse gemeenschap, zo’n 500 zielen, in de Molukse wijk woont. Zelfs de woede over Titahena is weg, totdat het artikel in De Telegraaf verschijnt. ,,De bestorming van de trein door Titahena, onze ‘eigen broer’, doet nog altijd pijn’’, zegt Tetelepta. ,,Hoe kun je tegen je eigen mensen vechten?”

Na zijn terugkeer uit Curaçao wordt Titahena commandant bij de BBE. Hij is al jaren met pensioen als hij met de journalisten van De Telegraaf afspreekt. Hij vertelt nog elke dag waakzaam te zijn, beducht voor Winterswijkse wraak. Een verzoek voor een interview met De Gelderlander wijst hij half november af zonder een reden te geven.

Titahena voelt zich een Molukker, is voor een onafhankelijke Molukse republiek, maar vindt dat die niet met geweld mag worden gerealiseerd. In De Telegraaf legt hij uit waarom hij de trein bestormde: vanwege zijn loyaliteit aan de BBE, zijn collega’s én het koningshuis: ‘Familieleden van mijn ouders werden geëxecuteerd vanwege hun trouw aan koningin Wilhelmina. Ze weigerden afstand te nemen van het koningshuis’.

Quote

De bestorming door onze ‘eigen broer’ doet nog altijd pijn

Joseph Tetelepta

Tetelepta herkent bij Titahena de loyaliteit die ook Tetelepta’s ouders hadden ten opzichte van Nederland. Een loyaliteit die in zijn ogen door de regering werd geminacht. ,,Onze ouders onderwierpen zich 350 jaar aan de Nederlandse kolonisator en zeiden dat dat goed was. Titahena herhaalt dat. Dat is pijnlijk.”

Tetelepta heeft de Molukse marinier nooit gesproken, maar wil Titahena graag ontmoeten: ,,Om erover te praten. Persoonlijk van hem horen hoe hij hiertoe is gekomen. Ik ben bereid tot verzoening.”

Van KNIL tot gijzelingen

Als Nederland in 1949 Nederlands-Indië opgeeft, komen duizenden Molukkers in een lastig parket. Trouw aan de kolonisator hebben ze in het Koninklijk Nederlandsch-Indisch Leger (KNIL) samen met Nederland tegen de Indonesische onafhankelijkheid gevochten. Nu de tegenstander de baas is, gaan ze een onzekere toekomst tegemoet, ook al omdat het KNIL wordt opgeheven. Een aantal van de Molukse militairen kiest ervoor tijdelijk naar Nederland te gaan om straks terug te keren naar een onafhankelijke Molukse republiek.

12.500 Molukkers – mannen, vrouwen en kinderen – belanden in 1951 in kampen in Nederland. Wat bepaald geen goed doet, is dat de Molukse militairen bij aankomst in Nederland ontslag uit het Nederlandse leger krijgen aangezegd.

Eerst zou het om een verblijf van zes maanden gaan, maar de Molukkers keren nooit terug naar de hun in het vooruitzicht gestelde republiek. Gaandeweg voelen ze zich achtergesteld en in de steek gelaten door Nederland.

De eerste generatie raakt gefrustreerd, maar laat het gebeuren. De tweede generatie ziet de pijn bij hun ouders en een aantal jonge Molukkers staat op. Er volgen meerdere acties, waarbij de gijzeling van de machinist en inzittenden van een trein bij De Punt (1977) in het vaderlandse geheugen gegrift staat. Dat is vooral vanwege de bestorming van de trein door de mariniers van de BBE, de Bijzondere Bijstandseenheid. Twee passagiers en zes kapers vinden daarbij de dood. Tegelijk met de treinreizigers werden ook kinderen en leerkrachten in een basisschool in Bovensmilde gegijzeld.

Daarna volgt nog de gijzeling in het provinciehuis in Assen in 1978. De overheid grijpt nog dezelfde dag in: twee doden.

Na al dat geweld ontstaat langzaam wederzijds begrip. De Molukse gemeenschap begrijpt dat geweld haar situatie niet verbetert en dat een onafhankelijke republiek een illusie is. De overheid maakt bovendien werk van het verbeteren van de positie van de Molukkers in de samenleving.  

  1. Vilein? Schrijf toch normaal Eus, wreed of vals kan ook
    Brieven met Eus

    Vilein? Schrijf toch normaal Eus, wreed of vals kan ook

    Brieven van lezers, boos op het nieuws of het juist roerend eens met wat deze krant schrijft. We ontvangen ze elke dag. Een bloemlezing van wat onze lezer bezighoudt, siert dagelijks de brievenpagina. Columnist Özcan Akyol vraagt zich in de videoreeks Brieven met Eus af wat krantenlezers ertoe brengt hun woede of passie van zich af te schrijven. Vandaag is hij op bezoek bij Ferry, die vindt dat hij zulke moeilijke woorden gebruikt.