Volledig scherm
Maarten Houben, voorzitter van de programmaraad integrale aanpak jihadisme Oost-Brabant en burgemeester van Nuenen © Rene Manders

375 Oost-Brabanders getraind in herkennen signalen radicalisering

EINDHOVEN - Ook in Oost-Brabant speuren instanties naar tekenen van radicalisering. 'De dreiging is in de regio vergelijkbaar met de rest van het land, maar de aanpak is in deze regio verder gevorderd'.

Een Nederlandse, blanke man met PTSS die onder begeleiding ergens in Oost-Brabant woont, vormt op dit moment een serieus te nemen terrorismerisico. Ook een leerlinge van nog geen twintig jaar, 'van een school waar vroeger alleen maar hockeyers zaten', wordt in de gaten gehouden. 

Het zijn zeker niet alleen moslims die in deze regio zorgen voor terrorismedreiging, wil Maarten Houben maar zeggen. Hij is voorzitter van de programmaraad integrale aanpak jihadisme Oost-Brabant en burgemeester van Nuenen. Beide personen die hij aanhaalt, hebben geen moslim-achtergrond. ,,De man in kwestie voelt zich wel aangetrokken tot IS, maar is met geen mogelijkheid aan een achtergrond in de islam te linken. En hij is zeker, zeker geen uitzondering."

Samenwerking
Voor het eerst sinds de oprichting van de programmaraad - begin 2015 - spreekt hij uitgebreid over de aanpak van radicalisering. De raad zorgt dat gemeenten weten hoe ze extremisme en radicalisering moeten signaleren en aankaarten. In het orgaan zijn naast de gemeenten Eindhoven, Helmond, Oss en Den Bosch ook het Openbaar Ministerie (OM), politie, en Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid vertegenwoordigd. Met tien tot twaalf man komen ze eens per maand bijeen in Eindhoven of Den Bosch. De samenwerking is in Nederland zeldzaam in haar soort en min of meer gebaseerd op de aanpak in de regio Den Haag. 

Het achterste van zijn tong laat Houben over de aanpak niet zien. Dat geldt ook voor Frank Hustin, die namens het Regiobureau Integrale Veiligheid Oost-Brabant in de programmaraad spreekt. Zijn organisatie ondersteunt de 38 Oost-Brabantse gemeenten bij veiligheidsvraagstukken. Ze pleiten voor meer openheid over terrorismedreiging, maar mogen en kunnen veel niet delen. 

Risicogevallen
Het herkennen van echte risicogevallen zonder alarm te slaan over 'iedereen die een baard laat groeien' is het lastigst, zegt Houben. De dreiging is hier niet groter dan in de rest van het land, meent zowel hij als Hustin. ,,Ik zou me geen zorgen maken, maar wel alert zijn", zegt Houben.  Een maand geleden verklaarde hij dat de nationale veiligheidsdiensten in Oost-Brabant zestig moslimextremisten in de gaten houden. Dat wil hij wat corrigeren. De dreiging komt volgens Houben in meerdere gevallen - aantallen noemt hij niet - helemaal niet van moslims. En het aantal zestig heeft betrekking op dossiers, niet per se op personen. ,,Dat kunnen mensen zijn, maar ook organisaties en panden." Op de vraag of in Oost-Brabant incidenten of aanslagen zijn voorkomen, wil hij niet ingaan. ,,Daar gaat de raad niet over. En als het zo was, wordt dat niet verteld."

Tekst gaat verder onder de foto

Volledig scherm
Frank Hustin, Regiobureau Integrale Veiligheid Oost-Brabant © FotoMeulenhof

De regio kent geen probleembuurten, de dossiers verspreiden zich over heel Oost-Brabant. Houben: ,,Dorp of stad, dat maakt niet uit." De aanpak moet het ontstaan van zulke buurten ook voorkomen. De raad werkt ook aan het versterken van deskundigheid in de regio, het waarschuwen van de omgeving van 'uitreizigers' en het aanhalen van contacten met de islamitische gemeenschap. Dat laatste is veel werk. Het verschil tussen gemeenten is groot, merkte Houben. ,,Daar is nog een wereld te winnen."

Informatie
Als gemeenten en politie informatie over een persoon hebben verzameld, beoordeelt bij twijfel over de ernst een ‘expertisetafel’ van het Veiligheidshuis dat. Daarin zitten politie, OM, reclassering en eventueel andere instanties. De serieuze gevallen komen vervolgens op het bordje van de burgemeester, die met OM en politie een aanpak smeedt. ,,Dat kan twee tot drie weken duren", zegt Houben. ,,Je moet dan niet extremistisch worden in je beoordeling, maar serieuze zaken wel durven doordrukken. Want drie weken is dan lang. En die afweging maken, vergt veel van medewerkers."

Inmiddels zijn 375 mensen getraind in het herkennen van signalen van radicalisering en extremisme. Verdeeld over 38 gemeenten is dat 'een heel kleine eerste stap'. De trainingen variëren van een dag voor bijvoorbeeld baliemedewerkers tot drie dagen voor ervaren sociaal werkers die geregeld 'achter de deur' komen. Het sorteert al effect, zegt Houben. Zo kon hierdoor de eerder genoemde Nederlandse man zonder moslimachtergrond onder de aandacht van de veiligheidsdiensten worden gebracht. Geld voor de trainingen in 2018 wordt aangevraagd.