Volledig scherm
Boswachter Jap Smits (rechts) en boer Leo van Velthoven. © copyright Marc Bolsius

Allemaal beestjes: De boer en de boswachter hebben liever geen bonje

LEENDE - Te veel en te vroeg maaien, overbemesting en bestrijdingsmiddelen. De oorzaak van de grote afname van insecten ligt deels op het boerenerf. Om tafel met boer en boswachter. "Ik moet zo efficiënt mogelijk produceren."

Hij knikt instemmend. Meermaals tijdens het gesprek. Tegelijkertijd zie je hem denken. Het is die lichte frons op het voorhoofd die zijn bedenkingen verraadt. Leo van Velthoven is een begripvol mens, zoveel staat vast. Maar bovenal is hij boer, en dat verandert de zaak. Dus als het gaat over bedreigde insecten en hoe hij zijn boerenbedrijf zou moeten veranderen om die te beschermen, dan denkt hij mee hoor. Tot die frons volgt en hij denkt: wat kost dat allemaal? En nog belangrijker: wie betaalt dat allemaal? Verdienmodel, het woord zal regelmatig opduiken.

Vooraf is duidelijk: aan het kunststof tuinsetje op het boerenerf aan de Renhoek in Leende schuiven deze middag conflicterende belangen aan. Ga maar na. Jap Smits (63) is natuurbeheerder van Staatsbosbeheer en entomoloog, zeg maar insectendeskundige. Leo van Velthoven (47) is melkveehouder en - ook belangrijk - vader van drie studerende kinderen. De een wordt naar eigen zeggen betaald uit de staatskas. De ander moet keihard aanpoten om zijn melkveebedrijf met honderd koeien in Leende aan de gang te houden.

Allemaal beestjes

Minder muggen, vliegen of kevers. Is dat goed nieuws of juist niet? Uit onderzoek van Natuurmonumenten blijkt dat het aantal insecten in ons land in twintig jaar tijd dramatisch is afgenomen.

Deze krant gaat deze zomer met boswachters, insectentellers, wetenschappers, boeren en burgers op zoek naar antwoorden op vragen als: wordt onze natuurlijke kringloop bedreigd? Wat zijn de oorzaken van de enorme terugloop van het aantal insecten? Hoe erg is dat? En kunnen we het tij nog keren?

Dit keer aan de tuintafel met boer Leo van Velthoven en boswachter Jap Smits. Over tegengestelde belangen, overbemesting en bestrijdingsmiddelen.

Een contrast? Jazeker. Toch, van een conflict zal het niet snel komen. Smits heeft al gezegd: "Staatsbosbeheer en boeren, dat zijn buren, daar moet je geen bonje mee krijgen."

Zak grond

Voor de zekerheid zijn ze net voor het interview even bij elkaar gaan zitten. Waar nodig zijn de scherpe kantjes weggevijld. Zij aan zij krijg je nu eenmaal meer voor elkaar, is hun stellige overtuiging. En of we wel weten dat ze allebei - boswachter en boer - leven van de grond. "Dat is voor ons beiden het belangrijkste kapitaal", maakt Smits duidelijk. Van Velthoven doet er een schepje bovenop om zíjn belang te schetsen. Ooit stapte hij met een grote zak grond binnen bij de Rabobank in Leende. De vraag vooraf: neem iets mee naar de ledenraad wat zeer waardevol voor je is. Hij had niet lang hoeven nadenken. Daar stond hij dan met zijn zak versgeschepte aarde van zijn huiskavel aan de Renhoek. "Stonden ze toch een beetje raar van te kijken. Maar het is het waar hoor: grond, dat is de basis van ons bestaan als boer."

Dicht bij de grond blijven. Smits, de wat gedrongen boswachter ecologie, heeft daar met zijn bescheiden 1,70 niet zo'n moeite mee. Al veertig jaar trekt hij 's ochtends dat groenbeige uniform van Staatsbosbeheer aan en struint door de weidse landschappen van de Strabrechtse Heide en De Peel. Er dringt zich een verschil op. Je hebt boswachters met een verrekijker - dat zijn de meesten - en die met een loep. Smits is een loepkijker, heeft oog voor het kleine, voor alles wat krioelt, kruipt, vliegt. En: hij blijkt een gepassioneerd verteller. Met gemak voert hij zijn gehoor - veehouder Van Velthoven incluis - mee naar de schimmels en bacteriën in onze bodem. "Dat is de bron waarmee de hele voedselketen begint. Het is niet zichtbaar, wel meetbaar. Die bodem voedt insecten, maar ook ons als mensen." En net daar begint het te wringen. Van Velthoven: "Als boer wil ik zo goed mogelijk met de bodem omgaan om zo efficiënt mogelijk te produceren. Een akker met mais moet tussen de zestien- en achttienhonderd euro per hectare opleveren - daar gaan de kosten dan nog vanaf."

Worteleindje

Zijn boerderij, die hij in 2005 overnam van zijn vader, heeft hij ietwat liefkozend Ut Worteleindje gedoopt. "Klinkt toch lekkerder dan maatschap Van Velthoven." Op de zevenenhalve hectare huiskavel liggen nog houtwallen, haagjes en struweel. Een redelijk afwisselend landschap. Even verderop, bij de ontginningsboerderijen uit de jaren zeventig langs de Paaldijk, wordt dat wel anders. Daar liggen de akkers er monotoon en strak bij. Smits kan niet anders dan vaststellen: "Door de ruilverkaveling is het landschap enorm veranderd. Het ging vanaf de jaren zeventig om schaalvergroting. Alles is ingericht op hoge productie." Dat er sinds de Tweede Wereldoorlog aanzienlijk meer mondjes te voeden zijn in ons land, weet hij ook wel. "Het gevolg is dat insecten er niks meer te zoeken hebben. Daardoor blijven ook allerlei soorten vogels weg. Dat ligt niet alleen aan de boeren. Ook de steden en dorpen zijn alleen maar gegroeid; asfalt en industrieterreinen rukken op."

Een ander voorbeeld dan. De weilanden met gras die Van Velthoven nodig heeft als diervoeding maait hij al vroeg en vaak. Het jonge gras is eiwitrijk, goed voor zijn koeien en eiwit is duur. "Mijn koeien geven tussen de achtenhalf- en negenduizend liter melk; die moet ik efficiënt voeren." Dus maaien hij en zijn collega's letterlijk het gras voor de poten van veel insecten weg. Juist op de grasaren leggen die in het voorjaar hun eitjes en groeien hun larven op. "Wat goed is voor de larven, is slecht voor mij als boer. Dus ja, dan lopen de belangen uit elkaar. Dat vind ik ook weleens jammer."

Pleisterplaats

Het compromis tussen boeren en boswachters ligt ergens verderop. Smits stuurt zijn fourwheeldrive over de stoffige zandpaden tussen De Putberg en de Strijper Aa. Boeren pachten daar percelen van Staatsbosbeheer, op voorwaarde dat bij het maaien circa tien tot vijftien procent blijft staan. De randen rond de akkers vormen zo een pleisterplaats voor bijvoorbeeld sprinkhanen en vlinders.

Het is een bescheiden begin om het belang van insecten ook bij boeren onder de aandacht te krijgen. Smits kan niet vaak genoeg benadrukken dat we ons moeten realiseren dat insecten zo'n 88 procent vormen van de dierlijke biomassa op aarde. "Dan is het toch vreemd dat we daar tot nu toe zo weinig aandacht voor hebben. Als de gevolgen van de enorme afname van insecten zichtbaar worden, zal het besef echt doordringen."

Volledig scherm
© copyright Marc Bolsius

Pas als we het voelen, komen we in actie. Zoiets bedoelt Smits. Hij geeft een voorbeeld: de grote bijensterfte. Dat raakt fruittelers direct, omdat ze hun belangrijkste bestuivers kwijtraken. Een bestrijdingsmiddel als Mesurol, dat ook Van Velthoven jaren gebruikte om zijn mais te beschermen tegen vogelvraat van bijvoorbeeld kraaien, is dodelijk voor bijen. "Vaak wordt pas jaren later duidelijk wat het gebruik van zo'n middel als gevolgen kan hebben." Van Velthoven is ermee gestopt. Pure liefde voor de bij? Eerder een win-winsituatie, erkent hij ruiterlijk. "Ik ben gaan proberen of het zonder kan. Dat viel niet tegen, en het scheelt je toch tien euro per zak.

Zure regen

Op de verdorde graslanden heeft Smits het deze middag hard te halen als entomoloog op zoek naar bijzondere exemplaren. De droogte zorgt ervoor dat bijvoorbeeld vlinders zelfs aan de randen weinig te zoeken hebben. Erger is dat er al jaren veel insecten en vogels wegblijven. Hij somt op: het gentiaanblauwtje, de heidehommel, de mierwesp. "En vroeger trokken hier vogels als de korhoen, de grutto of zwarte stern over. Ik zie ze niet meer." Het zijn soorten die als kuikens allemaal insecteneters zijn. "Je ziet nog wel wulpen vliegen. Dat zijn vaak volwassen vogels. Die kunnen het nog wel uithouden of vliegen naar een andere plek. Kuikens zijn gebonden aan een vaste leefomgeving. Die redden het vaak niet meer."

En dan staan midden in het open veld de belangen lijnrecht tegenover elkaar. Want het door Smits zo geliefde heidelandschap wordt wel degelijk bedreigd door de ammoniakuitstoot van de boeren. "Zure regen, daar hoor je weinig meer van, maar het is nog steeds actueel." Niet dat er niks gebeurt. De uitstoot wordt teruggedrongen door luchtwassers, aangepast veevoer en het injecteren van mest. Waar Smits weet dat er nog veel meer moet gebeuren, komt Van Velthoven al om in de aangescherpte regels. "Als we werkelijk willen dat we op een andere manier landbouw gaan bedrijven, dan moet ik toch meerwaarde in mijn melk zien te brengen." Hij bedoelt: er moet een hogere prijs worden betaald voor melk, een ei, een stukje vlees. "Want hoe kan het dat alles alleen maar duurder wordt en melk niet?" Precies, het gaat om het verdienmodel.

Nu is het boswachter Smits die instemmend knikt.

Opwarming verstoort groeiproces

Die opwarming van het klimaat, daar ziet boswachter Jap Smits in natuurgebieden al de gevolgen van. Het wordt warmer, het gras gaat eerder bloeien, daardoor raakt de bodem bedekt en die blijft koeler. Insecteneitjes hebben die bodem juist nodig om op te warmen. Dat gaat niet lukken en insecten komen niet uit.