Volledig scherm
Deze week krijgen 6000 kinderen van 6 tot 14 maanden een uitnodiging voor een extra vaccinatie tegen mazelen. foto Evert Elzinga/ANP

De Bijbel verbiedt vaccinatie niet

OPINIE - Ook met een keuze voor inenting hoeven gelovigen niet los te laten dat ze afhankelijk zijn van God.

Verschillende politici, onder wie premier Mark Rutte, hebben predikanten opgeroepen hun gemeenteleden te bewegen hun kinderen te laten inenten. Met deze oproep zijn alle pijlen nu gericht op het geloof van mensen die hun kinderen niet willen laten inenten. Maar vaccinatie is eigenlijk helemaal geen thema in het christelijk geloof. De Bijbel zegt niet dat het niet mag. Omdat voorstanders zich overschreeuwen en zij mensen die kritisch tegenover vaccineren staan willen dwingen, is het toch een principieel geloofsthema geworden. Als voorstanders de discussie minder principieel zouden voeren, zouden kritische gelovigen niet het gevoel krijgen hun principes los te moeten laten.

Als predikant, en als zoon van een huisarts, staat het voor mij buiten kijf dat vaccinaties een geoorloofd middel zijn om jezelf én anderen te beschermen tegen vreselijke ziekten. In de kerk waarin ik werk, de Protestantse Kerk in Nederland, is dit geen punt van discussie, zo bevestigde onze landelijke scriba ds. Arjan Plaisier vorige week nog bij Knevel en Van den Brink. In veel kleinere protestantse 'reformatorische' kerken speelt deze discussie wel, of is van generatie op generatie het principe doorgegeven dat je je niet mag laten inenten. We vinden deze reformatorische christenen met name in de zogenaamde 'Bijbelgordel', waartoe ook het land van Heusden en Altena behoort.

Het principe om je (kinderen) niet in te laten enten is niet zozeer ontstaan uit Bijbelse overwegingen, maar eerder als reactie op de overheersende mening in de samenleving. In de 19e eeuw al trokken christenen fel van leer tegen de verafgoding in Nederland van de Engelse plattelandsarts Edward Jenner, die de inenting tegen pokken invoerde. Als reactie vonden gelovigen inenten niet meer verenigbaar met het geloof dat niet de mens het leven in de hand heeft, maar God. Later verzette een christelijk staatsman, Groen van Prinsterer, zich fel tegen het plan om vaccinatie te verplichten. Niet omdat hij nu zozeer tegen vaccinatie was, maar omdat 'de overheid wilde heersen over de gewetens van haar onderdanen'. Vaccinatie kwam zo voor gelovigen gelijk te staan aan gedwongen worden tegen het geweten in te handelen en tegen God te kiezen. Zo werd de strijd tegen inenten een principekwestie, waardoor over de inhoud niet meer gesproken kon worden.

Daarmee werd het een typisch Nederlands probleem, dat dus in wezen niet van religieuze, maar van sociale aard is.

Tijdens de huidige epidemie dreigt hetzelfde te gebeuren. In de verschillende oproepen aan predikanten om hun gelovigen te bewegen hun kinderen te laten vaccineren, voelen gelovigen zich niet vrij hun eigen gelovige overweging tegenover God te maken.

En dan krijgen ze het gevoel te worden gedwongen te kiezen tegen God. Zo krijg je in plaats van een goede afweging die ook in het voordeel van vaccinatie kan uitvallen, juist principieel verzet.

De discussie onder reformatorische christenen is dus niet gebaat bij bemoeienis van mensen van buiten, waartoe ik mijzelf ook reken. Het is vreselijk om te zien dat kinderen onnodig lijden en dat staat haaks op mijn geloof dat je kinderen moet beschermen, maar mensen zullen enkel kiezen voor vaccinatie als ze daar in eigen kring in alle vrijheid voor kunnen kiezen zonder in hun beleving tegen God te hoeven kiezen. Daarmee is ook het kind gediend. Gelukkig is daarvoor een hele respectvolle en degelijke folder in omloop, uitgegeven door de Nederlandse Patiënten Vereniging: 'Vaccinatie: voorzienigheid, vertrouwen en verantwoordelijkheid'. Deze voorlichtingsfolder is ontstaan naar aanleiding van het onderzoek van Helma Ruijs (BD, 5 juli jl.), waarin verschillende reformatorische predikanten aan het woord komen om hun gemeenteleden te helpen een eigen afweging te maken. Door deze gelovigen de ruimte te geven kunnen ze zien dat vanuit het geloof ook een andere keuze te maken is dan een principiële keuze tégen.

Want als je gelooft dat het leven komt zoals het komt uit Gods Vaderlijke hand (volgens de Heidelbergse Catechismus), dan betekent dat niet dat je lijdzaam hoeft toe te zien hoe een ziekte jouw kind treft. Dan mag je je verantwoordelijkheid nemen voor het kind, dat God jou heeft toevertrouwd en mag je besluiten al of niet in te enten in het belang van het kind. Inenting is een middel en geen doel in zichzelf dat God ons in handen geeft. Ook met een keuze voor inenting hoeven gelovigen niet los te laten dat ze in hun leven afhankelijk zijn van God, die het leven geeft en neemt (Job 1:21). God liefhebben kan dan gewoon weer samengaan met je naaste liefhebben als jezelf, en dus andere kleine en ongeboren kinderen beschermen, zoals Jezus dat bedoeld heeft.

Ds. Otto Grevink is predikant van de Protestantse wijkgemeente Ambro­siuskerk in Waalwijk (PKN), die behoort tot de classis (regionale kerkver­gadering) Heusden-Almkerk.