Volledig scherm

Recht in het Midden-Oosten

COLUMN HARRIE VERBON

Afgelopen week zijn na jaren stagnatie weer vredesonderhandelingen tussen de Palestijnse Autoriteit en Israël op gang gekomen, dankzij bemiddeling van de VS. Er is weinig optimisme dat de partijen tot een akkoord zullen komen. De Palestijnen zijn onderling verdeeld en in Israël is het vertrouwen in een permanente vrede laag. De ontwikkelingen in de Arabische buurlanden maken bovendien ieder vredesakkoord een gok, omdat bij voorbaat niet duidelijk is of deze buurlanden zich er door gebonden voelen. Dat verhindert in Nederland mensen als Van Agt niet om precies te weten wat er moet gebeuren om het Midden-Oostenconflict op te lossen. Israël moet zich eindelijk eens houden aan het internationale recht en de onderdrukking van het Palestijnse volk staken.

Wie zich enigszins verdiept in wat 'internationaal recht' is, verliest al gauw de stelligheid van Van Agt. De ongeveer vijf miljoen Palestijnen die wonen op de Westoever en in de Gazastrook zijn gewoon Arabieren die ook in Irak of Syrië hadden kunnen wonen. De Palestijnen verschillen in niets van andere Arabieren.

Er is minstens vijfhonderd jaar geen Palestijnse staat geweest tot de Oslo-akkoorden van 1993. Toch hadden de Palestijnen voordien al van de internationale gemeenschap, verenigd in de VN, de status van een volk gekregen dat recht heeft op een staat. De Koerden, een etnisch onderscheiden groep van meer dan 30 miljoen mensen die een eigen taal spreken, in tegenstelling tot de Palestijnen, hebben dit geluk nooit mogen smaken. De VN heeft het 'zelfbeschikkingsrecht' van het Koerdische volk nooit erkend.

De rechten die aan de Palestijnen zijn toegekend, vloeiden voort uit decennia lang politiek opportunisme in de Arabische wereld waarbij Israël als bliksemafleider diende voor het falen van Arabische leiders. Van Agt c.s. hebben hier geen boodschap aan. Zij pretenderen dat als Israël zich houdt aan het internationale recht de vrede in het Midden-Oosten en de Arabische wereld zal terugkeren.

Voor de 'neutrale' waarnemer die ziet dat de besluiten van de VN gekenmerkt worden door willekeur en ongerijmdheden, is dit een op zijn minst naïeve gedachte. Zo besloot de VN in te grijpen in Libië toen daar een burgeroorlog dreigde met mogelijk vele slachtoffers als gevolg. Diezelfde gemeenschap besloot echter niet in te grijpen in Syrië toen ook daar een burgeroorlog dreigde. Die is inmiddels gaande, zoals we allemaal weten, met al meer dan 100.000 slachtoffers. Nu zelfs chemische wapens zijn ingezet op de bevolking, heeft de neutrale waarnemer nog meer reden cynisch te zijn over het karakter van het 'internationaal recht'. Zowel voorstanders als tegenstanders van militaire sancties tegen het Assad-regime beroepen zich op het internationale recht.

Reacties? opinieredactie@bd.nl</p>