Volledig scherm
Agata Olejarczyk werkte bij het distributiecentrum van Jumbo in Den Bosch, waar de online bestellingen worden verwerkt. © Marc Bolsius

Undercover als arbeidsmigrant bij Jumbo in Den Bosch: dit is het verhaal van de Poolse Agata

Vijf weken lang was Agata Olejarczyk uit Polen, op verzoek van deze krant, arbeidsmigrant in Brabant. Haar onderkomen: een Polenhotel in Rosmalen. Haar werk: orderpicken bij Jumbo in Den Bosch. Dit is haar verhaal.

Soms ren ik. Bang als ik ben om ontslagen te worden. Ik ren door de gangen van het koude distributiecentrum. De norm! Ik moet de norm halen. 280 producten moet ik per uur in de kratjes zien te krijgen. Ik weet dat die richtlijn tegen me kan worden gebruikt als Jumbo dat wil. Ik ken collega’s die weg moesten omdat ze het niet haalden. Dat geeft stress.

‘Vers B’ heet het hier, in Jumbo-jargon. De supermarktketen heeft zijn distributiecentrum in Den Bosch, waar onlinebestellingen worden verwerkt, opgedeeld in een warme en een koude hal. De koude hal bestaat uit Vers A en Vers B.

Een graad of drie, vier is het binnen. Er ligt bijvoorbeeld kaas, er staat melk. Producten die mijn collega’s en ik verzamelen in kratjes en op een karretje voor ons uitduwen. Later kunnen die naar de Nederlandse klanten. We gaan gang in, gang uit. Soms wordt de kar zo zwaar dat mijn linkerhand er pijn van doet. Dan trek ik hem met twee handen achter me aan. Tijd verliezen is geen optie.

Prima beoordeeld

Zo slecht is het werk bij Jumbo niet, houd ik mezelf voor. In Polen had ik me vooraf georiënteerd. Op internetfora werd werken bij Jumbo, via uitzendbureau OTTO Work Force, prima beoordeeld. Veel mensen die al op verschillende plekken in Nederland waren zetten Jumbo bovenaan het lijstje. Ze betalen goed. Mijn Nederlandse maandsalaris bij Jumbo is vergelijkbaar met dat van een Poolse universitair opgeleide computerspecialist. En het werk van orderpickers als wij is simpel. Niet veeleisend en op een zeker moment doe je het op de automatische piloot. De sfeer op de werkvloer is gemoedelijk. Tussendoor kun je lekker met collega’s kletsen. „Vroeger werkte ik in een kas. Goed geld, maar hier is het beter”, hoor ik een van de meiden tijdens de pauze zeggen.

Maar die norm ... Hoewel er ook mensen zijn die er géén problemen mee hebben, geeft hij mij veel stress. Wie niet snel genoeg is, kan vertrekken. Ik vind het iets walgelijks. Alsof we geen personen zijn maar machines.

Quote

Tussen het pakken van een product en het scannen van een krat door hoorde ik hem de woorden uitspreken die iedere leerling vreest: ‘Ze hebben me ontslagen’

De wetenschap dat er al collega’s zijn ontslagen, verhoogt de druk. Vrijdag, op mijn vierde trainingsdag, is Szymon naar mij toe gekomen. Tussen het pakken van een product en het scannen van een krat door hoorde ik hem de woorden uitspreken die iedere leerling vreest: „Ze hebben me ontslagen.” Met een onzekere glimlach: „Blijkbaar lag mijn norm te laag.”

In onzekerheid

Laura, de vriendin van Szymon, nam daarop zelf ontslag. Ze wil niet zonder haar partner werken. Ze leverden hun badges, veiligheidsschoenen en bandjes in. Bij vertrek kregen ze te horen dat OTTO Work Force zou helpen bij het zoeken naar een nieuwe baan. Maar de dag daarop volgde een merkwaardig telefoontje: ze waren niet op hun werk verschenen en werden daarom ontslagen. Het stel snapte er niks van. Ze waren toch al de laan uitgestuurd? Een weekeinde lang verkeerden ze in onzekerheid. Was er ander werk voor ze? Waar en wanneer? Voor welk uurloon? Hoelang konden ze nog wonen op de plek die OTTO voor ze had geregeld? Maandag kregen ze te horen dat ze de volgende dag naar Den Haag zouden vertrekken. Eerst was het vertrek om 15.00 uur gepland, later werd het 07.00 uur en uiteindelijk vertrokken ze om 05.00 uur rechtstreeks naar een vier uur durende scholingsbijeenkomst op hun nieuwe werk. Pas daarna was er tijd voor huisvesting.

Tekst gaat verder onder foto

Volledig scherm
Een distributiecentrum van Jumbo (Breda), dat volgens Agata Olejarczyk lijkt op dat in Den Bosch. © ANP XTRA

Welkom in ‘de Nederlandse droom’, waarin je het van krantenjongen tot miljonair kunt schoppen. Een droom die talloze Polen najagen. Een droom die voor sommigen als een zeepbel uiteenspat, terwijl anderen bedwelmd raken door de Nederlandse vrijheden.

Welkom in het avontuur dat voor velen begint met een fles wodka in de bus. En in de bagage een etensvoorraad voor een paar weken en dozen vol zelfgedraaide sigaretten.

Niet gratis

Naar Nederland komen is niet gratis. Behalve eten heb je tickets nodig en ben je voor je Poolse woning wellicht nog huur verschuldigd. Sommigen hebben voor het werk bij Jumbo ook al nieuwe schoenen gekocht. Tijdens de werving in Polen is ons verteld dat exemplaren met een stalen neus verplicht zijn.

Maar op de eerste dag, als we ruim twee uur lang worden ingelicht over onder meer de ontstaansgeschiedenis van Jumbo en de producten en diensten, volgt voor sommigen al een teleurstelling: „Vanwege een recente controle accepteren we geen laag schoeisel op de werkvloer.” Dat de schoenen tot boven de enkel moesten reiken was ons in Polen niet verteld. Wat moest er met gloednieuwe lage schoenen gebeuren? „Helaas, dit zijn de eisen. Je mag ze een paar dagen dragen.” Otto stelt schoenen ter beschikking, tegen betaling van 25 euro borg.

Ook warme kleding moeten we zelf meenemen. De werkjasjes van Jumbo zijn alleen voor trainers, jobcoaches, teamleiders en diepvriesmedewerkers, krijg ik te horen. „Voor iedereen dus, behalve de gewone medewerkers”, antwoord ik.

Typisch Nederlands

REACTIE OTTO WORK FORCE

‘Er valt altijd iets te verbeteren’

Wij herkennen de observaties in dit artikel: er worden hoge eisen gesteld aan de medewerkers, wij hebben onze zaken goed op orde, de geboden huisvesting wordt positief beoordeeld en wij willen graag weten wat er op de werkvloer speelt.

Dit beeld wordt bevestigd door het onafhankelijk onderzoek dat wij maandelijks laten verrichten onder onze medewerkers bij JUMBO. In 2019 gaven in totaal 543 medewerkers ons een hoog rapportcijfer: gemiddeld een 8,06.

Dat neemt niet weg dat er altijd iets te verbeteren is en ook de in dit artikel genoemde verbeterpunten herkennen wij. OTTO Work Force is niet alleen de grootste internationale arbeidsbemiddelaar in Europa, we willen ook de beste zijn. Verbeterpunten pakken wij continue aan. Wat vandaag goed is, is morgen niet meer goed genoeg. Zo kunnen onze mensen het verschil maken en blijven maken.

Mijn tijdelijke woonplaats heet Rosmalen. Ik verblijf in een typisch Nederlands gebouw van bruine bakstenen, drie verdiepingen hoog. Ik noem het een hotel; Nederlanders zeggen Polenhotel.

Als ik aankom zijn bijna alle rolluiken dicht. Het hotel telt 33 tweepersoonskamers. Er zijn veel stelletjes die samen een kamer krijgen. Zelf ben ik alleen naar Nederland gekomen. Als mijn eerste kamergenoot na een paar dagen terug naar Polen gaat, wordt me duidelijk dat ze me steeds gaan verhuizen naar een andere kamer - bij iemand die ook alleen is. Om dat te voorkomen vraag ik een van de jongens die ik ken te doen alsof we een stelletje zijn. Zo houden we samen dezelfde kamer. Veel zullen we elkaar niet zien. Met onze diensten wisselen we elkaar af.

Op de door OTTO verzorgde huisvestingslocaties worden fatsoenlijke standaarden gehanteerd. Het voormalige kantoorgebouw in Rosmalen is ruim ingericht en de tussenwanden zijn gemetseld. De kamers zijn licht, goed onderhouden en behoorlijk gemeubileerd. Er is een huismeester en een schoonmaker die alles netjes houdt. Beneden is voldoende ruimte om je eigen maaltijd te koken. Zelf ben ik niet zo’n kok. Mijn avondmaal bestaat meestal uit boterhammen.

Volledig scherm
© copyright Marc Bolsius

Ook in Waalwijk, waar een hotel voor zo’n vierhonderd arbeidsmigranten staat, ga ik een keer op bezoek. De kamers daar zijn ingericht in moderne IKEA-stijl en voorzien van een keukenblok en een badkamer. Het is er mooi en comfortabel: een ware trekpleister voor tijdelijke werknemers. Er is in Waalwijk maar één minpuntje, hoor ik van bewoners: de huisbaas kan streng en bars zijn voor hen die niet in het Engels kunnen communiceren.

In Polen heb ik zelf overigens al een talentest moeten doen. Mijn Engels en Duits werden getest, maar waarom is me onduidelijk. Er zijn ook twee mensen naar Nederland gekomen die alleen maar Pools spreken.

Quote

Ook mij had het verder überhaupt weinig moeite gekost de baan bij Jumbo te krijgen. Een dag na mijn sollicita­tie kreeg ik al een telefoon­tje: wanneer ik kon beginnen?

Ook mij had het verder überhaupt weinig moeite gekost de baan bij Jumbo te krijgen. Een dag na mijn sollicitatie kreeg ik al een telefoontje: wanneer ik kon beginnen? Een hoop papierwerk volgde.

Dat Jumbo veel mensen nodig heeft komt misschien doordat het verloop hoog is. Elke week zie ik wel iemand arriveren of vertrekken - dat laatste dus zeker niet altijd uit eigen beweging.

„Ze hebben gewoon geen fatsoen. Eerst jagen ze je op kosten en dan laten ze het afweten”, zegt Rafal als hij hoort dat Marta op de tweede trainingsdag ontslagen is. In de eerste negen dagen heeft iedereen hier de status van een leerling. Een nieuwe medewerker wordt twee dagen lang onder toezicht van een trainer opgeleid. De rest van de tijd heeft hij om zijn productiviteit en effectiviteit te verbeteren. In deze beschermingsperiode zou niemand ontslagen kunnen worden. Op de tiende dag wordt het lot van de nieuweling door de jobcoaches en teamleiders beslecht. 

„Hoe kan het dan dat mijn collega al op de tweede dag ontslagen is, terwijl ze nog onder toezicht van haar trainer werkte?”, vraag ik. Het antwoord luidt dat Jumbo berekeningen maakt. Als iemand op de eerste of tweede dag een bepaald percentage van de norm niet haalt, dan kan hij zijn resultaten niet meer verbeteren.

Tekst gaat verder onder foto

Volledig scherm
Distributiecentrum van Jumbo in Breda. © ANP XTRA

Maar dat blijkt geen wet van Meden en Perzen, zie ik met eigen ogen. Terwijl Marta op haar tweede dag 130 producten per uur haalde, mocht een stel dat daarin op de vijfde dag nog niet slaagde wél blijven.

Soort loterij

De norm is toch al een soort loterij. Als je in één keer vijftien pakken kaas moet pakken, heb je geluk. Sappige orders noemen we dat op de werkvloer. Je kunt in een mum van tijd veel producten scoren. Maar heb je pech, dan moet je van allerlei verschillende producten weinig pakken en blijf je tussen de stellingen rennen.

De norm wordt altijd aangevoerd als reden voor ontslag, maar er kan ook iets anders achter zitten. In het geval van Marta waren dat misschien haar klachten.

Marta was door haar vrienden naar Nederland gehaald. Ze had alles al een maand van tevoren geregeld. Wonen bij een vriendin, dezelfde ploegen. Voor het woon-werkverkeer tussen Rosmalen en Den Bosch was de auto van een vriend beschikbaar. Ondanks eerdere slechte ervaringen met OTTO dacht ze dit keer alles perfect voor elkaar te hebben.

Maar eenmaal in Nederland werd Marta helemaal niet bij die vriendin gehuisvest. Ze kreeg ook ochtenddiensten, terwijl haar vriendin in de middagploeg werkte. Dat betekende dat ze niet met de auto meekon, maar om 02.00 uur te voet uit Rosmalen moest vertrekken om om 03.00 uur in Den Bosch klaar te staan. Op het kantoor vroeg ze om opheldering. In ferme bewoordingen zei ze wat ze van het gebrek aan competentie en organisatorische capaciteiten bij sommige mensen vond. De volgende dag kon ze haar biezen pakken. „Je voldoet niet aan de norm. Sorry, we kunnen je geen baan aanbieden. Dat was het”, aldus de jobcoach. Marta: „Als je een steentje in je schoen voelt, dan gooi je het gewoon eruit, toch?”

Quote

Pas onderweg naar Nederland kwam via een sms'je het definitie­ve adres: in Rosmalen dus. Te dicht bij Den Bosch om voor het bedrijfs­ver­voer van OTTO in aanmerking te komen.

Ook mijn eigen vervoer tussen Rosmalen en Den Bosch zorgt voor hoofdbrekens. In Polen had ik al gehoord dat OTTO alleen vervoer garandeert voor medewerkers die verder dan tien kilometer van hun werk wonen. Maar waar ik zou wonen, wist ik toen nog niet. Pas onderweg naar Nederland kwam via een sms’je het definitieve adres: in Rosmalen dus. Te dicht bij Den Bosch om voor het bedrijfsvervoer van OTTO in aanmerking te komen. Als ik om 03.00 of 05.00 uur moet beginnen staat me, net als Marta, dus een nachtelijke wandeling van veertig minuten te wachten.

Tekst gaat verder onder kader

REACTIE JUMBO

‘Het werk is fysiek zwaar’

Vandaag de dag wil de consument 24/7 boodschappen kunnen doen. Ook worden boodschappen steeds vaker online gedaan. Consumenten verwachten dat boodschappen die zij op de ene dag besteld hebben, al de volgende dag in huis hebben. Voor onze online distributiecentra in ’s-Hertogenbosch en Raalte betekent dit dat er vooral ’s nachts gewerkt moet worden om aan deze vraag te voldoen. Ook zijn werktijden afhankelijk van het aantal orders die door klanten geplaatst worden.

Door deze uitzonderlijke werktijden merken we dat het voor onze online distributiecentra lastiger is om vaste medewerkers te vinden. Dit in tegenstelling tot onze regulier distributiecentra waar 70 procent van de medewerkers vast in dienst zijn. Tegelijkertijd is er een krapte in de arbeidsmarkt. Dat is de reden waarom bij onze online distributiecentra meer arbeidsmigranten werken.

Het werk in onze online distributiecentra is fysiek zwaar en stelt zekere eisen aan de te behalen productiviteit. Bij Jumbo vinden we het belangrijk dat medewerkers prettig en veilig kunnen werken. Nieuwe medewerkers worden daarom intensief begeleid en getraind. We kunnen zo ook goed beoordelen of een medewerker geschikt is voor het werk. Als een medewerker fysiek niet in staat is om het werk te doen, dan nemen we afscheid van elkaar. Daarnaast steken we veel tijd en moeite in het creëren van een goede sfeer op de werkvloer. Dat we daar tamelijk goed in slagen, blijkt uit het feit dat medewerkers gemiddeld 30 weken in dienst blijven in onze online distributiecentra in Den Bosch en Raalte. Dit ligt ver boven het gemiddelde in de branche.

Bij Jumbo hanteren we het motto: Elke dag beter. Dit betekent dat we blijven luisteren naar adviezen en commentaren, en altijd open staan voor verbeteringen. Zeker bij een nieuwe business als online proberen we elke dag te leren. Dat geldt niet alleen ten aanzien van onze klanten, maar juist ook voor onze medewerkers. We zitten regelmatig om tafel met management, teamleiders, medewerkers en uitzendbureaus op de werkvloer om verbeterpunten te bespreken en deze door te voeren. Vanzelfsprekend blijven we dat doen.

Ik word op een lijst voor de fietsverhuur geplaatst. Ik wacht een week, ik bel, ik informeer op het kantoor: alles tevergeefs. Door een bijzondere samenloop van omstandigheden word ik uitgenodigd voor een gesprek met vertegenwoordigers van OTTO en Jumbo. Samen met vijf andere, willekeurig gekozen medewerkers moet ik vertellen wat ik van mijn werk en de huisvesting vind. Ik vertel over de fiets en twee dagen later krijg ik een telefoontje dat ze op het punt staan er een te bezorgen.

Onzichtbaar

Rosmalen bevalt me wel. Het is een leuke plaats. In mijn vrije tijd wandel ik erdoorheen. In de winkels waar ik mijn boodschappen doe is iedereen heel aardig. Maar verder is er geen contact tussen de Polen en de Nederlanders hier. Je kan zelfs de indruk krijgen dat we onzichtbaar zijn. Iedereen weet dat er Polen in Rosmalen zijn, maar niemand die ze ziet.

Op een dag sta ik met een collega een sigaretje te roken bij de voordeur als een hotelmedewerker op ons afkomt. „Dames, als jullie het niet erg vinden, ga maar aan de overkant roken, op onze parkeerplaats. Laten we onnodige interacties vermijden.” Het waarom is me niet duidelijk. Misschien heeft de eigenaar instructies gegeven. Misschien is hij bang dat mensen ons agressief vinden of zich storen aan onze feestjes. Het is speculeren.

Quote

Vaak zitten we met een paar mensen iets te drinken op onze kamers. Af en toe, als we met meer zijn, gaan we naar een kinderboer­de­rij in de buurt van het station.

We hebben regelmatig feestjes. Maar dat wil niet zeggen dat we massaal ergens staan te dansen. Vaak zitten we met een paar mensen iets te drinken op onze kamers. Af en toe, als we met meer zijn, gaan we naar een kinderboerderij in de buurt van het station. Daar staat een tafel waar we aanschuiven en soms wat muziek draaien. Er wordt ook gegamed of gekaart en op warme dagen liggen sommigen in Den Bosch aan de waterkant. Anderen gaan in Loosbroek naar de Poolse disco Luna. Ik heb boeiende gesprekken met interessante mensen en we hebben veel lol.

Het gezamenlijke leven komt vooral in de weekeinden op gang. Doordeweeks is het stil en netjes op de woonlocatie. Achter elke hoteldeur wordt een apart leven geleefd. Ook aan mij trekt de tijd voorbij zonder dat ik er erg in heb. Ik lees wat, slaap, doe boodschappen, maak aantekeningen, kruip achter mijn laptop.

Tekst gaat verder onder foto

Volledig scherm
Een medewerker in het Bredase distributiecentrum van supermarkt Jumbo. © ANP XTRA

Je kunt hier in Rosmalen zonder problemen uitslapen. Verreweg de meeste bewoners zijn rustig en goedgemanierd. Er zijn geen ruzies, problemen of geweld. De huismeester is een fijne kerel, met het hart op de juiste plaats. Streng als het nodig is, maar behulpzaam en met gevoel voor humor.

Ook mijn collega’s bij Jumbo zijn heel aardig. In totaal werken in Den Bosch zevenhonderd tijdelijke arbeidskrachten, lees ik op een dag. Circa 450 van hen zijn Pools. Er zijn ook Nederlanders - maar Nederlandse orderpickers heb ik nog niet gezien.

Iedereen lacht

Na mijn scholingsperiode ga ik gemotiveerd en met een glimlach aan het werk, vooral dankzij de collega’s. Als ze zien dat ik langer op één plek blijf staan, vragen ze wat ik zoek. Of ze leggen iets uit over mijn scanner (een apparaat dat aangeeft waar je een product kunt vinden). Ook mijn jobcoach is Pools en heel vriendelijk. Iedereen lacht. Misschien heb ik geluk, denk ik. Misschien behoor ik tot degenen die het hebben getroffen.

De omslag volgt als op een dag een stapel kratjes op mijn hoofd terechtkomt. Ze klappen ineens om, veroorzaakt door iemand die de schappen aan het vullen is. Allemaal recht op mijn hoofd. Verbijsterd loop ik eerst nog door, maar in de volgende gang merk ik dat ik langzamer ga. Ik kan me moeilijk concentreren. Ik ga naar mijn jobcoach om te vragen of ik naar huis mag. Zijn reactie is laconiek. „Het waren lege kratten. Zo erg is dat toch niet?” Naar huis gaan is niet aan de orde. Ik mag wel een kwartiertje pauze nemen, om even koffie te drinken.

Dat hij me niet serieus neemt, voelt als een grote teleurstelling. Misschien komt het doordat ik niet heb gevraagd het ongeluk te melden, via een officieel registratieformulier. Dat die mogelijkheid er is, hoor ik later van vrienden.

Quote

Thuis geef ik over en slaap ik wat. Het is de combinatie van het ongeluk en de tempera­tuur­over­gang, denk ik. Maar over de manier waarop ik word behandeld, is mijn denken definitief veranderd.

Na de korte pauze voel ik me beter, maar als ik om 10.00 uur klaar ben en de koude hal uitstap voel ik me ineens heel slecht. Het is een hete dag en het temperatuurverschil verdraag ik slecht. Thuis geef ik over en slaap ik wat. Het is de combinatie van het ongeluk en de temperatuurovergang, denk ik. Maar over de manier waarop ik word behandeld, is mijn denken definitief veranderd.

Poolse feestjes

Op Poolse feestjes hoor ik het vaak genoeg roepen: ‘Ons motto? Fuck OTTO!’ Maar welke gevoelens achter die opmerking schuilgaan, krijg je vrijwel nooit te horen. Poolse immigranten vertrouwen elkaar niet snel. Polak Polakowi wilkiem, luidt een bekend Poolse gezegde dat je in het buitenland vaak hoort. Het betekent letterlijk dat een Pool zich tegenover een andere Pool als een wolf gedraagt.

Ik hoor wel de praktische klachten. Bij Jumbo gaan die bijvoorbeeld vaak over de uren. Tussen de planning en de gemaakte werkuren zit een behoorlijk gat. Als je tot 23.00 uur staat ingeroosterd, ben je vaak al om 21.00 uur klaar. Dus mis je twee uur, die niet worden betaald. Als je om 05.00 uur begint, kun je vaak al om 10.00 uur gaan. „Het loont niet eens om daarvoor je bed uit te komen”, klaagt mijn ervaren collega Kamila.

Andersom kun je, in alle eerlijkheid, ook zeggen dat sommigen misbruik maken van OTTO en Jumbo. Door zich gemakkelijk ziek te melden bijvoorbeeld. Al duperen ze daarmee ook zichzelf, lees ik in de cao voor uitzendkrachten: de eerste dag bij ziekte wordt niet uitbetaald; vanaf de tweede dag krijg je 91 procent van je salaris.

Tekst gaat verder onder foto

Volledig scherm
Een Jumbo-distributiecentrum in Breda. © ANP XTRA

Nederlanders hebben onder de Polen geen al te beste reputatie, merk ik verder. Mijn collega Tomek meent dat we op deze planeet meer met elkaar gemeen hebben dan we denken. „Maar de Nederlanders komen van andere sterren.” Nederlanders zijn alleen maar met geld bezig, menen anderen. Terwijl in Polen ook andere waarden tellen: God, familie. Sowieso voelen velen zich achtergesteld bij immigranten uit het Midden-Oosten, ciapaci. „De eerste de beste ciapaty in een tulband heeft hier meer rechten dan wij. Die krijgt meteen een uitkering en een woning, en wij zwerven maar van het ene uitzendbureau naar het andere”, aldus Marta.

Weinig vooruitzichten

Het is misschien ook wel gemakkelijk om bij tegenslag de Nederlandse regering of de Nederlanders de schuld te geven. Maar voor velen zijn de problemen in werkelijkheid al in Polen begonnen.

Poolse arbeidsmigranten zijn vaak mensen met weinig vooruitzichten, merk ik al snel. Het zijn stelletjes die wat geld willen sparen, om thuis een beter leven op te bouwen. Of het zijn mensen die schulden willen aflossen. Soms zijn het mensen bij wie het thuis misging: het overlijden van de ouders, een echtscheiding, alimentatie.

Quote

De meesten zouden nooit weggaan als ze in Polen een kans hadden om evenveel geld voor vergelijk­baar werk te krijgen.

De meesten zouden nooit weggaan als ze in Polen een kans hadden om evenveel geld voor vergelijkbaar werk te krijgen. Zeker in kleinere stadjes zijn de mogelijkheden op de arbeidsmarkt beperkt. De banen díé er zijn leveren weinig op en geven geen voldoening. Een studie kan lang niet iedereen zich veroorloven. Dan is de verleiding tot een buitenlands avontuur groot. Je kunt hier in een week een Pools maandsalaris vergaren.

Het is ook een voedingsbodem voor de malafide praktijken van sommige uitzendbureaus. Een Poolse medewerker maalt daar niet om, als hij maar aan de uitzichtloosheid van zijn bestaan kan ontglippen. En zij die wat voorzichtiger zijn - vragen stellen, voor hun rechten opkomen - worden vaak met een smoes ontslagen.

Tekst gaat verder onder foto

Volledig scherm
© copyright Marc Bolsius

Zelf merk ik na vijf weken dat het gebrek aan verantwoordelijkheden niet goed voor me is. En ik zie het ook bij anderen. Plots komen er geen rekeningen meer, geen afspraken, geen gezeur van autoriteiten, er is geen huis om te poetsen. Het uitzendbureau regelt alles en houdt de kosten in op je salaris. Het enige wat je nog moet is werken.

Tegelijkertijd kunnen de Nederlandse vrijheden je betoveren. De legale wiet, goedkoop bier en Nederlandse swag stijgen je gemakkelijk naar het hoofd. Dat is het moment waarop velen de mist ingaan. Ze wilden inderdaad sparen, maar waarom eigenlijk zo’n haast? Wat is dat voor leven als je jezelf geen lol kunt veroorloven? Jong bier moet toch gisten? Uiteindelijk kunnen mensen maanden, zelfs jaren in het buitenland leven zonder een cent opzij te zetten.

Miezerige herinnering

Een goed salaris werkt verslavend en in de loop der tijd wordt het Poolse leven een schim, een miezerige herinnering. Dat je je thuis, je familie en je vrienden mist, blijkt niet genoeg om terug te keren. „Wil je niet terug naar Polen?”, vraag ik aan bijna iedereen die ik ontmoet. Een duidelijk antwoord krijg ik van niemand. „Weet ik niet.” „Voorlopig blijf ik hier.” „Dat zullen we nog wel zien.” Zygmunt komt met het droevigste antwoord, een wedervraag eigenlijk: „Eh ... Wat is dat voor leven, daar in Polen?”

Omwille van hun privacy zijn de namen van de mensen in dit artikel gefingeerd.

Deze publicatie is tot stand gekomen met steun van het Fonds Bijzondere Journalistieke Projecten (fondsbjp.nl).

HOOFDREDACTIONELE VERANTWOORDING DOOR LUCAS VAN HOUTERT

Van binnenuit

Sinds Polen in 2004 bij de Europese Unie kwam, is een enorme stroom arbeidsmigranten op gang gekomen. Met tienduizenden per jaar kwamen ze. Om te werken - kan onze economie nog zonder? - maar ook om te wonen. Vorig jaar, becijferde het Sociaal en Cultureel Planbureau, telde Nederland meer dan een kwart miljoen Polen. Een groot deel van hen woont en werkt in Brabant.

We hebben kranten volgeschreven over die Polen, met wie we ons leven opeens deelden. Maar altijd waren het Nederlandse journalisten die de reportage maakten. Altijd konden we de wereld van de Polen alleen van buitenaf, via Nederlandse ogen zien.

Op oudejaarsdag stuurden we vanuit het Brabants Dagblad een mailtje naar de universiteit van Wroclaw, die een journalistenopleiding heeft. We kregen contact en om een lang verhaal kort te maken: eind mei arriveerde Agata. Met haar 22 jaar uitstekend passend in ons plan om een maand lang te leven en te werken als een Pool in Brabant, zonder dat iemand wist dat ze journalist is en haar bevindingen zou publiceren.

Het doel was niet schandalen op de werkvloer bloot te leggen; het doel was simpelweg te laten zien hoe het leven van een Pool in Brabant eruitziet. Maar dit keer van binnenuit.

In samenwerking met indebuurt Den Bosch