Volledig scherm
Lisette van der Geest na haar tien kilometer © Pim Ras Fotografie

Zó voelt het om de 10 kilometer te rijden: 'Ik proef een beetje bloed'

Morgen kan Sven Kramer zijn status als schaatslegende definitief vestigen: bij winst op de tien kilometer is zijn oeuvre compleet. Het lijkt hem soms zo makkelijk af te gaan, de 'tien'. Maar in werkelijkheid is het een draak van een afstand, ondervond Lisette van der Geest, oud-schaatsster en nu sportjournalist voor deze krant.  'Mijn spieren verkrampen, gedachten worden vager. Als in een roes.'

Door Lisette van der Geest

Toen ik bijna zes jaar geleden stopte met mijn profcarrière bedacht ik twee dingen: ik ga nooit meer fietsen in de regen en ik schaats nooit meer een wedstrijd. Dat eerste bleek lastig in Nederland, zelfs als je maar een paar keer per jaar op de racefiets stapt. Maar het tweede doel hield ik heel lang vol. Tot ik met een paar mannen om tafel zat.

,,Hoe tof is het om, als we een bijlage maken met als hoofdthema 'de 10', 'm zelf ook te rijden? Dan kun je vertellen hoe het is en wat die gasten doormaken." Aldus Thijs Zonneveld, mijn - sindsdien iets minder gewaardeerde - collega die opgetogen mijn kant opkeek en niet lang daarna heftig protesteerde toen ik zei dat hij het zelf maar moest doen. Het rotte voor mij: Thijs kreeg van vier kanten bijval. Ik ben de oud-schaatser.

Ik zou makkelijker ongetraind 200 kilometer fietsen dan 10 kilometer schaatsen. De 10 is geen vrouwenafstand en staat niet op het gangbare (inter)nationale wedstrijdprogramma. En reken maar dat Sven Kramer de 10 straks op heel veel fronten anders ervaart dan ik, die af en toe eens schaats, hardloop of kickboks, mits ik in het land ben en mijn werk het toelaat. Maar ik weet wél hoe het is om af te zien in schaatshoeken. Ik weet wat erbij komt kijken. En ik weet nog precies het verschil tussen de uitdagingen tijdens een 1500 meter en die op een lange afstand. Niemand van onze journalisten die het beter kan benaderen dan ik.

(Tekst loopt door onder de foto)

Volledig scherm
Lisette van der Geest maakt zich klaar voor haar 10.000 meter. © Pim Ras Fotografie

Capje

Go to the start. Ready. Go.

Sta je dan voor het eerst in zes jaar weer met je capje op je hoofd. Alles voor de tijdswinst. Na een paar weken tevergeefs protesteren zei ik: ,,Dan wel op een ijsbaan als Thialf of sneller'', met hoop op een reisje Calgary. Het werd toch Heerenveen. Ik had me voorgenomen extra te trainen, maar vaak kwam werk tussendoor. Tijdens een handbaltoernooi in Duitsland is het bijvoorbeeld lastig om te schaatsen en ook al stond ik bij diverse schaatswedstrijden naast de baan, dat betekent nog niet dat ik er ook óp mocht.

Als ik maar niet moet lachen bij de startprocedure, dacht ik nog. Dat lachen gebeurde ook veel in de voorgaande weken. Gek genoeg vonden alle 'leken' het een ontzettend interessant en goed project en begonnen álle (oud-)schaatsers die ik durfde in te lichten direct heel hard te lachen voordat ze me voor gek verklaarden. Waar ik trouwens vrolijk aan meedeed. Maar het toont wel aan dat de perceptie anders is.

Een vriend van mij, ook oud-schaatser: ,,Het zou voor mij reden zijn om ontslag te nemen.'' Een ander: ,,Heb je al contact opgenomen met de Russen voor medische bijstand?'' En ik kreeg via een vriend een internationaal wedstrijdpak te leen van de nationale bond, ook goed voor voldoende hilariteit.

Volledig scherm
© Pim Ras Fotografie

PR

De eerste passen gaan automatisch. Starten verleer je niet. Het enige positieve dat ik kan bedenken als de 25 nog op het bord staat, is dat ik nu als debutant in ieder geval zelfs na mijn carrière nog een pr zal rijden. Paulien van Deutekom, de wereldkampioene allround van 2008, schaatste in haar juniorentijd het officieuze wereldrecord op deze afstand. Zij adviseerde vooraf om zo lang mogelijk uit te stellen om naar het rondebord te kijken. ,,Rondje voor rondje rijden'', zei ze. Nu al mislukt.

Sven Kramer negeert het rondebord in eerste instantie ook liever zoveel mogelijk. ,,Al weet je ondertussen eigenlijk donders goed hoe ver je bent'', zei hij eerder dit seizoen. Sinds de WK in Gangneung een jaar geleden weet hij al exact hoe hij zijn olympische race wil indelen. Maar wat is voor mij reëel? Hoog in de bocht in Thialf hangt het baanrecord van Carien Kleibeuker: 14.39,76. Dat is het tegenovergestelde van reëel.

Ik ging voor een maximale fietstest langs bij Diane Valkenburg, onder meer meervoudig wereldkampioen achtervolging. Sinds ze is gestopt, is ze fulltime bewegingswetenschapster en neemt ze testen af. Net als het gros van de bekende Nederlandse schaatsers reed zij trouwens nooit een 10.

Quote

Er is geen duursport zoals schaatsen waarbij uithou­dings­ver­mo­gen en kracht op dezelfde manier worden gecombi­neerd

Lisette van der Geest

251, het wattage dat ik op de fiets bij Diane wegtrapte, is 100 minder dan toen ik wereldbekerwedstrijden reed. Dat is een groot verschil. Met mijn pr op de 5000 meter keer twee plus een normale marge van 30 seconden zou ik uitkomen op een tijd van rond de 15 minuten. Maar dat is mijn vorm van 2008. Nu ben ik niet goed getraind en mis ik ook nog eens 100 watt. 5 minuten erbij is realistisch, dachten we; 20 minuten als streeftijd.

Volledig scherm
© Pim Ras Fotografie

Uithoudingsvermogen en kracht

Er is geen duursport zoals schaatsen waarbij uithoudingsvermogen en kracht op dezelfde manier worden gecombineerd. Bij hardlopen en fietsen zijn de krachten lager, schaatsers verzuren veel sneller door de statische belasting. Het moment van ontspanning is heel kort. Met minder vermogen in mijn benen is het moeilijker om een kleine kniehoek te houden en de bochten door te komen. En ik wil wel semi-diep zitten, niet rijden alsof ik een toertocht doe. Diane: ,,Vooral die bochten maken het zwaar. Je krijgt centrifugaal krachten op je lichaam die jou eigenlijk de boarding in willen drukken, maar daar moet je tegenin hangen.''

(Tekst loopt door onder de foto)

Volledig scherm
© Pim Ras Fotografie

Bloed

Ik proef een beetje bloed, zoals na een 1500 meter ook weleens gebeurde. Mijn spieren verkrampen al sinds zeker vijf ronden. Exact weet ik het niet, gedachten worden vager tijdens het rijden van wedstrijden. Als in een roes. Nog tien ronden, wordt er geroepen. Het belangrijkste is het houden van ritme in de bocht, om op hoog tempo effectief door te blijven stappen, maar dat is lastig als de vermoeidheid en de verzuring toenemen. Ik rijd rondjes onder mijn streeftijd, maar mijn rug speelt op. Ik ben niet gewend zo lang diep te zitten.

Een maand geleden appte ik met Bob de Jong, een oud-ploeggenoot en olympisch kampioen op deze afstand in Turijn. Hij schaatste al bijna honderd keer een 10 kilometer. Zijn eerste reactie op mijn mededeling dat ik een 10 ging rijden was: 'Lopen zeker?', alsof ik het verkeerd had getikt. Daarna kwamen de trainingsadviezen én het advies waar ik tijdens het schaatsen uiteindelijk de meeste behoefte aan heb: 'Een keer rechtop komen tijdens de race heb ik ook gedaan tijdens het OKT in 2005'. In Turijn stonden de fans van Bob bij zijn olympische race vervolgens met de tekst: 'Bob niet rechtop'.

Ik ga wél rechtop. En anderhalve ronde later weer. En weer.

Quote

De eerste reactie van Bob de Jong op mijn mededeling dat ik een 10 ging rijden was: 'Lopen zeker?', alsof ik het verkeerd had getikt

Van der Geest

Schaatsers krijgen de meeste weerstand van de lucht. Hoe dieper een schaatser zit, des te beter. Bovendien moet een schaatser een hoek maken met het been om te kunnen strekken en afzetten, anders komt hij niet vooruit. Bij sprinters is het van groter belang om diep te zitten. Want hoe sneller het gaat, des te groter de luchtweerstand. Bij langere afstanden draait het om de afweging: dieper is aerodynamischer, maar de statische belasting moet gedurende die tijd wel vol te houden zijn. Daarom is de kniehoek van Kramer bijvoorbeeld kleiner op de 1500 meter dan tijdens de 10 kilometer.

Met nog vijf ronden te gaan wordt het leuker. Op dit punt versnelt zowel Kramer als Jorrit Bergsma soms iets. Dan wordt de 10 kilometer eindelijk veilig. Dat geldt ook voor mij.

De truc is eigenlijk zo vlak mogelijk te rijden en wel maximaal te belasten, versnellingen kosten namelijk meer energie. Maar schat maar eens exact in wat de juiste rondetijd bij de vorm van de dag is. En sommige schaatsers, met Bob de Jong als goed voorbeeld, hervinden zichzelf halverwege een race.

Na afloop grapt ijsmeester Beert Boomsma dat hij er nu nog wel een bord bij zal hangen onder het baanrecordoverzicht met mijn eindtijd: 17.50,48. Sneller dan vooraf gedacht, pijnlijk genoeg om toch weer te willen beweren: ik ga nooit meer wedstrijden rijden. Of in de regen fietsen.

Bekijk hier alle video’s van Studio Korea, met interviews, voorbeschouwingen en reportages van onder anderen Thijs Zonneveld, Gianni Romme en Hidde van Warmerdam.

Volledig scherm
Na 17 minuten en 50 seconden afzien is het voorbij. © Pim Ras Fotografie