Volledig scherm
Op het terrein van de jachtwerf staan ketels die worden gebruikt voor de productie van synthetische drugs. © Bart Meesters

Bestuurders klagen steen en been over privacywetten die aanpak criminaliteit bemoeilijken

Het gevecht tegen de Brabantse drugsindustrie wordt bemoeilijkt door privacywetten en andere regels waar ‘criminele lui’ van profiteren. Bestuurders klagen er steen en been over.

In de vroege ochtend van 4 april 2018 valt de politie binnen in woningen en bedrijfspanden in Den Bosch, Rosmalen, Eindhoven, Oirschot en Oostelbeers. Er worden zes verdachten aangehouden, allemaal betrokken bij het maken van synthetische drugs. Dat deden ze niet zo heel dicht bij huis: het spoor leidt de politie naar twee omvangrijke drugslaboratoria in Friesland en Drenthe.

Ondermijnende criminaliteit

In het persbericht dat de politie Oost-Brabant later die dag de wereld instuurt, voegt ze een paar alinea’s toe over de ondermijnende criminaliteit, een ‘complex probleem dat deels zichtbaar en grotendeels onzichtbaar is’. De zes aanhoudingen en de vondst van de twee drugslabs vormen een ‘geweldig resultaat’, zegt de Bossche politiechef Dianne van Gameren in het persbericht.

Als vanouds staan hier de schijnwerpers op de politie, maar in werkelijkheid is de actie een geslaagd voorbeeld van de manier waarop de samenwerkende overheidsinstanties het Brabantse drugsmonster te lijf willen gaan. Een integrale aanpak, zo heet dat al een jaar of vijf. Maar wat is integraal en hoe krijgt die samenwerking in de praktijk gestalte?

In 2015 is voor iedere Brabantse gemeente een ondermijningsbeeld gemaakt. Wat voor georganiseerde criminaliteit herbergt de gemeente? Wie zijn de hoofdrolspelers? Hoe lopen de lijntjes? Wat voor typische fenomenen zijn er? Is er een motorclub die aan de touwtjes trekt? Een criminele familie die al decennia naast de pot piest? Zet al die ondermijningsbeelden bij elkaar en je hebt een staalkaart van de Brabantse misdaad. Dat wil zeggen: van dat moment. Want als crimineel A morgen een nieuw liefje oppikt, kan dat zomaar serieuze gevolgen hebben voor de verhoudingen in de lokale onderwereld. Het is dus zaak om te zorgen voor ‘dynamische ondermijningsbeelden’, toegesneden op specifieke thema’s en regio’s.

Die klus ligt bij het Regionaal Informatie- en Expertisecentrum (RIEC). In Brabant zijn er twee: eentje voor West-Brabant en eentje voor Oost-Brabant. De Brabantse ondermijningsbeelden komen uit de koker van de analisten van beide RIEC’s.

Quote

De regels maken het criminele lui te makkelijk

Wim van de Donk, Commissaris van de koning

Eén overheid

Met de ondermijningsbeelden kunnen de verschillende overheidsinstanties aan de slag. Ze kunnen bepalen welke criminelen of welke families aangepakt moeten worden. Allemaal vanuit de vaste overtuiging dat dat alleen gaat lukken als de overheid zich daadwerkelijk opstelt als één overheid: één voor allen, allen voor één. ,,De belangrijkste troef van de overheid is informatie”, zegt de Tilburgse burgemeester Theo Weterings. Maar wat bij de Belastingdienst in het computersysteem zit, mag de politie niet weten. En wat de gemeente allemaal weet van criminele familie A mag ze niet zomaar prijsgeven aan de politie. Privacywetten staan het delen van zulke informatie in de weg. Tot ergernis van bestuurders. ‘We lijken gekke Henkie wel”, verzuchtte de Eindhovense burgemeester John Jorritsma al eens. ,,De regels maken het criminele lui te makkelijk”, zei commissaris van de koning Wim van de Donk bij Buitenhof. In Tilburg haalde hij vorige week fel uit naar het ‘verstikkende en fnuikende systeem’ waarbinnen politie en justitie hun werk moeten doen.

(Tekst gaat verder onder de podcast over ondermijning)

Protocollen

Maar er is een manier om toch informatie te kunnen delen met de partners. Die weg loopt via het RIEC. Gemeenten, politie, justitie, Belastingdienst en FIOD hebben samen een convenant opgesteld dat het mogelijk maakt om alle informatie die van belang is met elkaar te delen. Makkelijk gaat dat niet. Integendeel. Er zijn uitgebreide privacyprotocollen, de weg is bezaaid met angels en voetklemmen. Wie de moeite neemt om zo’n protocol door te worstelen, proeft de respectabele bedoelingen van de wetgever -privacy is een groot goed-, maar snapt ook meteen waarom het zo lastig is om grote criminelen in de kladden te grijpen.

Informatie mag alleen gedeeld worden als er een vermoeden is van georganiseerde criminaliteit. De partij die het voorstel doet om met zijn allen achter verdachte A aan te gaan -een signaal inbrengt, heet dat in het ondermijningsjargon- , moet schriftelijk motiveren waarom daar de hulp van anderen voor nodig is. Als zo’n signaal het eerste ambtelijk overleg overleeft, gaat het verder naar de ‘driehoek-plus’. Hierin zitten de burgemeester, een politiechef, een officier van justitie en een vertegenwoordiger van de Belastingdienst. Zij bepalen of deze casus inderdaad wordt opgepakt. In de praktijk hangt dat vooral af van de vraag of alle partijen genoeg capaciteit hebben om aan de slag te gaan met de zaak, wat bepaald geen vanzelfsprekendheid is. Hoe dan ook: in Oost-Brabant lopen nu zo’n 120 casussen en in West-Brabant ‘bijna 100’.

Capaciteit

De betrokken partijen kunnen steeds beter inschatten of het haalbaar is om een onderzoek werkelijk op te pakken, zegt Mark Lemmens, programmaleider Ondermijnende Criminaliteit bij de gemeente Den Bosch. ,,Dat een van de partners toch geen capaciteit kan leveren, gebeurt minder en minder. Omdat die vraag nu veel nadrukkelijker van tevoren op tafel komt te liggen. Maar we hebben hier bijvoorbeeld ook een zaak lopen waarin we te maken hebben met meer dan vijftig personen. Je snapt dat zo’n onderzoek gewoon heel lang loopt.”

De Brabanders die drugslabs runden in Friesland en Drenthe, zijn op 2 mei veroordeeld door de rechtbank Oost-Brabant. De Bossche hoofdverdachte kreeg drie jaar cel en ook zijn handlangers moeten de gevangenis in. De Belastingdienst kijkt of er in fiscaal opzicht nog wat te halen valt. Burgemeesters en andere bestuurders blijven ondertussen lobbyen voor het opruimen van de privacywetten die een soepelere informatiedeling in de weg staan. Dat de Raad van State in april betwijfelde of het wel noodzakelijk is om die wetten aan te passen, was een ‘stevige domper’ voor de bestuurders. ,,Theoretisch geklets”, zo liet de Eindhovense burgemeester John Jorritsma zich ontvallen. De lobby om minister Grapperhaus toch te bewegen tot actie, draait ondertussen op volle toeren. Tot die tijd blijft de overheid slalommen langs de paaltjes die ze zelf op de piste heeft gezet.

Wat is ondermijning precies?