Volledig scherm
Q-koortsslachtoffer Albert Bressers. © ADR

De huisarts zei: 'Ik ben ook wel eens moe'

‘Hij is toch 88 geworden.’ Als mensen dat over Albert Bressers zeggen, wordt dochter Liesbeth altijd een beetje boos. De manier waarop hij overleed was onmenselijk, vertelt ze.

Nog zoiets dat steekt: toen Albert driekwart jaar voor zijn dood voor het eerst naar de dokter ging, werd hij niet eens serieus genomen. ,,Mijn vader had geen eetlust meer, viel af en was enorm moe. Soms ging hij wandelen met de hond en moest hij door anderen thuisgebracht worden. Hij kon niet meer verder, dat vonden mensen dan zielig. Maar de huisarts, waar hij bijna nooit kwam, sloeg er geen acht op. Hij zei: ‘Ik ben ook wel eens moe en dan ben ik nog niet eens 87, net als u.’ Mijn vader is nog een paar keer teruggeweest.”

Aan Q-koorts werd kennelijk geen moment gedacht, terwijl Albert Bressers toch echt in Berghem woonde, op een steenworp van Herpen - het epicentrum van de Q-koorts. ,,We hebben daarover nog een brief gehad van het ministerie”, zegt Liesbeth Gielis, die haar vader te langen leste maar naar haar eigen huisarts meenam. Die dacht wél aan Q-koorts. ,,Nog altijd ben ik voor mijn huisarts de dochter van de Q-koortsvader.”

Gehuild
Albert Bressers heeft in die tijd verschrikkelijk veel gehuild, weet Liesbeth nog goed. ,,Omdat hij niet meer voor mijn moeder kon zorgen. Zij heeft een spierziekte. Mijn vader deed heel veel. Dat was al zo in onze jeugd. Mijn broer en ik hebben het thuis altijd heel fijn gehad. Mijn vader zorgde dat we ondanks de handicap van mijn moeder toch naar pretparken konden, en andere dagjes uit. Op foto’s zie ik nu dat hij de tassen altijd droeg. Hij heeft mam altijd een klein beetje verwend.”

Na de diagnose beginnen de ziekenhuisbezoekjes. Liesbeth gaat als chauffeur vaak mee. Maar wat Q-koorts precies is en wat er aan de hand is, daar wordt volgens haar niet over gesproken. Ook niet als Albert, die tijdens zijn werkzame leven monteur was in tapijtfabriek Bergoss, vijf weken lang wordt opgenomen. ,,We zagen wel dat hij steeds minder kon. Hij kon bijvoorbeeld niet meer zelf eten. Daar zijn we hem bij gaan helpen. We waren steeds voorbereid op een slechtnieuwsgesprek met de specialist, maar dat kwam niet.

Morfine
‘Hij gaat hier niet van dood’, zei de specialist.” Na vijf weken verhuisde Albert Bressers naar woonzorgcentrum De Wellen. Tijdens die verhuizing, per ambulance, zei hij tegen z’n dochter: ‘Dit wordt mijn laatste plekje’. Zij kon zich daar toen nog weinig bij voorstellen.

Maar twee weken later is de vader van Liesbeth, tevens opa van vijf kleinkinderen, dood. ,,In De Wellen kon hij niets meer. Hij was helemaal verzwakt. Na een week zeiden ze: ‘Zullen we niet stoppen met de voeding?’ Wij hebben toen beslist dat niet te doen. De arts had gezegd dat hij niet dood zou gaan. Het was allemaal zo tegenstrijdig.”

Maar toen haar vader bleef lijden was morfine toedienen eigenlijk nog de enige mogelijkheid. Liesbeth en haar broer waren erbij toen hun vader zijn laatste adem uitblies - naar ze later hoorden als 25ste dodelijke Q-koortsslachtoffer. ,,Het zit me nog wel erg hoog. Omdat ze die man zo lang aan het lijntje hebben gehouden. En wij konden niets doen.”

Bekijk het digitale monument voor de Q-koortsslachtoffers.