Volledig scherm
Jetta Kleinsma.

Overeenkomst getekend: Tilburg start op 1 september met experiment soepelere bijstand

UPDATETILBURG - Vier gemeenten hebben maandag van staatssecretaris Jetta Klijnsma (PvdA, Sociale Zaken) toestemming gekregen om te beginnen met hun experiment met het soepeler behandelen van bijstandsgerechtigden. Het gaat om Tilburg, Groningen Deventer en Wageningen. In Tilburg wil de gemeente op 1 september beginnen.

,,Wij willen niet alleen meten hoeveel bijstandsgerechtigden uitstromen naar werk, maar ook meten of ze wel varen bij meer vrijwilligerswerk of dagbesteding", aldus een Tilburgse gemeentewoordvoerder. Bij het experiment in Tilburg staat vertrouwen centraal, 'als alternatief voor het huidige systeem van eigen verantwoordelijkheid en een systeem van eisen en verplichtingen'.

Losse schroeven

In mei stond de proef in Tilburg nog even op losse schroeven toen de staatssecretaris na 1,5 jaar van onderling overleg over essentiële punten, de opzet van de proeven plotseling afwees. De Tilburgse wethouder Erik de Ridder (CDA, Arbeidsmarkt) gaf aan dat de stad toch door zou gaan met het experiment en na telefonisch overleg met de staatssecretaris ging zij toch akkoord met het Tilburgse experiment.

Kopgroep

De vier gemeenten vormen de kopgroep van in totaal 25 Nederlandse gemeenten die staan te trappelen om hiermee te gaan experimenten: wie weet gaan bijstandsgerechtigden wel beter hun best doen als ze vrijer worden gelaten. 'We weten het eigenlijk niet, het is nooit goed onderzocht', zegt onderzoeker Timo Verlaat van de Universiteit Utrecht. En juist dat maakt dit onderzoek zo interessant.

Zeven gemeenten

In totaal hebben zeven gemeenten bij het ministerie van Sociale Zaken een aanvraag ingediend voor een proef met een soepeler bijstand. Van de overgebleven drie aanvragers - Amsterdam, Utrecht en Nijmegen - verwacht Klijnsma dat zij in de zomer hun onderzoeksopzet heeft beoordeeld.

De gemeenten mogen voor het experiment gedurende twee jaar een aantal bijstandsgerechtigden maximaal 199 euro per maand laten bijverdienen naast hun uitkering. Speciaal voor deze onderzoeken heeft Klijnsma de regels van de Participatiewet verruimd.

De gemeenten Utrecht, Wageningen, Groningen en Tilburg en hun universiteiten kondigden in 2015 aan een onderzoek te willen beginnen met de 'regelarme bijstand'. Zo kan worden achterhaald of bijstandsgerechtigden actiever worden als gemeenten soepeler met hen omgaan, bijvoorbeeld als zij niet worden gedwongen om te solliciteren of als er geen tegenprestatie van hen wordt verwacht. Ook was het idee dat zij zouden mogen bijverdienen.

Politiek gevoelig

Een soepelere bijstand ligt politiek gevoelig. Zeker toen de mogelijkheid bij te verdienen met een uitkering werd omschreven als een soort basisinkomen, een door coalitiepartij VVD verfoeid principe.

Met de Participatiewet ligt sinds 2015 de nadruk juist op een strenge aanpak, met bijvoorbeeld de verplichting voor bijstandsgerechtigden een tegenprestatie te leveren voor hun uitkering. Dat loslaten leidt vast tot parasiteren op kosten van de staat, betogen tegenstanders van een milder bijstandsregime.

Aanzienlijk minder ruimte

Omdat de voorgestelde experimenten botsten met de grenzen van de nieuwe Participatiewet, vroegen de gemeenten extra wettelijke ruimte voor hun onderzoek. September 2016 gaf Klijnsma de kaders aan, in een Algemene Maatregel van Bestuur.

Klijnsma gaf de gemeenten aanzienlijk minder ruimte dan waarom ze hadden gevraagd. De gemeenten wilden bijvoorbeeld dat in de experimenten bepaalde groepen bijstandsgerechtigden twee jaar lang mogen bijverdienen boven op hun uitkering tot het wettelijk minimumloon. Van Klijnsma mogen die bijverdiensten in het experiment maximaal 199 euro per maand bedragen. Daarbij wil zij dat gemeenten deelnemers uit het onderzoek zetten als zij zich onvoldoende inspannen om betaald werk te zoeken als ze vrij worden gelaten.