Brabantse gemeenten hebben zelf te weinig afval voor nieuwe scheidingsinstallatie
EINDHOVEN - Acht Brabantse gemeenten die samen het plan hebben opgepakt voor de bouw van een afvalscheidingsinstallatie hebben zelf te weinig restafval om van het initiatief een succes te maken. Voor een levensvatbare fabriek moeten nog meer Brabantse én Limburgse gemeenten meedoen.
Marktpartijen hebben daarvoor gewaarschuwd tijdens een informele rondgang die in opdracht van de acht gemeenten (Eindhoven, Helmond, Geldrop-Mierlo, Valkenswaard, Meierijstad, Den Bosch, Tilburg en Oss) is gemaakt.
De branche komt tot de conclusie dat voor een levensvatbare recyclingfabriek 150.000 tot 200.000 ton restafval nodig is. Als inwoners van laagbouw van de acht gemeenten zelf hun afval (blijven) scheiden, is dat niet haalbaar. Met alleen het restafval van de hoogbouw blijft het aanbod steken op circa 50.000 ton, staat in een verslag dat vorige week openbaar is gemaakt.
Huiverig voor nieuw avontuur
De waarschuwing is pikant omdat de politiek in Eindhoven, Geldrop-Mierlo en Valkenswaard na het mislukte plan voor een enzymenfabriek huiverig is voor een nieuw avontuur. De innovatieve enzymenfabriek kwam er niet omdat de veelbelovende techniek niet werkte. De drie gemeenten bleven zitten met een strop van 3 miljoen euro.
Met de genoemde capaciteit van 150.000 tot 200.000 ton wordt de fabriek groter dan de enzymenfabriek. In Geldrop-Mierlo zijn meerdere partijen in de politiek tegen een nieuw plan met vergelijkbare proporties. In Eindhoven hameren gemeenteraadsleden op de voorwaarden die zijn gesteld. Voldoende afvalaanbod is er één van. Ook grote financiële risico’s accepteren ze niet.