Volledig scherm
Eindhovenaar (64) verliest Nederlandschap: was betrokken bij genocide in Rwanda © ANP XTRA

Eindhovense genocideverdachte (64) uit Rwanda verliest Nederlanderschap voorgoed: verzweeg ernstige feiten

EINDHOVEN - De 64-jarige Eindhovense Jean Baptiste N. is voorgoed zijn Nederlanderschap kwijtgeraakt. De rechtbank Oost-Brabant besliste vrijdag dat de staatssecretaris dit terecht had besloten in 2017. Toen was de genocideverdachte het niet eens met deze beslissing en stapte naar de rechter. Uit onderzoek bleek dat de man verzweeg bij zijn asiel- en naturalisatieprocedure dat hij betrokken was bij de genocide in Rwanda.

N. is geboren in Rwanda en verblijft sinds 1999 in Nederland. In september 2006 is aan hem het Nederlanderschap verleend. Een aantal jaar geleden trok de staatssecretaris dit echter in. Volgens hem zijn er ernstige redenen om aan te nemen dat de man betrokken was bij de genocide in Rwanda in 1994. Dit heeft de man tijdens zijn toelatings- en naturalisatieprocedure niet vermeld, terwijl hij wist dat dit in die procedures van groot belang was.

De man was het er niet mee eens dat zijn Nederlanderschap werd ingetrokken. Hij maakte bezwaar tegen deze beslissing, maar dat verklaarde de staatssecretaris in september 2018 ongegrond. Vervolgens stapte de man naar de rechter. De rechtbank deed in mei 2018 uitspraak in de kwestie: de beroepszaak werd niet-ontvankelijk verklaard omdat de man ‘niet op tijd het verschuldigde griffierecht had betaald’. In hoger beroep werd die uitspraak vernietigd en is de zaak terugverwezen naar de rechtbank. 

Genocide Rwanda

De staatssecretaris kreeg informatie over de man van de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND), het Openbaar Ministerie en de Minister van Buitenlandse Zaken. Op basis hiervan mocht hij tot de conclusie komen dat er ernstige redenen zijn om te veronderstellen dat de man betrokken was bij de genocide in Rwanda. Dit verzweeg de man tijdens zijn asiel- en naturalisatieprocedure. Als deze essentiële informatie bekend was geweest, had de man geen verblijfsvergunning gekregen en was hij niet in aanmerking gekomen voor het Nederlanderschap. De rechtbank oordeelt dan ook dat de staatssecretaris terecht het Nederlanderschap introk.

De rechtbank kent de man wel een schadevergoeding toe, omdat de staatssecretaris niet binnen redelijke termijn heeft beslist op zijn bezwaar tegen de intrekking van zijn Nederlanderschap.