Volledig scherm
Tekening van Zakaria die zelf meeschreef aan dit verhaal. © Niels Guns

In de Pioenroosstraat in Eindhoven: Ingehaald door de overbuurkinderen

SerieEINDHOVEN - Vorig jaar sprak ik op een straatbarbecue kort met mijn overbuurmeisje. Ze wilde schrijfster worden, zei ze. Waarover ze dan wilde schrijven, vroeg ik. “Over alles wat ik nog niet weet”, antwoordde ze vrij geniaal na een korte overpeinzing om er lekker eigenwijs aan toe te voegen: “Ik ga jou nog inhalen.”

Sindsdien spraken we elkaar meer dan een jaar niet. Misschien wil ze wel samen met mij dit stukje schrijven, bedenk ik een dag voordat ik uiteindelijk aanbel. De goedlachse moeder doet open. De schoenen gaan uit en thee wordt geschonken. Het is oergezellig. Maar mijn overbuurmeisje is een beetje huiverig over mijn voorstel. Haar plan om schrijfster te worden, zit in de ijskast, bekent ze. “Nu wil ik graag kinderarts worden.”

Haar 9-jarige broer Zakaria zit op het puntje van de bank. Zijn vinger gaat omhoog, alsof hij in de klas zit. “Ik denk dat ik wél schrijver wil worden. En onderzoeker.”

“Mooi”, zeg ik. “Dan wil jij vast wel samen schrijven aan dit verhaal.” Zakaria knikt enthousiast van ja. Een kleine week later heeft hij zijn bijdrage paraat: “Hoi, ik ben Zakaria. Ik woon in de Pioenroosstraat. Ik vind de Pioenroosstraat een leuke straat omdat er elke dag wel wat gebeurt. Er zijn buurtfeestjes en andere leuke dingen. Er zijn veel interessante dingen in mijn straat zoals de culturen. Ik hoop dat mijn straat zo interessant blijft.”

Op zaterdag les in het Arabisch

Onder de handgeschreven brief staat een tekening van hemzelf. Eén zin heeft hij doorgestreept, met het woordje ‘fout’ ernaast: “Iedereen in de straat is ergens goed in.” Maar als we de tekst samen doornemen, concludeert Zakaria dat die zin er eigenlijk ook best in had gemogen. Het ontroert me dat hij zo goed zijn best heeft gedaan. Net als de warme deken in het huis wat met me doet. Deze kinderen zijn zo slim. En ze worden zo liefdevol opgevoed. 

Mentaal geef ik dikke pluimen aan de moeder zonder ze hardop uit te spreken. We praten verder. Over hun vakanties naar familie in Marokko. Over hoe anders het verkeer daar is, maar hoe ook hier auto’s veel te hard door de straat sjezen, zo menen ook de kinderen. Zakaria pakt er een wereldbol bij, zoekt namen van landen op en vertelt dat ze op school les hebben gekregen over hoe Babyloniërs cijfers noteerden. En, o ja, ze verstaan ook de Berbertaal Tamazight én krijgen op zaterdag les in het Arabisch. Mijn overbuurmeisje had gelijk. Sterker nog: deze kinderen hebben me al keihard ingehaald.

Wat gebeurt er eigenlijk in mijn eigen straat? Journalist Niels Guns wil het weten en gaat bij iedereen in de Pioenroosstraat op de koffie.

Volledig scherm