Volledig scherm
© Thinkstock

Officier eist dertig maanden cel tegen man uit Eindhoven met wapens

DEN BOSCH - Omdat in zijn busje en bij hem thuis verschillende wapens werden aangetroffen, moet een Eindhovenaar van de officier van justitie dertig maanden de cel in. De advocaat vraagt vrijspraak omdat de politie zich volgens hem bij de aanhouding niet aan de regels heeft gehouden.

De geruchtmakende brand in een bus vol drugschemicaliën in de Offenbachlaan in Eindhoven lag nog vers in het geheugen. Bij dat voorval hadden criminelen op 7 oktober vorig jaar met alle risico's van dien drugsafval midden in een woonwijk in de fik gestoken.

Criminelen

Twee politiemensen dachten aan dat voorval toen ze op 28 november precies zo'n Mercedes-bus zagen rijden over de Beethovenlaan in Eindhoven. Bij controle van het kenteken bleek het te gaan om een bus van een verhuurbedrijf dat volgens de politie regelmatig aan criminelen verhuurt. De bus had ook een geblindeerde laadruimte. Al met al reden genoeg voor de twee politiemensen om de bus te controleren op drugsafval. 

Vaten met chemicaliën zaten er niet in, zagen de agenten toen de bestuurder, Eindhovenaar Timmy H. (41) de achterdeur van de bus zelf opendeed. Ze zagen wel een zwarte sporttas en wilden weten wat daar in zat. H. gaf geen toestemming om de tas open te maken, maar de agenten deden dat toch. Er zat een machinegeweer in.

Munitie

Bij H. thuis vond de politie vervolgens nog meer wapens. Twee pistolen, munitie, een geluiddemper, nog een vuurwapen en een PGP-telefoon. Dat is een type telefoon dat vaak in criminele kringen wordt gebruikt omdat lange tijd de veronderstelling was dat ze niet af te luisteren zijn.

H. wilde bij de politie en ook vrijdag voor de rechtbank in Den Bosch niets verklaren over de herkomst van de wapens. Zijn advocaat Adarsh Sewgobind vond dat de politie niet zonder toestemming in de tas had mogen kijken. Voordat de politie dat doet, moet er een ‘redelijk vermoeden van schuld’ zijn.

Van tafel

Dat de agenten de link legden met drugsafval kon de advocaat nog wel enigszins begrijpen, maar toen ze geen afval in de bus zagen, hadden ze het daarbij moeten laten. De tas had dicht moeten blijven, want de politie had geen aanleiding om te vermoeden dat daar iets mis mee was. Ook had de politie H. bij zijn aanhouding moeten wijzen op zijn recht te zwijgen. Al met al was de aanhouding onrechtmatig en moest de hele zaak daarmee van tafel, betoogde de advocaat.

Officier van justitie Yorg Vermeulen vond dat de politie wel voldoende reden had om in de tas te kijken, ook al omdat H. volgens de politie duidelijk zenuwachtig was geweest en verschillende antwoorden gaf op de vraag van de politie wat erin zat. Hij wees erop dat er ook een geldtelmachine bij H. was gevonden en stelde dat er in deze zaak ‘een sterk vermoeden van wapenhandel’ is ontstaan. Hij eiste dertig maanden cel.