Volledig scherm
Radboudumc © Radboudumc

Klacht tegen artsen Radboudziekenhuis over zorg aan sterfbed patiënt

ZWOLLE/ NIJMEGEN – De familie van een in november vorig jaar overleden patiënt in het Radboudumc in Nijmegen is niet tevreden over de zorg die hem de laatste dagen is verleend. De weduwe klaagde vier artsen en een verpleegkundige aan bij het medisch tuchtcollege. 

Dat besprak de zaak vrijdag in Zwolle.

De patiënt, uit 1955, was onder behandeling voor kanker. Bij een operatie is een stuk van de dikke darm weggehaald. Die operatie is, althans volgens de weduwe, goed verlopen. 

Haar man werd overgeplaatst van de intensive care (ic) naar de medium care. Daar ontstonden complicaties, waarschijnlijk als gevolg van een ileus: een darmafsluiting. Hij moest overgeven, er is braaksel in zijn longen terechtgekomen en heel snel is hij overleden.

Nonchalant

De familie vraagt zich vooral af waarom behandelaars van die dramatisch verlopen avond en nacht niet eerder hebben gedacht aan een ileus, en waarom hun man en vader niet terug is gebracht naar de ic. ‘Dan had hij misschien nog een kans gehad’, zei zijn weduwe. Het zit haar ook dwars dat de artsen en verpleegkundige ‘nonchalant’ en ‘weinig empathisch’ overkwamen, terwijl zij en haar kinderen zeer ongerust aan het ziekbed zaten.

Het overbrengen naar de ic was geen optie meer, volgens de artsen. ‘Hij was er slecht aan toe en heeft zelf aangegeven niet meer terug te willen.’ De behandeling op de ic met beademing is zeer ingrijpend geweest. ‘Hij was er zeer helder in: dit wil ik niet meer’, zei een van hen. 

Overvallen

De weduwe ziet het anders: ‘Hij wilde in geen geval een shock meer meemaken zoals hij gehad heeft. Dat wil niet zeggen dat hij niet terug wilde naar de ic. Hij was best wel opgeruimd, niet zo zwaar op de hand.’

Zij en haar kinderen voelden zich overvallen door de drastische wijziging in het behandelbeleid, het is volgens hen ook niet goed uitgelegd. De weduwe stelt dat ze niet op de hoogte was van de kennelijk veel voorkomende complicatie toen ze toestemming gaf voor de operatie.

Voor de dienstdoende behandelaars was de snelle achteruitgang van de patiënt ook onverwacht. Ze voelen zich aangeslagen door de beschuldiging van de slechte bejegening. ‘De sfeer was gespannen’, legde een verpleegkundige uit. De klaagster: ‘Bij ons is het beeld ontstaan: iedereen was druk, hij was niet belangrijk. Ik had graag gehoord: het is niet goed gegaan, excuses waren op zijn plaats geweest.’

Het tuchtcollege oordeelt over uiterlijk zes weken of de behandelaars medische fouten hebben gemaakt.