Volledig scherm
De varkensstallen aan de Kovelsweg in Haaren. © Jeroen de Jong / PVE

Minister: ‘1.200 gestikte Haarense varkens een tragisch incident’

HAAREN/DEN HAAG - Een tragisch incident, zo noemt minister Carola Schouten van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit de sterfte op 18 juli van 1.200 varkens in een stal aan de Kovelsweg in Haaren. ‘De verstikkingsdood van dieren is afschuwelijk en moet voorkomen worden', aldus de minister. Veehouders moeten daarvoor zelf de nodige voorzorgsmaatregelen nemen. Ze gaat hierover in overleg met de varkenssector.

Dat stelt de minister in een antwoordbrief aan Tweede-Kamerlid Esther Ouwehand (Partij voor de Dieren). Die stelde in augustus 32 kritische vragen aan de minister over de massale varkenssterfte in een geautomatiseerde stal in Haaren. 

Het Brabants Dagblad bracht deze kwestie in de openbaarheid. De betrokken varkenshouder, Jeroen van Sleuwen uit Veghel, had verzuimd de dood van de dieren aan de gemeente Haaren te melden en kreeg  daarvoor een waarschuwing van de gemeente. Ook de Nederlandse Voedsel en Waren Autoriteit (NVWA) wist niet van de massale sterfte in de stal in Haaren, maar een varkensboer hoeft die dienst niet te verwittigen bij dit soort calamiteiten, aldus de minister. De ondernemer heeft de afvoer van de beesten wel bij een andere rijksdienst gemeld.  

De NVWA heeft onderzoek naar de dood van de beesten gedaan en daarover aan de minister gerapporteerd. Uit haar antwoorden aan Tweede-Kamerlid Ouwehand blijkt dat de varkens zijn gestikt omdat het ventilatiesysteem in de stal kapot was gegaan. Omdat het een geautomatiseerde stal is (een van drie stuks), is er niet continu menselijk toezicht en werd het mankement niet op tijd opgemerkt. Bij inspectie achteraf heeft de NVWA geen fouten in het nood- en alarmsysteem aangetroffen. Ook heeft de varkenshouder op geen andere wijze de regels overtreden of zijn zaken niet op orde. 

Drie keer alarm

Er zijn die fatale 18e juli wel twee waarschuwingen naar de varkensboer gegaan dat er iets niet goed ging in de stal. Daarop is iemand twee keer naar de Kovelsweg gegaan om poolshoogte te nemen, maar die kon geen mankement ontdekken. Bij het derde alarm waren de beesten al dood voordat er iemand kwam kijken. 

De Partij voor de Dieren maakt zich zorgen om volautomatische stallen in de veehouderij. Die zijn inmiddels wijd verbreid, blijkt uit antwoorden van de minister. Op 1 april 2017 telde Nederland 3.550 varkensbedrijven. Jaarlijks worden in totaal circa 15 miljoen vleesvarkens gehouden. Een inschatting vanuit het ministerie is dat meer dan 90 procent van de vleesvarkens in volautomatische stallen wordt gehouden. Hoeveel varkens er ieder jaar door dit soort calamiteiten om het leven komen, wordt niet bijgehouden.  

De minister lijkt de zorgen van Ouwehand over deze manier van boeren te delen. Zij stelt in haar antwoordbrief: ‘Ik kan mij voorstellen dat veel mensen volautomatisch machinaal voeren en drenken niet precies hetzelfde vinden als verzorging van dieren. De goede verzorging van dieren dient het uitgangspunt te zijn en kan niet geheel vervangen worden door volautomatische systemen. De systemen voor voeren en drenken zijn ter ondersteuning van een goede verzorging, maar mogen nooit de verzorging geheel overnemen’. 

Varkensboeren zijn verantwoordelijk voor die goede verzorging. Er is vanuit de overheid alleen vastgelegd dat de varkens tenminste eenmaal per dag gecontroleerd moeten worden en dat een volautomatische stal een alarmsysteem moet hebben waardoor snel ingegrepen kan worden. Schouten zegt toe om in overleg te gaan met de varkenssector over hoe tragische incidenten als in Haaren voorkomen kunnen worden.