Volledig scherm
© Getty Images/iStockphoto

Lopen: goed voor depressies

Lezers schrijven een verhaal of column over wat hen bezighoudt. Deze keer Jan van Oevelen uit Tilburg over zijn sportieve avonturen.

U kent ze wel, die tabellen waar je kunt opzoeken wat je mag wegen bij een bepaalde lichaamslengte; in de meeste damesbladen komen ze wel eens voor.

Er is niemand thuis, dus wat doe ik? Juist, zoals een 'moderne' man het betaamd zit ik in de Libelle te lezen en kom ik zo’n tabel tegen. Ik zoeken natuurlijk: en ja hoor, ik lijd aan overgewicht. Niet veel, maar toch. Het uitstekende damesblad geeft ook nog deskundig advies, vooral bestemd voor de man die een bepaalde leeftijd heeft bereikt, overdag regelmatig te maken krijgt met stress, veel zittend werk heeft en nauwelijks aan lichaamsbeweging doet. U raadt het al, een perfecte omschrijving van ondergetekende. Ik heb de juiste leeftijd en lichaamsbouw en zit dus in de gevarenzone om allerlei enge lichamelijke narigheden te krijgen. Advies van Libelle: wordt actief, ga joggen. Spanningen en depressies verdwijnen als sneeuw voor de zon. Bovendien is het goed voor hart en bloedvaten, en het lichaamsgewicht zal na enige tijd afnemen. Het artikel belooft zelfs dat je je daarna een heel ander mens voelt.

Adonis

Met het beeld van een Adonis voor ogen trek ik tegen beter weten in fluks mijn trainingspak en loopschoenen aan en ga hollend de straat op. Pats! ik ben een jogger, althans, de eerste honderd meter, daarna wordt het al snel een tobber. Met een rooie kop loop ik een blok om en probeer schielijk via het poortje onopgemerkt de achterdeur te bereiken. Helaas, de buurvrouw, zelf een fanatieke loopster en zo slank als een den, loopt me tegemoet. Geschrokken drukt ze zich plat tegen de schutting, maar ontspant zich als ze me herkent. “Jezus Jan, ik herkende je bijna niet. Aan het lopen geslagen? Goed hoor!”, zegt ze met een meewarig lachje op haar gezicht. Met de laatste adem die ik nog heb reageer ik een beetje fel: ”Mijn voornaam is Jan ... niet mijn achternaam ... en als ik Jezus had geheten ... zag ik er wel anders uit.” Eenmaal op de plaats realiseerde ik me, snakkend naar adem, de dieper betekenis van mijn uitspraak.

Psychische problemen

Een paar weken en 1000 meter verder, dacht ik eens na over mijn inspanningen die ik 2 tot 3x per week verrichtte. Wat ik al wist heb ik met eigen ogen gezien: steeds meer mensen doen het. Maar ik ben er vast van overtuigd dat ook steeds meer mensen erdoor in de problemen komen. Niet zozeer lichamelijk, vreselijke blessures en zo, maar veeleer psychisch. Ik zal vertellen waarom.

Het probleem met joggen zit ‘m vooral in de andere joggers die je tegenkomt. Ze zijn er in verschillende soorten en als je pech hebt, kom je ze allemaal tegen. Zoals mij vorige week weer eens overkwam.

Jogjunk

De eerste medejogger die ik tegenkwam, was de jogjunk. Zijn gang was ligt, even als zijn kleding die een luchtige snelle indruk op mij maakte. Zijn blik naar mij zat echter vol verholen spot. Het was volkomen duidelijk dat hij in mij de ‘middenveertiger’ herkende die zo nodig zijn conditie op moest vijzelen door zijn gewicht te verlagen en daarom een paar keer per week zich in het zweet rent. Ik groette hem niet, iets wat voor joggers onder elkaar ongebruikelijk is.

 Ik vermande mezelf en zwoegde verder in de hoop dat ik me over deze eerste psychische dip heen kon lopen. Maar zie, daar in de verte kwam een tweede dip opdagen in de gestalte van een jonge meid van een jaar of twintig die ook al zo ligt als een hinde de voor haar gebruikelijke twaalf kilometer per dag deed. Deze tweede dip is altijd erger omdat ik bij het vrouwelijk schoon altijd de schijn op wil houden dat het me helemaal geen moeite kost. Ik strekte mijn rug, trok mijn buik(je) in en maakte even wat meer vaart. Maar wat een ramp! Het bleek niet een jonge hinde te zijn maar mijn buurvrouw. “Ha die Jan. Gaat ‘t goed?” “Prima,” was mijn antwoord, en met een laatste inspanning wist ik warempel het tempo nog te verhogen ook.

Kamikazerace

 Tien meter verder keek ik vlug om. Gelukkig liep ze door. Stel je voor dat ze omgedraaid was om met me mee te lopen, dat zou tot een regelrechte kamikazerace geleid hebben omdat ik haar had willen bijhouden. Vlug liet ik het tempo weer zakken tot het gebruikelijke dribbelpasje. Normaal is zo’n dip al moeilijk te verwerken omdat ik me er zo oud door ga voelen, maar deze kwam dubbel zo hard aan.

Het ergste moest echter nog komen: ik hoorde gehol achter mij. Niets is voor een jogger zo erg als ingehaald te worden. En ik werd hoorbaar ingehaald door een andere jogger die van mijn eigen leeftijd bleek te zijn. In een flits schoot hij voorbij. Hij hijgde, steunde of kreunde niet, hij maakte zelfs geen geluid. Zijn hoofd had een normale kleur, al zweette hij wel. 

O, wat voelde ik me ellendig! Mijn depressie nam in alle hevigheid toe en mijn wankele zelfvertrouwen nog verder af. Maar nog was het niet voorbij: weer hoorde ik voetstappen achter me. De man die mij nu genadeloos achter zich liet was een zestigplusser die ik wel vaker had zien lopen. In het voorbijgaan keek hij me rustig ademend aan en zei kalm: “Gaat het een beetje jongen?” Waarschijnlijk was hij zijn bril vergeten, anders had hij wel gezien dat ik er ouder uitzag dan hij. 

Loodzwaar

Ik voelde hoe ik de grenzen van mijn psychische incasseringsvermogen begon te naderen en hoe mijn benen loodzwaar begonnen te worden. En dat terwijl ik pas twintig minuten aan het lopen was. Dit ging mis, ik voelde het. Bij het keerpunt aangekomen had mijn depressie inmiddels zorgelijke vormen aangenomen. Ik begon te twijfelen aan de zin van het leven in het algemeen en van mij in het bijzonder. Deze tocht was niet goed voor mij geweest. 

Weer thuisgekomen, liet ik de rek- en strekoefeningen achterwegen, want waarom zou ik? In de veertig minuten die ik gelopen had, was ik zowat alles kwijt geraakt: een boel vocht, mijn gevoel van eigenwaarde en de zin van het leven. Ik voelde me oud en uitgeblust. Het klopte dus precies wat in de Libelle stond: ik voelde me een héél ander mens. En als ik niet oppaste, zou ik nog de hulp in moeten roepen van een psycholoog .

In plaats daarvan heb ik me nu maar opgegeven bij Atletiek Club Waalwijk ‘66, in de hoop dat de trainers me van deze depressie af kunnen helpen en ze mij ook kunnen leren lopen zoals die andere snelheidsmaniakken en mijn buurvrouw. Dat zou mooi zijn.

Heeft u ook een verhaal of column geschreven? Stuur deze dan naar mijnbd@bd.nl