Mam, dit wil ik je heel graag zeggen...

VERHALENLieve, trotse en ontroerende lofzangen. Brabants Dagblad ontving tientallen inzendingen met een ode aan moeders. Hieronder deel 2...

Volledig scherm
Ankie van Tilborg en haar moeder. © BD/Ankie van Tilborg

Mam, heel mijn leven was je er!

Heel mijn jeugd was je er, later toen ik kinderen kreeg. We hebben samen veel tijd doorgebracht, gewoon even bij elkaar op de thee, een wandeling, samen winkelen, op je kleinkinderen passen.

Mam wil je even een broek korter maken? Al die gewone dingen, zijn ineens niet meer zo gewoon. Dat wat altijd vanzelfsprekend was, is vanaf afgelopen zomer niet meer zo. We weten al een tijd dat je niet meer beter wordt en dat we afscheid van elkaar moeten gaan nemen.

Vanaf afgelopen zomer werd alles anders. We genieten nog steeds van veel dingen maar we weten daarbij ook dan 'onze' tijd samen steeds dichter bij de einddatum komt. Dat maakt alles wat we doen bijzonder maar het doet ook pijn.

Wat je altijd was, een sterke vrouw, dat ben je nog steeds. Aan elk leven komt een einde, het is alleen heel raar en moeilijk om ernaar toe te leven en zeker als het om die ene bijzondere moeder gaat!

Ankie van Tilborg, Hilvarenbeek

Je vindt het allemaal maar heel gewoon

Volledig scherm
De moeder van mevrouw M. van Gestel. © BD/M. van Gestel

Moederdag 2018, dit jaar een speciale Moederdag omdat dit tevens jullie trouwdag is. Dit jaar 60 jaar! Dan lees ik een oproep in onze krant om iets speciaals te schrijven over je moeder. Liefst één gebeurtenis, dat is natuurlijk leuker voor de lezer. Maar ja, dan ga je denken, welke gebeurtenis is er nou zo speciaal? Want jij vindt 't allemaal maar heel gewoon.

Zoals bij alles wat je al je hele leven doet, je het allemaal gewoon vindt. En DAT vind ik nou zo speciaal. Altijd klaar staan voor 'n ander en nooit echt iets voor jezelf vraagt. Altijd aan t zorgen, zelfs nu je 91 jaar bent, sta je nog elke dag klaar voor ons pap, omdat de gezondheid aan 't afnemen is. Nooit klagen, maar gewoon doen, nog steeds elke dag koken, vroeg opstaan. Koffie voor alle mensen die op bezoek komen en dat zijn er nog steeds heel veel. Niet afhankelijk willen zijn, maar proberen alles zelf te doen. 'Ik ben tevreden en meer kun je niet zijn', zeg je dan.

In de tijd dat jij een gezin van vier kinderen had, behoorde je tot de kleine gezinnen. Jij zei dan wel eens: 'Dat ze de moeders van tien kinderen maar een lintje geven. Elke dag opnieuw de zorg voor zo'n groot huishouden.' En weer gaf jij hiermee aan dat iemand anders het meer verdiende dan jij. Maar zoals we weten bestaan er geen lintjes voor moeders. Maar mam, van mij krijg jij een lintje.

M. van Gestel

Hoe is het buiten?

Mijn moeder kwam uit Amsterdam. Na haar trouwen kwam ze in Den Bosch te wonen. Af en toe ging ze haar ouders bezoeken. Kennissen vroegen dan aan haar: ’Hoe is het buiten?’ Daar bedoelden ze ’s-Hertogenbosch mee.

Wij woonden aan de rand van het park in een groot huis. Het was een druk huishouden, vijf meisjes en een jongen. Met de hulp maakte ze het huis schoon. Mama las graag en zaterdags ging ze de stad in en dan mocht één van de kinderen mee. We kochten altijd pindarotsjes bij Jamin. Soms moest ze in de telefooncel naar huis bellen, dat de peertjes nog stonden te stoven op het petroleumstel. Mijn moeder hield van lekker eten. Ze haalde de boodschappen bij de Gruyter. Haar fiets leek een pakezel, terug moest ze lopen.

Mama had een enorme hekel aan ruzie. Ze deed alles om de vrede te bewaren. Het was een gezellige, zachtaardige moeder. Iedereen maakte een praatje met haar. Met carnaval was ze altijd naar Amsterdam. Ze kon niet tegen dat ongeregelde leven.

Vroeger naaide ze kleren voor ons. We zagen er wel apart uit met rokken, waar een kantje uit piepte en soms knalgele schoenen. Dat vonden wij niet raar, maar de klasgenootjes wel. Wij vonden dat juist heel bijzonder! Met Sinterklaas kreeg mijn moeder elk jaar een grote marsepeinen worst van mijn vader en met Pasen een mooi gedecoreerd chocolade ei.

Ze is veel te vroeg gestorven, net achtenzestig jaar.

Els Dorenbosch, Den Bosch

Je bent de liefste

Volledig scherm
Claudia van Dam wil haar moeder Käthy nog heel lang bij zich houden. © BD/Claudia van Dam

Mam, ik ben elke dag van mijn leven superblij en trots dat jij mijn moeder bent. Ik bewonder je enorme kracht, onbaatzuchtigheid en nooit aflatende positiviteit, ondanks alle ellende die je de laatste jaren hebt meegemaakt. Zowel met je eigen gezondheid als met die van pa, alle familieleden en vrienden en de verliezen die daarmee gepaard gingen. 

Iedereen zegt altijd dat zijn of haar moeder de liefste is van de hele wereld, maar dat kan niet, want dat ben jij al! 
Houd vol, want ik wil je nog heel lang bij me houden.

Kus, Claudje (Claudia van Dam, Vught)

Trappen lopen

Gordijnen maken, kokos knippen en trappen lopen. Als ik aan mijn moeder denk zijn dit drie zaken die onlosmakelijk met haar verbonden zijn. Mijn ouders hadden een woninginrichtingszaak en mijn moeder stond er eigenlijk alleen voor in de winkel. Mijn vader was bij klanten gordijnen hangen en vloerbedekking leggen en tussendoor ook nog even stoelen stofferen.

We werden een kokosspeciaalzaak. Prachtig, maar wat was het hard werken. Zonder de inbreng en kwaliteiten van mijn moeder was dat misschien niet gebeurd. Ze presteerde het om tussen de middag een warme maaltijd in elkaar te draaien, geholpen door een stoompannensysteem. Als de bel ging, draaide ze de hele handel op een klein pitje, liep zo vlug mogelijk naar beneden en kroop vaak nog over de grond om kokos op maat te knippen.

Hoe vaak gebeurde het niet dat ik tussen de middag thuis kwam uit school en direct naar de groenteboer en slager moest. 
Een gloeiende hekel had ik daaraan, maar zo ging het eind jaren zestig in de vorige eeuw. Nu terugkijkend denk ik vaak: 'Hoe heeft ze het voor elkaar gekregen allemaal?'

Op 5 mei 2005, Bevrijdingsdag, stierf ze in de armen van mijn zus en mij. 
Het was goed zo. Ze ging terug, met een grote glimlach, naar de liefde van haar leven die ze twee jaar daarvoor verloor. Ze mocht 82 jaar worden.

Een ding weet ik zeker. 
Mama... als er trappen zijn in de hemel, dan loop je iedereen eruit.

Dorita de Bekker-Vorst, Den Bosch

Schaamte

Mijn moeder, een hele lieve vrouw, werkte altijd hard voor haar gezin, zeven kinderen en een boerenbedrijf. Er waren momenten dat ik me schaamte voor mijn moeder, helaas. En dan komt er een moment dat je gebeld wordt. Je moeder is overleden, 53 jaar jong.

Ik heb het nooit meer goed kunnen maken met mijn moeder, door gewoon lief voor haar te zijn. Daarom zeg ik altijd tegen kinderen die zich schamen voor hun moeder en verkeerde dingen over haar zeggen: 'Pas op, ook eens wordt je gebeld en is je moeder ook dood en dan kan je het nooit meer goed maken.' Ik mis mijn moeder nog iedere dag.

Henk Smetsers, Kaatsheuvel

The Queen Mum

Quote

Het is genieten, en samen bladeren we door de tijd

Bep Dierckx-de Bont

Majestueus zwaait ze naar me vanachter haar raam op de zesde etage van het verzorgingstehuis waar ze woont. Ik zit beneden in mijn auto, kijk omhoog, stap uit en zwaai op goed geluk wat heen en weer met opgeheven armen waarop mijn moeder antwoordt door met de gordijnen te bewegen. Wat een slimmigheid toch weer. Terwijl ik naar huis rijd, zo’n 25 km verderop, bekruipt me steeds weer een enorm schuldgevoel: Had ik er niet wat langer kunnen blijven... 

Ik ben bij mijn moeder op bezoek met een bos knalrode gerberas, haar lievelingsbloem én kleur. Nietszeggend kijkt ze me aan met haar donkerbruine ogen. Ze is afwezig en oneindig ver weg. Na een bijna hoorbare stilte vraagt ze me welke bloemen ik voor haar meegebracht heb. Het doet pijn…ze is dichtbij, maar o zo ver weg.

Om de tijd wat te doden haal ik uit haar kast een paar oude fotoboeken, ze leeft op en weet te vertellen wie er op de foto’s staan en soms ook waar de foto genomen is. Het is genieten, en samen bladeren we door de tijd. Voordat Ik vertrek zet ik een kopje thee voor haar neer mét roze koek, streel met mijn vingers even door haar grijze zachte haren en geef haar een kus. Ik druk haar op het hart om niet te zwaaien. Het kost haar immers veel moeite om met haar rollator tot bij het raam te komen en ik zeg haar ook maar dat ik haar ‘moeilijk’ kan zien daar beneden. Ze knikt en gaat akkoord.

Het is avond en terwijl ik langzaam de parking uitrijd kijk ik tóch nog even naar boven. Majestueus zwaait ze me uit. Had ik er niet wat langer kunnen blijven…

Bep Dierckx-De Bont

Wijze les van ons moeder

Heerlijk waren de zondagmiddagen: bedekt met de mantel der liefde. De week doornemen in dialect (mijn zoon zei ook eens: 'bij oma praat jij heel anders!'), ik mis het nu!

Zoals die ene zondagmiddag. Ik kwam boos terug van boodschappen doen. De caissière had de korting vergeten, moest ik de volgende dag weer terug naar de stad. 'Waarom let ze niet op', riep ik boos. Toen sprak ons moeder, vanuit haar stoel al breiend (hoeveel carnavalsdassen heeft ze gebreid?, minstens 1000!), altijd heel vredig, niet verwijtend, maar recht voor zijn raap: 'Je moet zelf óók opletten!' Moeder, je had hartstikke gelijk. Bedankt voor deze wijze les en al je liefde!

Een dankbare dochter

Drie watermannen, zij als enige steenbok ertussen

Quote

Ze werkte hard om ons een stevige zelfstandi­ge basis te geven

Mariëlle Keetels

Geduld, veel geduld heeft ons mam. Zo werd ze 'noodgedwongen' vrijwillig kleuterleidster. Ik had namelijk al dagen de leidsters helemaal dol gemaakt met mijn huilbuien. Ze deed het niet omdat opvang nodig was. Nee, ze wilde dat ik onder de kinderen kwam. Dit alles naast haar meer dan fulltime baan als bakkersvrouw. Ook regelde ze elke zondag dat er tijd was voor leuke kinderavonturen: het Rijksmuseum, Parijs, Burgers Zoo, de Keukenhof, Friesland, de Efteling. Heel Nederland reden we door.

Geduld had ze ook toen mijn zusje werd geboren en meer zorg bleek nodig te hebben. Oefeningen doen, trainen en stapte zelfs volledig uit haar comfortzone door in de medezeggenschapsraad van school plaats te nemen. Een pittige keuze, want mijn moeder doet liever op de achtergrond haar dingen. Alles om het beste voor haar kinderen te kunnen geven.

Zelf moest ze op haar 14 e van school. Om haar ouders financieel te ondersteunen. Voor ons zorgde ze dat wij wel de mogelijkheid hadden te studeren. Ze werkte hard om de beste bijlessen te kunnen betalen. Om ons een stevige zelfstandige basis te geven.

Nu wij inmiddels denken het beter te weten, staat zij daar gelukkig boven. Ook adviezen, daarvoor zijn wij watermannen veel te eigenwijs. Maar ze blijft complimenten geven, meedenken en luistert vol geduld aan de telefoon naar onze verhalen vol met details. Vaak hele lange verhalen, waarbij soms een plaspauze nodig is. Lachend neemt ze dan de telefoon mee en luistert gewoon verder. Zo’n moeder is mijn moeder. Een stoere steenbok met een hart van goud!

Mariëlle Keetels

Wegcijferen

Mijn moeder is niet meer onder ons, sinds 28 augustus. Kanker... Maar ondanks de jarenlange pijn, stond ze altijd klaar voor anderen. Zoals die keer dat ze zelf nog herstellende was van een zware operatie en nog alleen in huis kon lopen, wou ze toch naar mijn tante toe. Die was gevallen en had wat kneuzingen. Gelukkig hebben we haar toen kunnen weerhouden te gaan. Maar zo was mijn moeder. Altijd zichzelf wegcijferen. Pijn? Ach, die is er toch, of ik nu hier ben of niet. Wond nog niet geheeld? Ach, dat zien we later wel weer.

Hannie was een lieve vrouw, moeder, oma en vriendin. We missen haar nog elke dag.

Rob Grauman

Mijn moeder

Hoe kun je een eenvoudige vrouw, die 16 kinderen kreeg, het beste waarderen of op een voetstuk zetten? Ja, een meisje nog maar die haar 2e kind verloor, die 4 maanden leefde. Uiteindelijk kreeg zij 10 dochters en nog 5 zonen. Altijd als wij het over 15 kinderen hadden, zei zij: 'Ja, eigenlijk zijn het er 16.' Stil verdriet.

Omdat ze uit een heel gewoon gezin kwam, moest ze zelf maar alles uitzoeken. Samen met haar man sloegen zij zich door de zware jaren heen. Getrouwd in 1923, hetzelfde jaar haar eerste kindje, een kerstkindje. Ze had veel liefde in zich, maar kon dat niet zo goed uiten als tegenwoordig. Altijd was alles eerst voor de kinderen en dan pas kwam ze zelf aan de beurt. 

Vindingrijk als ze was, wij kwamen ondanks dat wij met zovele waren, nooit wezenlijk iets te kort. Er waren in die tijd geen iPads, mobieltjes of iedereen een tv, maar de echte waarde van het leven heeft zij ons meegegeven. Haar gevleugelde woorden waren 'beter duur als niet te krijgen' en komen in mijn leven op allerlei gebied nog regelmatig terug. 

Jammer, toen ze het een beetje beter kregen, stierf haar man. Door de liefde van de kinderen kon ze er mee omgaan. De laatste jaren waren het mooist, als ze bij de gezinnen van haar kinderen was, zich met eenvoudige dingen laten verwennen. Na een gal-operatie had ze jarenlang last en pijn, maar haar motto was 'niet zeuren, doorgaan'. Toen je klein was zei ze altijd: 'Dat is de groei.' Daarna als volwassene: 'Het zal de overgang wel zijn.' Eigenlijk hoop ik dat ze wel heeft gevoeld hoeveel ze voor haar kinderen betekende, zeker voor mij.

Een liefhebbende dochter

Ik mis haar nog steeds

Mijn moeder is moeder van 13 kinderen en heeft altijd met heel veel zorg voor ons gezorgd. Ze is nu al 12 jaar niet meer in ons midden, en ik mis haar nog steeds. Omdat ik nu ook als moeder van drie volwassen kinderen en zes kleinkinderen weet hoe mijn moeder altijd heeft gezorgd, schrijf ik over haar hoe lief en zorgzaam ze was. Mam ik hoop dat je in het hiernamaals samen met papa geniet.

Sjan vd Zand

De moeders hebben Tilburg groot gemaakt

Tilburg, hoe het was? Dan denk ik aan mijn stad, zoals die was vlak na de oorlog, maar ook aan het Tilburg vandaag. Na de tweede wereldoorlog zag je in de textieletalages alleen nog werkhemden met opgerolde mouwen. Er was werk aan de winkel. Veel werk.

Nederland werd weer gebouwd. De Tilburgers herbouwden en vernieuwden in rap tempo, hun stad. Veel woorden die we vroeger gebruikten en te maken hadden met de textielindustrie, worden niet of nauwelijks nog gebruikt. Veel totaal nieuwe woorden wonnen terrein.

Vethol, en Duvelaar, hoor je niet meer. Schrobbelaar, kennen we nog wel. Maar dan als de benaming van een Tilburgse sterke drank. Alles ademde textiel. De draad kwijt zijn, had hier een dubbele betekenis.

Quote

Ons ‘moeder’ werd een veel bezongen heilige, maar dan eentje die je ook stevig op je puntjes wees

Willem Jonkergouw

Pa knoopte in de spinnerij de eindjes aan elkaar. Zijn vrouw deed dat thuis. De kerk beheerste zijn parochianen nog. Harde werkers, trouwe kerkgangers die zoals men zei ‘hun plichten’ deden. Trots ben ik op de vaders die in ploegendienst moest werken en zes, zeven kinderen groot brachten. Trots, zijn we op de Tilburgse kermis, zeker die van toen.

In Tilburg kende men ‘ons moeder’ die haar huishouden bestuurde, haar kroost groot kreeg. Een echt en letterlijk broodnodig matriarchaat. Niks emancipatie en rechten voor de vrouw? Wacht daar maar even mee. Die bezat ze al. Zij regelde alles. Ons ‘moeder’ werd een veel bezongen heilige, maar dan eentje die je ook stevig op je puntjes wees. Pa werkte, sliep tussendoor, en kreeg op tijd zijn traktement zijn shag of sigaar en zijn borreltje. Ze zorgde voor allemaal. Pa, noemde haar zelfs ‘moeder’ zoals hij van thuis uit gewend was. Zorg voor je omgeving was maar heel gewoon en het begrip ‘mantelzorg’ was in die tijd voorbehouden aan de stomerij.

Een generatie die Tilburg heeft opgebouwd en afscheid heeft genomen van de textiel. Waar ze ook afstand hebben genomen van het gezag de kerk, en zelfs van dat van ‘ons moeder’. Ze klaren het weer, opnieuw maar anders, pasten de stad aan. Moeders werken er nog steeds, maar het zijn meer, partners die ook hun man achter de buggy kunnen en willen zien.

Totaal anders dan die werkende moeders van toen. Toch zijn’ zij’ het die Tilburg groot hebben gemaakt. Al die moeders die hier leefden hebben hun mannen in staat gesteld om Tilburg uit te laten groeien tot wat ze het is. De zesde stad van Nederland, met een wereldvermaarde universiteit en een net zo beroemd museum. Studenten blijven hier zelfs hangen zodra ze eenmaal ‘ons moeder’ ontdekt hebben.

Een stad om je elke dag over te verwonderen. Toen we nog klein waren, waren we al groot. Een stad waar ik trots op ben. Trots, op Tilburg.

Willem Jonkergouw, Tilburg

Ons moeder

Ons moeder kwam uit een Brabants boerengezin van tien kinderen waarvan zij de oudste dochter was. Ze werd geboren in 1893, trouwde in 1922 met een boerenzoon en kregen samen twaalf kinderen. Ze was altijd opgeruimd, kon heerlijk lachen en was trots op haar grote gezin. 

Om aan twaalf kinderen ieder evenveel aandacht te geven, moest er wel eens worden geïmproviseerd en zo mocht ik op een goede dag alleen met ons moeder met de trein naar Tilburg! Ik zal een jaar of 10 zijn geweest - denk ik - en dat ik alleen mee mocht was al heel bijzonder, maar ik kreeg ook nog een doosje met tien van die plakdadels, die ik alleen mocht opeten. Nou ik maar snoepen van die heerlijke plakkers, tot ons moeder zei: 'Je mag er mij ook wel eentje geven!' Ze had natuurlijk gedacht dat ik het uit mezelf zou doen, maar dat zat er nog niet in.

Ik ben nu 92 jaar en ik weet het nog of het gisteren is gebeurd. Ons moeder stierf op 47-jarige leeftijd en liet onze pa achter met hun twaalf kinderen, waarvan de oudste nog 17 moest worden en de jongste nog geen 2 jaar was.

Het onderstaand gedicht had een ere plaats in ons huis:

Het is een wonderbaar iets, EEN MOEDER,
Anderen mogen U lief hebben , een moeder alleen begrijpt U
Zij zorgt voor U bemint U en het enige kwaad dat zij ooit doet
Is te sterven en U te verlaten!

Kees Verhoeven Oisterwijk

Volledig scherm
Kees Verhoeven herinnert zich nog goed dat hij als kleine jongen samen met zijn moeder met de trein naar Tilburg ging. © BD/Kees Verhoeven

Tijd en wijsheid

Kalm en met een aan sereniteit grenzend gevoel zat ik aan het stuur van mijn auto, want ik had het ditmaal niet: haast. Waar ik heenging was tijd een relatief begrip... er was namelijk niets anders dan tijd. In het rouwcentrum. Waar ik een afscheidsbezoek zou brengen aan haar die ik het langst van allemaal kende; mijn moeder. Ik opende de deur van de rouwkamer. Ik was er alleen.

Er leek een kille lucht uit de kist te komen alsof er een damp boven hing. Behoedzaam stak ik mijn hand uit en raakte voorzichtig de witte haren aan, die leken te kraken onder de aanraking. Onwennig aan deze handeling trok ik mijn hand terug. Plotseling leek het of er in de wazige damp iets bewoog, en ik meende de lichtblauwe ogen van mijn moeder op mij gericht te zien.

'Ben ik al dood?', vroeg ze met nauwelijks hoorbare stem. 'Ja', zei ik zonder ook maar enigszins verrast te zijn, alsof het de normaalste zaak was dat overledenen je aanspraken. 'Ja, je bent al twee dagen dood.' Een flauwe glimlach kleedde haar gezicht aan. Ze zei iets, maar door het aanslaan van de koeling verstond ik het niet. 'Dan is het goed', hoorde ik. 'Ik was klaar met het leven, en zo eindeloos moe.'

'Je hebt ook hard gewerkt', zei ik. Zachtjes schudde ze haar hoofd en als in een slow-motion-act leek de damp zachtjes mee te bewegen. 'Nee, dat is het niet', zei ze. 'Het is een moe zijn van niet-vervulde verlangens die ik had in mijn jeugd.' Ze sloot haar ogen weer en even was ik bang dat de laatste woorden die ze wilde zeggen zouden verdwijnen in de schemerzone van deze en gene tijd.

Ineens waren er weer haar woorden. 'Hoe snel slaat de sleur een mens niet in ketens', en ik dacht even dat dit niet de haar geëigende manier van spreken kon zijn. Het was stil in de ruimte en ik voelde een lichte paniek opkomen omdat mét het verstrijken van deze vreemde tijd mijn moeder zou oplossen in háár tijd. Ik keek naar haar; bedacht dat ze een gewone dode was, toen ze plotseling weer sprak. 'Zou ik in de hemel komen denk je?' 'Natuurlijk mam', fluisterde ik ontroerd. 'Je was een moeder uit duizenden en een fantastische oma.' Dat zie ik nu pas in', voegde ik er bitter aan toe.

Mijn woorden buitelden over elkaar heen en in deze minuten lagen alle zinnen die ik bij haar leven niet kon uitspreken, niet gewend als we waren aan uitingen van genegenheid.
 De tranen over mijn wangen leken te stollen in hun beweging en ze hief haar hand, inwit en traag. Ik boog mijn hoofd om nog eenmaal de hand van mijn moeder op mijn haren te voelen. De hand waarmee ze gewerkt had, mij opgetild had, waarmee ze mij soms venijnig kneep als ik niet in tuig wilde, waarmee ze mijn tranen had gedroogd als ik verdriet had.

Ze sprak weer. 'Al die momenten waarop het leek alsof ik geen aandacht voor je had was ik er wel, maar een mens moet zich voegen in het leven. Soms te veel.' Het klonk triest. 
Een lange zucht ontsnapte aan de witte mond en traag viel haar hand op de andere. 'Water bij de wijn', zei ze. 'Probeer het maar.'

Ik kon een klein lachje niet onderdrukken. Het oude strijdpunt als ik meende mij op de barricaden te moeten begeven.
 Er klonk geschuifel achter een halfopen deur. Ik moest gaan. Er waren meer mensen.

Ik keek naar het marmerkleurig gezicht dat er nu veel jonger uitzag dan bij leven. Een kleine glimlach leek over haar gezicht te dwalen toen ze zei: 'Vergeet het niet om op een hoger standpunt te staan.' Wat ik later vertaalde als, laat je niet in met kleingeestigheden, iets waar ik helaas geen discussie meer over kon voeren.

De mistwaas boven de kist verdunde zich en door een ruitje hoog in de stemmige rouwkamer viel een zonnestraal precies op het grijze hoofd in de kist.

En ineens leek het alsof ik mijn moeder begreep. Mijn moeder die, naar ik meende, gewoon moeder was en gespeend van welke wijsheid dan ook. Die dezelfde woorden sprak in dezelfde zinnen van haar voorbije leven, maar die pas nu op vruchtbare bodem vielen. Mijn moeder met haar eigen wijsheid.

Het was daar, in die rouwkamer dat ik eindelijk kon huilen om de vergankelijkheid van alles en het onherroepelijke dat zich zo plotseling ergens in je leven aandiende. Om de wijsheid die zich pas later in je leven aandient. En later, maar niet eens zo veel later, nam ik menigmaal mijn toevlucht tot het hoger standpunt.

De glazen wijn waarin ik volgens haar genoodzaakt was wat water te doen bleven meestal onaangeroerd staan.
 Want ook ik heb een eigen-wijsheid.

Annmarie Bolsius