Jeffrey van As
Volledig scherm
Jeffrey van As © BSR/Soccrates

De verjaardag van… Jeffrey van As: ‘Mijn gevoel zegt dat dit seizoen over is’

In deze sportloze periode bellen we dagelijks met een jarige prominent uit de sportwereld. Door het coronavirus is het toch een heel andere verjaardag dan normaal. Vandaag: Jeffrey van As (48), voormalig profvoetballer en technisch directeur van NAC en ADO en nu sinds kort actief als technisch directeur bij Roda JC. We stellen hem vier vragen.

Jeffrey, van harte gefeliciteerd! Hoe vier je het?
,,Dankjewel! Ik ben vanochtend vroeg in mijn auto gestapt. Twee van mijn drie kinderen wonen namelijk bij mijn ex-vrouw, onze oudste dochter studeert en is al uit huis. Maar mijn ex-vrouw woont op twee uur rijden van Maastricht, waar ik zelf woon. Ik heb ze dus opgehaald en ik ben in de tuin bij mijn ouders gaan zitten. Uiteraard op gepaste afstand. Samen met ook mijn broer en zijn vrouw hebben we daar een kopje koffie en een appeltaartje gegeten. Om het toch een klein beetje te vieren. Ondanks dat dit hele rare tijden zijn proberen we dit toch iedere week te doen. Maar wel dus op 1,5 meter afstand van elkaar. En vanavond vier ik het dan gewoon met een wijntje met mijn vriendin en haar kinderen. Maar jammer genoeg wel zonder vrienden.”

Hoe kom je de tijd door, zo zonder sport?
,,Dat is wel wennen. Een groot gedeelte van mijn werk bestaat normaal gesproken uit wedstrijden en trainingen kijken, afspreken met spelers en ga zo maar door. Ik kijk nu wel veel wedstrijden terug, maar het is wel anders zo. Je hebt wat meer vrije tijd als dat je normaal hebt. En uiteraard denk je na over hoe het elftal er volgend jaar uit komt te zien. Als alles hopelijk weer een beetje gewoon wordt. Daar ben ik vooral mee bezig, naast overleg met de trainers en de rest van de club. Ook hoort daar overleg met de KNVB en de overige profclubs bij.”

Je bent sinds kort technisch directeur bij Roda JC. Hoe bevalt dat?
,,Ja, het is een aparte start. Half maart kwam natuurlijk het bericht dat er niet meer gespeeld mocht worden en dat ook trainen niet kon. Normaal ben je bijna iedere dag op de club en wordt er iedere dag getraind. Vooral als je nieuw ben, kijk je aandachtig mee bij zo’n training om alle spelers goed te leren kennen. Natuurlijk weet je na een tijdje wel de kwaliteiten van de huidige selectie. Maar het is wel jammer dat die start zo gegaan is, dat maakt het wel iets lastiger om de club Roda gelijk goed te leren kennen. Ik heb als technisch directeur van ADO en NAC wel tegen Roda gespeeld, maar de club leer je kennen door heel veel op de club te zijn. En ja, ik ben nu wel soms op de club, maar een hele hoop andere mensen zijn er niet. Het inwerken en inleven in de club gaat dus iets langzamer. Dus ja, het is wel de meest rare tijd die ik heb meegemaakt in de voetballerij.”

Wat is jouw mening over het vervolg van het betaalde voetbal?
,,Natuurlijk ben ik een voetbalman en mis ik het heel erg. Maar het RIVM is voor mij leidend. Als zij zeggen dat het weer veilig is om te mogen trainen en te spelen, dan juich ik het toe. En het liefst natuurlijk met publiek. Maar als dat zonder publiek moet, dan zonder publiek. Het is een hele lastige kwestie voor iedereen. Want als je deze competitie niet afmaakt, wat zijn dan de consequenties? Promoveert er dan niemand, degradeert er dan niemand? Voor mij is het makkelijk praten. Roda staat zeventiende, heeft geen periode gewonnen, dus wij hebben nergens recht op of last van. Wij kijken eigenlijk al naar volgend seizoen. Maar de clubs die bovenaan staan of onderaan in de eredivisie, daar zijn de consequenties veel groter. Wij weten gewoon dat wij volgend jaar weer eerste divisie spelen. Ik hoop dat we het seizoen veilig uit kunnen spelen, maar andere mensen hebben daar meer verstand van of dat dat ook echt kan en gaat gebeuren. Mijn gevoel zegt dat dat niet gaat gebeuren. Ik denk wel dat heel veel mensen het missen om op televisie voetbal te kijken. Want als je wedstrijden op tv ziet van je eigen club, dan geeft dat je leven iets meer kleur. Het moet gewoon veilig zijn, dat is het belangrijkste.”