Volledig scherm
Paul Spapens in zijn tuin in Moergestel, naast een borstbeeld van hem en zijn vrouw Hennie. © Jeroen de Jong / PVE

Beatrix reikt Zilveren Anjer uit aan Paul Spapens uit Moergestel

MOERGESTEL - Paul Spapens krijgt de Zilveren Anjer. De 69-jarige Moergestelnaar wordt onderscheiden vanwege zijn vele en zeer diverse culturele initiatieven in Noord-Brabant. Dinsdagochtend 28 mei krijgen de drie laureaten de Zilveren Anjer in het Koninklijk Paleis Amsterdam uit handen van prinses Beatrix.

De Zilveren Anjer is een onderscheiding voor bijzondere en vrijwillige inzet voor cultuur en natuur. Spapens ontvangt de prijs samen met Albert Goutbeek uit Dalfsen en Herman en Cora Labberté-Hoedemaker uit Glimmen.

Spapens werkte decennialang vanuit Tilburg als journalist voor het Brabants Dagblad. Hij schreef meer dan honderd boeken, vooral over volkscultuur en tradities zoals carnaval, kermis, volksdevotie, pelgrimeren, bijgeloof, tradities en trappistenbier. Daarnaast stond Paul Spapens aan de wieg van een diversiteit aan culturele initiatieven, van cursussen voor het maken van ‘rommelpotten’ tot het vertalen van liedjes van The Beatles in het Noord-Brabants dialect.

Prins Bernhard heeft van 1950 tot zijn overlijden in 2004 de onderscheidingen uitgereikt. In 2005 heeft prinses Beatrix, zijn dochter, deze taak overgenomen.

Alles heeft een verhaal voor Paul Spapens

In 2005 ontving Paul Spapens de Faber-Hornstra onderscheiding voor zijn verdiensten voor de volkscultuur. Joke Knoop interviewde hem voor het Brabants Dagblad.

Moergestel Paul Spapens (55) uit Moergestel zul je nooit zonder opschrijfboekje zien. Want het zal maar gebeuren dat hem een mooi woord ter ore komt. Zoals heggenweuw, letterlijk heggenweduwe. Ofwel een ongetrouwde vrouw die een slippertje (in de heg) heeft gemaakt. Van zo’n woord kan Spapens genieten. Omdat het mooi klinkt en omdat het kernachtig samenvat hoe er in verleden tijden werd geoordeeld. 

‘Alles heeft een verhaal.’ Paul Spapens en het verleden, beter gezegd onvoltooid verleden. Zijn nieuwe boek, dat vandaag wordt gepresenteerd op de Nationale Volkscultuurdag in Utrecht, heet niet zomaar Folklore, onvoltooid verleden. Want Spapens is er heilig van overtuigd dat het verleden van groot belang is, met name de volkscultuur.

Rode draad

“Het benadrukken van de eigen identiteit is de rode draad in mijn leven. Identiteit wortelt in de volkscultuur. Zodra je stevig wortelt in je eigen cultuur kun je open staan voor anderen.’ Het benadrukken van de eigen cultuur kan andere culturen uitsluiten en dan kom je bij eigen volk eerst. 

De anders zo zachtmoedige Spapens antwoordt fel: “Dat is een achterhaald idee. Natuurlijk is het verkeerd uitgelegd in onze beladen geschiedenis. Wat ik bedoel is dat als je je eigen cultuur goed kent, dat je dan zo stevig in de schoenen staat dat je de armen kunt spreiden om de anderen toe te laten.’ Klinkt als een pastoor op de kansel. 

“Ik heb absoluut een boodschap. Ik ben er van overtuigd dat er een grote verandering gaande is in de wereld waarbij de betrokkenheid met elkaar verdwijnt. Wij moeten elkaar leren kennen. Nederlanders zetten de eigen cultuur weg en volkscultuur wordt als oubollig gezien. Anderzijds zijn mijn boeken over volkscultuur een succes. In een wereld aan de wandel zoeken mensen toch naar rustpunten en die vinden ze intuïtief in de vertrouwde eigen volkscultuur.” 

Moet alles blijven zoals het is? Mag er niets afgebroken worden?

“Helemaal niet, maar er mag niet rücksichtsloos gesloopt worden. Een tweehonderd jaar oud wevershuisje staat niet ter discussie. Dat moet je bewaren, want zonder erfgoed ben je nergens. Maar de oplossing in de Enschotsestraat in Tilburg (kerk gesloopt, toren blijven staan en daar omheen appartementen met een kleine gebedsruimte-red) vind ik charmant.’ 

Spapens’ interesse in volkscultuur is van jongs af gegroeid. Opgegroeid in een gezin met tien kinderen in de culturele omgeving van Hilvarenbeek, vader en moeder breed geïnteresseerd, een vader die notities maakte van wat ie tegenkwam. Het rijke roomsche leven Spapens maakte het staartje van het rijke roomsche leven mee en zette zich er tegen af. 

Kerk is geen ballast meer

“Ik heb me laten uitschrijven uit de kerkelijke registers. Daarna was de kerk geen ballast meer en kon ik mijn eigen ideeën ontwikkelen’. Hij loopt trouw de eerste zondag van mei de traditionele tocht naar de Zoete Lieve Vrouw van Den Bosch. Hij schreef een boek over kapellen, naast de 24 andere over het Brabants eigene. Daarnaast werkte hij mee aan zo’n vijftien boeken. Hij baseert zich op verhalen en zoekt daar de harde historische feiten bij. 

“Het is mijn ambitie, mijn opdracht om die verhalen te noteren. Als mijn generatie van de 50plussers uitsterft, verdwijnt een stuk geschiedenis. Mijn generatie is de verbindende factor tussen het rijke roomsche leven en de moderne tijd.’ 

Waar haal je de tijd vandaan? 

“Ik kijk geen televisie, ik ken veel mensen waardoor ik snel toegang krijg tot archieven. Ik kan heel snel schrijven en het zijn afgeronde onderwerpen. Ik heb twee ambities: vastleggen en een bijdrage leveren aan de samenleving.’ Dat laatste door onder meer het organiseren van het Reuzenfestival in Oisterwijk, de Stichting Tilburgse Taol, WieKentKunst in Moergestel, etc. 

Wat vind jij het aardigste folkloristische gebruik? 

“De vinkenslag en de twa-twa. Bij de vinkenslag moet de vink in een bepaalde tijd een aantal riedeltjes laten horen. Je ziet het in Tilburg, Goirle, Hilvarenbeek en... in Suriname. Daar heb je de twa-twa-wedstrijden. Nu heb je in Tilburg veel Surinamers en die namen die folklore mee. Maar de twa-twa werd zeldzaam en nu is er een exportverbod met als gevolg dat er in Tilburg flinkt gefokt wordt. De beste twa-twa’s komen tegenwoordig uit Tilburg, Daar kan ik nou van genieten. Ik ben er zelfs trots op. Het staat voor mij symbool voor de kracht van de mensen.”

Volledig scherm
Samen met Aart van Woensel maakte Paul Spapens een tocht langs de Brabantse Mariakapellen. Het leidde tot een boek: ‘Huisjes van ons moeder'. © Jan Stads

Tilburg e.o.