Notre Dame is voor Oisterwijk een déjà vu: Petruskerk stond in 1998 in lichterlaaie

OISTERWIJK - Het drama van de Notre Dame in Parijs moet bij Oisterwijkers een gevoel van déjà vu hebben opgeroepen. Hun iconische Petruskerk, van dezelfde architect als die van het Rijksmuseum in Amsterdam, dreigde op 27 mei 1998 in vlammen op te gaan. Uiteindelijk ging van het monumentale bouwwerk van Pierre Cuypers alleen de torenspits verloren. 

Ook toen waren werkzaamheden de oorzaak. Een loodgieter, die een eenmanszaak had, probeerde alles om verspreiding van het vuur te voorkomen, vertelde pastoor Christof van Buijtenen het Brabants Dagblad: ,,De loden vloer in de toren is op een aantal plekken erg zwak, omdat die niet met de afgelopen restauratiewerkzaamheden is meegenomen. Bij het dichten van een lekkage is de houten ondervloer gaan smeulen. De loodgieter rook een schroeilucht, maar zag niets anders dan rook. Omdat hij de bron van de brand niet kon vinden, haalde zijn bluswerk niets uit. Hij is daarop door het luik naar beneden afgedaald en heeft aanwezigen daar de brandweer laten bellen. Zelf is hij met een ander blusapparaat weer naar boven gegaan om het vuur te doven.”

De man was zo in paniek dat hij de weg naar beneden niet meer kon vinden, waarna de brandweer hem uit de toren moest bevrijden. Slachtofferhulp ging hem in de periode daarna bijstaan. 

Maria Vreugderijcke keerde terug

Na anderhalf jaar kon de kerk weer in gebruik worden genomen. Hij is mooier dan vóór de brand, oordeelde een bezoeker van de eerste mis. Met tromgeroffel droegen gildebroeders Maria Vreugderijcke de kerk is. Het beeld had tijdens de restauratie gelogeerd in het Museum voor Religieuze Kunst in Uden. 

Pastoor Christof van Buijtenen haalde bij zijn afscheid vorig jaar deze herinnering aan de brand op: ,,Het meisje dat mij op de dag van de brand een troostbloemetje bracht, vergeet ik nooit. De restauratie van de kerk kostte veel kracht, maar ik kreeg ook waardering.”

Volledig scherm
De brand in de kerk in Oisterwijk. © Lovo

Hoe de Petruskerk in Oisterwijk uit zijn as herrees

In de bouwkeet voor de gehavende Petruskerk van Oisterwijk hangen de ruim honderd jaar oude tekeningen van architect Cuijpers aan de wand. De oude bouwmeester zet hier nog altijd de lijnen uit.

Cuijpers’ opvolgers hebben zich dan ook voorgenomen de nieuwe torenspits van de kruisbasiliek zo weinig mogelijk te laten afwijken van de oude, die op 27 mei van dit jaar brandend ter aarde stortte.

‘Onze mensen staan voor deze klus in de rij’, zegt Boudewijn de Bont van hoofdaannemer Nico de Bont uit Nieuwkuijk. Zijn bedrijf heeft een reputatie opgebouwd in het restaureren van monumenten.

‘Maar dit is voor ons toch weer iets bijzonders. Hier heb je het eigenlijk over nieuwbouw.’

‘Fik van ons leven’

Pastoor Christof van Buijtenen snapt al het enthousiasme best: ‘Toen de kerk nog brandde, klopte een brandweerman me al op m’n rug. ‘Meneer pastoor’, zei ie, ‘ik vind het erg voor u, maar dit is wel de fik van ons leven.’’

Het fundament voor de wederopbouw is vorige week gelegd: een betonnen vloer met stalen balken. Daarmee is meteen de grootste verandering aangegeven. Een houten vloer die in mei tussen toren en spits vlam vatte na werkzaamheden van een loodgieter is dus te brandgevaarlijk gebleken.

‘Maar we brengen nog een extra beveiliging aan’, zegt Tiny van der Spank van het Bouwbureau van het bisdom Den Bosch. ‘Er komen twee blusleidingen, een naar de gewelven boven de kerk en een naar de spits zelf. Die laatste leiding gaat helemaal bovenin naar een nevelkogel die water kan vernevelen.’ Tientallen douglassparren in Nederland en Frankrijk zijn gekapt voor het hout in de torenspits.

Nieuwe spits

De Udenhoutse leverancier Van de Voort is al dat hout momenteel in de juiste maten aan het zagen. Begin volgend jaar gaan de mannen van De Bont met al die tonnen douglasspar naar boven. Stap voor stap zal zo de spits herrijzen. Twaalf bij twaalf meter in het vierkant en vijfentwintig meter hoog moet ie weer worden.

Klein verschil toch nog met Cuijpers z’n timmerlieden: hun houten schoren - schuine balken voor de niet-ingewijden -vervangt De Bont door metalen trekstangen. Dan wachten er ook nog twee spitsjes. De houten wachters op de beide torenhoeken aan de kerkhofzijde gingen die middag in mei immers ook in vlammen op.

‘We nemen die twee tijdens het werk boven gewoon mee’, merkt De Bont nuchter op. ‘Maar dan het pronkstuk’, verheugt Van der Spank zich vast. ‘Het houten gewelf onder de spits.’

Hij laat een brochure zien van het eersteklas hout dat daarvoor gebruikt gaat worden: het fijnnervige Oregon Pine uit de Amerikaanse staat met die naam. Om dat gewelf boven het hoofd van de parochianen in de oude luister te herstellen, zal van het ambachtelijk vakmanschap van De Bont het uiterste worden gevergd.

Lood en leiwerk

Na het hout komen het lood en het leiwerk. In mei, als de vlag op de houten koningsstijl wappert, kan de leidekker de spits gaan bekleden. Niet veel later moet de haan ook naar boven. Van der Spank: ‘Die moet erop, want anders komt er geen kip meer in de kerk.’ Uiteindelijk moet het mogelijk zijn in oktober de steigers af te breken.

‘De eerste zondag van de advent willen we de kerk weer in gebruik nemen’, zegt pastoor Van Buijtenen. ‘Dat is op 28 november. Ik stel me voor dat we een week eerder op feestelijke wijze de klokken inhalen. We willen trouwens meer van die accenten gaan leggen. Het plan bestaat ook om dit jaar een kerststal tussen de steigers te bouwen. Dan komen we meteen tegemoet aan de behoefte van velen om binnen een kijkje te nemen.’ In mei 2000, twee jaar na de ramp, moet de nieuwe bisschop Hurkmans de kerk komen herwijden. ‘Hij heeft in principe al toegezegd’, meldt Van Buijtenen niet weinig fier.

Verzekering

Of het herstel van de klokken en het carillon onder de verzekering valt, is nog altijd onderwerp van onderhandeling. Over volledige dekking van de schade aan het interieur zijn ook nog gesprekken gaande.

De wederopbouw ‘van het casco’ wordt in elk geval volledig gedekt, al is verzekeraar Donatus bij iedere nieuwe kostenafweging betrokken. Verhaal apart is het orgel, dat waarschijnlijk ook een ton aan schade heeft opgelopen. Maar ook dat bedrag komt voor rekening van Donatus. Volgens Van Buijtenen zal de brand hoe dan ook voor het kerkbestuur financiële consequenties hebben. Daarbij gaat het onder meer om het vernieuwen van de verwarming en de verlichting en de aanpassing van het interieur.

‘We zullen voor die kosten waarschijnlijk ook een beroep op de Oisterwijkse gemeenschap moeten doen.’ Maar het eerste dat nu moet gebeuren, is de kerk wind- en waterdicht vrijmaken met de betonnen vloer. ‘Het blijft hier maar regenen’, verzucht Van der Spank immers. Hij weet dat er Oisterwijkers zijn die zich over het gewicht van zo’n betonnen vloer zorgen maken: ‘Maar onze constructeur heeft het uitgerekend. Er is een zeer geringe toename van de grondspanning: 98 gram per vierkante centimeter.’ Oisterwijk kan dus op de eerste zondag van de advent veilig ter kerke.’

Tom Tacken, Brabants Dagblad 10 november 1998

Tilburg e.o.