Volledig scherm
PREMIUM
© BD

Aan het Bossche dierproevencentrum zie je verder niets

ColumnOp reportagereis in dictaturen wil ik graag even bij de geheime dienst kijken. Hoge hekken, camera's, wachtposten, een fotoverbod, maar aan zo'n gebouw zelf zie je helemaal niets. Het kan zomaar een keurig kantoor zijn van een verzekeringsmaatschappij of een firma in zonnepanelen; folterkamers zijn altijd anoniem en aan het daglicht onttrokken.

Toen onlangs bekend werd dat het aantal dierproeven in Nederland nog steeds stijgt tot 530.568 per jaar, bleek het nationale centrum van deze dierenmishandeling in Den Bosch te staan, aan de Hambakenwetering. Ik ben er ongetwijfeld wel eens langs gefietst, zonder daar ook maar enige herinnering aan over te houden. Dat is ook de bedoeling. Vanwege de brede maatschappelijke weerzin tegen dierproeven is volstrekte onzichtbaarheid het ultieme streven. De firma heet Charles River, maar dat kan ook een brillenmerk zijn. Niemand komt er verder dan de neutraal ogende balie. Toen onze krant wat meer wilde weten over Charles River, werd na een tijdje teruggebeld vanuit het Amerikaanse hoofdkantoor in Wilmington.