Volledig scherm
PREMIUM
. © BD

Met 80 per uur door een woonwijk, hufters zijn het

Hop, daar lag-ie. In het mulle zand. Een zachte landing, niks aan de hand. Onze oudste zoon klopte zijn broek af, pakte zijn fiets en stapte weer op. De enige die geïrriteerd bleef staan was ik. Omdat zo’n lompe vrachtwagenchauffeur het niet nodig vond om vaart te minderen terwijl er een ventje aankwam. Die dus niets anders kon dan zijn fiets naar dat zand sturen.

Toevallig werd diezelfde dag onze straat afgesloten voor verkeer. Een simpel paaltje zorgt er vanaf nu voor dat niemand meer als een ­idioot met tachtig per uur over het drempeltje voor ons huis kan knallen. Ik zag ze regelmatig aankomen, heus niet alleen gastjes met te veel gel in hun haar die net hun rijbewijs hebben – zoals altijd wordt ­geroepen. Maar met name mensen van wie je meer verstand mag verwachten. Zoals die moeder die me op het schoolplein regelmatig goedemorgen knikt. Bijna elke ochtend racete ze met haar kroost op de achterbank ­knetterhard voorbij.