Volledig scherm
Lucas van Houtert © Marc Bolsius

Monument

DEN BOSCH - Ze zeggen allemaal hetzelfde. De scheve monumentjes in de berm van de weg, de hagelwitte kruizen op de oorlogsbegraafplaats, de indrukwekkende marmeren bouwsels in de oude steden. Opdat wij niet vergeten. 

Ze gaan over zonen die stierven in haast vergeten oorlogen, over het meisje dat op weg naar school werd geschept, over het vliegtuig vol vrolijke vakantiegangers dat zonder waarschuwing uiteen werd gereten. We willen ze niet vergeten en als bewijs dat ze er waren, als tastbare erkenning van wat hen overkwam, bouwen we een monument dat iedereen kan zien. Het is als een rood lakzegel dat de grote of kleine ramp erkent als geschiedenis: het is echt gebeurd, en dit zijn de slachtoffers.

Tien jaar geleden vond in onze regio ook een ramp plaats. Een grote. Officieel vielen er niet minder dan 74 slachtoffers, maar waarschijnlijk is dat cijfers slechts een schaamtevolle vertekening van de werkelijkheid. Q-koorts kwam als een dief in de nacht, zonder explosie, lichtflits of gierende banden. Als reukloos gifgas waaide het virus uit de geitenstallen waarmee het Brabantse land zo vol staat. Niemand had er erg in. Niet de argeloze fietser, niet de zonnebader op het balkon, niet de geitenhouder in wiens stallen het onzichtbare vuur woedde. Zelfs toen de doktoren tegen onverklaarbare klachten aanliepen, kon de ramp zonder veel moeite worden ontkend.

Een van de belangrijkste behoeften van slachtoffers is erkenning. Dat is in het geval van Q-koorts een moeizame weg geweest. Misschien ook wel doordat een andere discussie er doorheen kwam lopen, die of de overheid had gefaald door niet tijdig met noodmaatregelen te komen. Over dat ‘sorry’ uit Den Haag is het laatste woord nog altijd niet gezegd. Ook niet over de vraag of – gehoor gevend aan de oproep van de Nationale Ombudsman – de overheid een gebaar moet maken naar slachtoffers en nabestaanden. Het zou voor velen vooral een gebaar van erkenning zijn.

Voor het Brabants Dagblad is Q-koorts altijd een bijzondere zaak geweest. We waren de eerste krant die erover schreef toen de eerste huisarts de noodklok luidde. Vanuit onze verbondenheid met de regio en de mensen die hier wonen, hebben we altijd oog gehad voor de slachtoffers en hun positie. De mate waarin de overheid verantwoordelijkheid nam, hebben we kritisch gevolgd.

Tien jaar na dato hebben we een bijzonder initiatief genomen, waaraan nog zeven regionale zusterkranten deelnemen. We proberen de 74 naamloze Q-koortsdoden een gezicht te geven. Niemand weet wie het zijn, die achter het getal van 74 schuilgaan. Het cijfer is een optelsom van anonieme ziekenhuisgegevens, niet van een namenlijst. Via oproepen in onze kranten en op onze internetsites, wisten we de nabestaanden van 20 dodelijke slachtoffers te achterhalen. Onze verslaggevers Chris van Mersbergen en Richard Clevers zochten ze allemaal op om hun verhalen op te tekenen. We ruimden er een katern in deze krant voor uit. En op internet maakten we een ereveld waar de zoektocht nog verder gaat. Want naast 20 slachtoffers met een gezicht, zijn er nog altijd 54 zonder.

Zo hebben we iets gemaakt dat er moest komen: een monument voor alle zieken, voor alle doden, voor alle nabestaanden van de Q-koorts-ramp. Het is geen steen of kruis, en er wappert geen vlag bij. Maar het is een papieren erkenning: het is gebeurd, en dit zijn de slachtoffers.

Lucas van Houtert, hoofdredacteur

BD gebruikt je persoonsgegevens om deze reactie te kunnen plaatsen. Meer informatie vind je in ons privacy statement