Volledig scherm
PREMIUM
© BD

Tilburg kijkt trots naar de zeikerd

ColumnHet is altijd weer een wat hachelijke eigenschap: trots. En dan niet: trots op jezelf, want dat hoort kennelijk al helemaal niet. Het gaat om trots op je eigen stad of volk.

De meeste volksliederen zijn ervan vergeven. Wij Friezen zingen zonder de geringste terughoudendheid over 'it bêste lân fan d'ierde', het beste land op aarde. Nou, dan weet je het wel.
Binnen dit delicate genre zijn Tilburgers trots op iets waarover bewoners van vergelijkbare steden slechts fluisterend zouden praten en zonder vreemden erbij: het kruikenzeiken. Een vorm van volksnijverheid in de tijd dat Tilburgers kruiken vol urine naar de wolfabrieken brachten om er de wol in te wassen.
Urine staat niet hoog in het rijtje sympathieke vloeistoffen; een zeikerd is iemand die een hoge karakterologische zuurgraad combineert met een benepen wereldbeeld. Maar in veel oude fabriekssteden hangt als echo van vroegere uitbuiting een zekere verongelijktheid: 'het hoog' trekt altijd aan het langste eind. Zo wordt kruikenzeiker een geuzennaam.