Volledig scherm
De hoofdrolspelers in het Passageproces in april 2017. © ANP

'Verdiende loon' na inkeer

Een verdachte die tot inkeer komt en meewerkt met justitie, zal bij de rechter een welwillend oor vinden. Dat maakt de zaak voor de advocaat lastiger.

Door Pieter van der Kruijs

Rechters en officieren worden steeds vaker geconfronteerd met verdachten die, al of niet ingefluisterd door hun advocaat, zich beroepen op hun zwijgrecht, 'liegrecht' of met een alternatief scenario komen dat moet leiden tot een vrijspraak.

Zo heeft de kroongetuige Fred R. in het Passageproces bij het Gerechtshof Amsterdam eerst geprobeerd met zwijgen onder een veroordeling uit te komen, maar na een veroordeling tot 30 jaar besloot hij tot een deal met justitie door belastend tegen medeverdachten te verklaren. Het leverde hem een zeer forse strafkorting op. Hij kreeg nog maar 14 jaar.

Het is een manier om strafkorting 'te versieren' maar daar wil ik het nu niet over hebben.

Vergelding

In deze zomertijd wil ik eens terugkijken naar het afgelopen jaar of er een andere tendens is waar te nemen voor wat betreft bestraffing, een andere manier om met vergelding om te gaan. Officieren plegen nog steeds vaak van de traditionele vergelding uit te gaan: straf is het verdiende loon van de schender van de wet; straffen is en blijft dan opzettelijke toevoeging van leed.

Rechters neigen steeds vaker naar een andere opvatting als de verdachte onbetwistbaar de indruk geeft spijt te hebben van zijn misse daad en er duidelijk voor kiest een andere weg in te slaan. Uit het oogpunt van gevaar voor recidive redeneert de rechter dan dat een gevangenisstraf, gelet op het strafbaar feit, zeker voor de hand ligt, maar dat hij (steeds vaker: zij) de positieve ontwikkeling van de verdachte niet wil verstoren door hem alsnog (terug) naar de gevangenis te sturen.

Het is daarenboven een sterke tegenzet van de rechter tegen al die influisteringen van advocaten aan hun cliënten om maar beter te zwijgen, te liegen of met een opgepoetst verhaal te komen dat weliswaar klopt met wat in het dossier staat - want eerst moet het dossier worden gekend - maar dat er een andere uitleg aan moet worden gegeven.

Een voorbeeld uit de praktijk. De politie vangt een telefoongesprek op dat gaat over koken. Gelet op andere gegevens uit het dossier zet de politie uiteen dat het gaat om het koken van amfetaminen. Nee, roept de advocaat, het gaat over eten koken. Kijk maar naar het tijdstip, 18.30 uur. Zijn cliënt zwijgt. De advocaat komt met dit verhaal dan voor het eerst, maanden later op de zitting.

Als de rechter niettemin het feit bewezen acht dan zal snel als straf volle bak worden gegeven.

Maar een verdachte die tot inkeer is gekomen, volledige medewerking geeft aan het onderzoek en zo mogelijk contact wil met het slachtoffer, een en ander eventueel ondersteund door rapportage van de reclassering, zal bij de rechter een welwillend oor vinden.

In dat geval wordt de advisering door de advocaat aan zijn cliënt aanmerkelijk moeilijker. Een advies om te zwijgen of te liegen heeft natuurlijk altijd het risico dat de rechter er anders over denkt, maar er zijn ook legio gevallen dat de rechter moet vrijspreken wegens bewijstekort. Maar als de rechter bereid is van zwaardere bestraffing af te zien bij een, kortheidshalve, bekennende verdachte, dan zal de advocaat dat in zijn advisering moeten meenemen. Hoe zekerder die 'strafkorting' des te lastiger zal het zijn om te adviseren tot zwijgen of liegen.

Pieter van der Kruijs is strafrechtadvocaat in Den Bosch.