Volledig scherm
PREMIUM
De grondwaterstand is nog altijd niet op orde in grote delen van Nederland. © Waterschap Aa en Maas

Waterschap of klimaatschap?

opinieOp de klimaat- dan wel milieupretenties van de waterschappen valt wel wat af te dingen. Maar ‘afschaffen, die handel’, dat is wat te makkelijk. Wat dan wel?

In februari werd bekend dat de Tilburgse wethouder Erik de Ridder overstapt naar een nieuwe baan: hij wordt ­‘watergraaf’ – een soort burgemeester – van waterschap De Dommel. Vier jaar geleden zou daar wellicht lacherig over zijn gedaan: kan iemand met zijn bestuurlijke staat van dienst niets boeienders rapen? Immers, toen leefden we onder een regeerakkoord (Rutte II, 2012-2017) waarin stond dat de waterschappen moesten worden opgeheven. Dat is er niet van gekomen. Want behalve dat toenmalig minister Schultz van Haegen niet bekend stond om haar daadkracht (en Plasterk niet om zijn overtuigingskracht), kregen de waterschappen de wind mee. Eerst was er het rapport van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (2014). Daarin stond dat Nederland zich gelukkig mocht prijzen met de manier waarop het waterbeheer was geregeld: zo bestuurlijk flexibel en voor zo weinig geld. In de jaren daarna werd het voor iedereen behalve Thierry Baudet duidelijk dat we bezig zijn een klimaatramp over ons af te roepen die zich eerst en vooral zal openbaren in onbeheersbare waterstromen. En ziedaar: in Het Financieele Dagblad van 5 maart zeggen de waterschappen te hopen op een ‘revival als klimaatschap’.