Volledig scherm
PREMIUM
. © BD

We laten jongeren die acuut hulp nodig hebben nog steeds bungelen

Haar diploma lag op haar ­bureau. Toch was ze niet blij. Ze had moeten stoppen met turnen, een klote blessure aan haar knie die maar niet over ging. Dág selectie, dag droom. Wat restte was het gevoel dat niemand haar snapte. Haar ouders niet. Haar vriendinnen niet. Haar zus niet. Niemand niet.

Ze at te weinig, dat wist ze ook wel. Als ze het toch deed, dan gaf ze stiekem over. Maar morgen zou ze ermee stoppen, morgen écht, dat zei ze elke dag tegen zichzelf. En na de vakantie zou ze gewoon fysiotherapie gaan studeren.