Foto uit 2013: Robert Green in de studio achter zijn woning. Hier componeert en arrangeert de gitarist en zanger van Reality.
Volledig scherm
Foto uit 2013: Robert Green in de studio achter zijn woning. Hier componeert en arrangeert de gitarist en zanger van Reality. © Peter van Huijkelom/BD

Brits-Jamaicaanse, maar ook Osse muzikant Robert Green overleden

OverledenOSS - De van oorsprong Brits-Jamaicaanse, maar in Oss woonachtige muzikant Robert Green is overleden. In de jaren '80 was zijn band, Reality, bekend in het Verenigd Koninkrijk, ze traden op met UB40. Het nummer ‘Tell me what's  going on in your mind’ bereikte de top 20 in Engeland en haalde ook de hitlijsten in Canada. Na een tour in Nederland, waar ze Doe Maar ontmoetten en verschillende optredens gaven samen, bleven Green en de band in Nederland. 

Green trouwde er met Lizzy Lamers, van De Bakkers Lamers, die later ook deel uitmaakte van de band. Green had in Oss een studio, Rough Touch Studio, waar hij voor andere artiesten muziek kon opnemen. De oorspronkelijke band Reality viel eind jaren '90 uit elkaar, maar kreeg in 2010 nieuw leven in geblazen. Er volgden weer nieuwe muziek, en optredens.  Green is 78 jaar geworden. 

In maart 2013 gaf Green een interview aan het Brabants Dagblad, naar aanleiding van een optreden dat hij een paar dagen later zou geven in De Groene Engel.   

Zijn roots liggen op Jamaica, maar hij voelt zich op en top British. Begrijpelijk: hij groeide vanaf zijn zevende op in het Verenigd Koninkrijk en studeerde in Birmingham. Dan is het net zo min verwonderlijk dat Robert Green (71) zich op rock en pop stortte toen hij gitaar leerde spelen.

In reggae, de muzieksoort die geboren is op Jamaica, verdiepte hij zich pas later, toen het Britse publiek daar rijp voor was. Nu hangt in de muziekstudio achter zijn huis in Oss een foto van zonen van Bob Marley aan de wand en zaterdag zingt hij met zijn eigen reggaeband Reality in de Groene Engel.

Hoe merkwaardig loopt een mensenleven. Dat vraagt om uitleg! Eerst de muziek, daarover valt al uren te vertellen. “Ik was van de sport, cricket, voetbal, boksen, maar toen ik op college bij al die optredens van bandjes zag hoe populair muzikanten bij de meisjes waren, toen besloten ik en een vriend van me om ook gitaar en basgitaar te gaan spelen. Wij wilden die aandacht ook.” Een veelbetekenende schaterlach klinkt. Bij de kassa van een benzinestation ontdekten ze een jongen die in zijn vrije minuten gitaar zat te spelen. Nog een drummer erbij en niet veel later waen The Hipsters geboren. Niet alleen meiden wisten de band te waarderen, na het voorprogramma bij de Australische Easybeats het publiek ook.

Green speelde in die tijd gitaar, maar toen de zangeres voor een eigen carrière koos werd hij onverwacht, maar noodgedwongen, de frontman. Tot zijn grote schrik.

Platenmaatschappij President Records in Londen gaf de rockband een zetje in de rug. Robert Green weet het nog als de dag van gisteren, al bekruipt het gevoel dat zijn herinneringen in de loop der jaren fraaier zijn ingekleurd.

“Ik wist niet dat je een afspraak moest maken bij een platenmaatschappij en ik reisde op de bonnefooi naar Londen. Eenmaal binnen klopte ik op de deur van het kantoor en stapte naar binnen. Ik zag een man in pak en met een grote sigaar in de mond. Dat was Edward Kassner, hij beluisterde mijn demo, schudde een beetje, ging weg, maar uiteindelijk vond hij het goed. Toen ging het snel met onze band.”

Kassner liet Robert Green en zijn kornuiten Amerikaanse artiesten als Phyllis Taylor en Joe Tex begeleiden tijdens concerten in Engeland. Green kreeg bovendien de rol van bendeleider Hud in ‘Hair’.

De naam van de band veranderde in 67 Park Lane en later in Reality. De bezetting veranderde ook voortdurend en rock werd zelfs vervangen door reggae. Dat was in 1980. Green ontmoette in de stadskroegen van Birmingham muzikanten van Dexys Midnight Runners en UB40. “Dat zijn nog steeds goede vrienden van me. De producer van UB40 vroeg ons om in het voorprogramma te staan tijdens concerten in Europa. Zo speelden we in Ahoy’ en de IJsselhallen in Zwolle.”

Dat is een helder verhaal, al kan Robert Green er nog meer over vertellen. Over zijn ontmoeting met Ike en Tina Turner bij voorbeeld. Maar er is een prangende vraag die beantwoord moet worden. Hoe komt hij in Nederland terecht? In Oss of all places?

Natuurlijk heeft dat met de liefde te maken, maar er gaat iets aan vooraf. “We hadden veel werk in Europa, Zweden, Noorwegen en ons management Europop vroeg ons om in Nederland te gaan wonen. We waren ongebonden, konden overal heen. Bovendien was er nog geen tunnel. We kregen een groot huis in de buurt van Nijmegen en als ik vrij was ging in naar Birmingham”. In 1998 viel de band beetje bij beetje uit elkaar. “Muzikanten kregen relaties, onze bassist ging zijn zieke moeder in Miami verzorgen en John, de saxofonist, een hippie, ging naar India. Ik ben toen begonnen aan een soloplaat. Sinds twee jaar geleden is de band weer bij elkaar. Gewoon, omdat het leuk is om muziek te maken.”

Goed dat is duidelijk, maar waarom Oss als eindbestemming? “Bij de band spelen nu Surinaamse, Antilliaanse en Nederlandse muzikanten. Mijn partner Liz Lamers speelt ook in de band, zij is dochter van de bakker in Oss. Ik breng enkele ochtenden per week brood naar onze winkels in Heesch en Oss, naar supermarkten en bejaardenhuizen.” Als hij dit vertelt glippen Nederlandse termen in zijn Engels gesproken betoog.

De overige dagen maakt hij muziek in zijn studio. Nee, schatrijk is hij niet geworden van rock, pop en reggae. Hij vertelt het aan het einde van het gesprek en de schaterlach blijft achterwege. Dat heeft te maken met een producer die de rechten van zijn hit ‘Soweto’ claimt en al die in Japan verkochte albums waar hij geen cent van heeft gezien. Onrecht, het heeft zijn sociale betrokkenheid vergroot. Heeft hij toch een overeenkomst met Jamaicaan Bob Marley. Vooruit nog eentje: de oorspronkelijke voornaam van Marley is ook Robert.