Volledig scherm

De pastoor van de gulle lach vertrekt

30 jan 2008, 03:23 - NISTELRODE - Hij verschijnt bijna een uur te laat voor de afspraak. "Nou, dan heb je mooi tijd gehad om een paar rozenhoedjes te bidden. Dan ben je voor deze week klaar."

Een gulle lach stijgt op in de grote pastorie. Henk Groothuijse zal er blijven wonen, ofschoon hij per 1 juli vertrekt als pastoor van Nistelrode en Vorstenbosch. Het lijf is nog sterk, maar de 67-jarige wordt vergeetachtig.

Vroeger figureerde hij als sinterklaas, zat avonden in het café ('dat vond ik geweldig, dan hoorde je pas wat er leefde onder de mensen') en maakte lange reizen naar Afrika, Indonesië en Zuid-Amerika. Afkomstig uit Beek Ubbergen, waar zijn vader en later zijn broers een inmiddels opgedoekt transportbedrijf hadden. Groothuijse ging naar het klein seminarie in St.-Michielsgestel, stoomde door naar het groot seminarie van Haaren en werd in 1963 priester gewijd. Hij was kapelaan in Leende, Nijmegen en Best voordat hij in 1976 in Nistelrode benoemd werd. Hij trof er een prima dorpsgemeenschap aan. "Ik heb hier altijd heel goed d'n aard gehad. In Nijmegen waren ze een tikje uit de hoogte, Best was nog een mooi boerendorp en in Nistelrode kwamen de mensen nog elke week naar de kerk. Nee, dat is niet meer. De geloofsbeleving is wat makkelijker geworden. Al is dat op zichzelf niet slecht hoor."

De goedlachse pastoor Groothuijse heeft er sinds 1990 ook Vorstenbosch bij, tegenwoordig een pastorale eenheid met Nistelrode. "Ik heb een prachtige tijd gehad, al is het me niet allemaal komen aanwaaien. Het wordt er ook niet eenvoudiger op. Mijn opvolger krijgt zijn handen vol."

Die opvolger zal behalve Nistelrode en Vorstenbosch – waar de parochies nog floreren - ook Heesch onder zijn hoede krijgen. Groothuijse kijkt bedenkelijk als hij reageert op de suggestie dat er misschien wel zo'n orthodoxe, jonge priester benoemd wordt. "Daar zijn hier en daar wat problemen mee ja. Dat komt vaak omdat bij hen de pastorale feeling onder de maat is. Je moet in dit werk soepel kunnen zijn, al zijn er natuurlijk regels. Maar veel van die regels kun je ook anders uitleggen. Ik houd meer van mensen dan van regels. In een bedrijf brengt een jongere fris elan mee, in de kerk lukt dat jammer genoeg blijkbaar niet. Tenminste niet altijd."

Op een eiken kast staan een paar flessen wijn op temperatuur te komen. Die avond komt de krans bijeen. "Da's van vroeger. Gezellig samen met een paar pastoors en twee Kruisheren. Het clubje wordt kleiner. Nee, de jongere pastoors zijn daar niet bij. Dit is oude wijn, voor de oude garde." Hij schuddebuikt weer een keer. "De mensen hier voelen zich betrokken bij hun kerk. Het marcheert volgens mij ook prima allemaal. Ik heb er veel tijd in gestoken, mag ik wel zeggen. En ik denk, dat de mensen hier over het algemeen op mijn hand zijn."

Pastoor Groothuijse is een Bourgondisch mens. Houdt van eten en drinken. Hij heeft er altijd van genoten zegt hij. Priester werd hij omdat hij nou eenmaal dat beroep wilde. "Het was geen kwestie van roeping of een stemmetje van de Heilige Geest ofzo. We hadden ook geen priesters in de familie." Met het celibataire leven heeft hij nooit moeite gehad, soms wel met het altijd alleen thuiskomen. "Ik ben niks te kort gekomen. Woon in een mooi huis, hier zit een tevreden mens. Ik heb ook schik gehad in mijn werk, al waren er wel zware tijden. Trieste begrafenissen gaan je ook als pastoor aan het hart."

Of moslims geloviger zijn dan katholieken betwijfelt hij. "Ze hebben in elk geval meer rituelen. En de katholieke kerk hoeft het celibaat niet meteen af te schaffen, maar moet wel de moed hebben om getrouwde mannen toe te laten tot het priesterschap. Zij die er blijk van geven leiding te kunnen geven en zich graag met pastoraal werk bezighouden, zou je moeten bijscholen en uiteindelijk priester moeten wijden. Ik denk niet, dat je met leken en diakens de zaak kunt redden."

Groothuijse beseft wel degelijk, dat zijn visie in Rome en bij het bisdom Den Bosch op weerstand stuit: "Bisschop Hurkmans zal het voor zo'n ingreep nog veel te vroeg vinden." Hij lacht weer, maar nu besmuikt.

Wanneer Groothuijse geen pastoor geworden was, was hij waarschijnlijk leraar geworden. "Nee, geen zakenman net als mijn broers. Ik ben al die jaren nog geen dag ziek geweest, dus waarschijnlijk heb ik de juiste richting gekozen. Als mijn opvolger straks een beroep op me doet, zal ik af en toe nog wel eens wat doen in de kerk. Want als er iemand moeilijk nee kan zeggen, ben ik het wel."