Volledig scherm
Evy Hochmeier vertelt over de warme familie Hes-Speelman die op Ridderstraat 58 woonde. © Peter van Erp

Ridderstraat in Oss geeft verhalen van weggevaagde Joodse levens prijs

OSS - Rosi Ochs was een intelligent meisje met lange vlechten en een mooi leven  in het verschiet. Helaas werd ze twee maanden voor haar veertiende verjaardag vermoord in Sobibor. De goedlachse Rosi werd zaterdag weer even tot leven gewekt in de Osse Ridderstraat, waar ze haar laatste onbekommerde tijd doorbracht. 

Oss deed dit jaar voor het eerst mee aan de Open Joodse Huizen van Verzet. Op zes adressen werden zaterdag de verhalen verteld van de joodse bewoners die er tot de Tweede Wereldoorlog hun thuis hadden. Soms uit eerste hand, zoals op Ridderstraat 33, waar Pim van Os vertelde hoe hij en zijn moeder de oorlog op miraculeuze wijze overleefden. Soms door een kind van een vrouw die eveneens ontsnapte aan de vernietigingsmachine van de Nazi's, zoals Evy Hochmeier op Ridderstraat 58. Maar soms ook door een jonge Ossenaar die op onderzoek uitging na het zien van een gedenkplaatje voor het huis op Ridderstraat 38. 

Kasteel Heeswijk

Dat laatste deed Bryan van Orsouw als leerling van het Maaslandcollege. Dankzij hem leerden de bezoekers van het huis op Ridderstraat 38 Rosie Ochs kennen. In 1938 werd ze vanuit het vijandige Duitsland naar haar grootouders in het neutrale Nederland gestuurd. Bryan dook foto's op van een schoolreisje naar Kasteel Heeswijk en ontdekte dat een andere klassenfoto in de Eikenboomgaard is gemaakt voor het pand waarin nu Murat's Place is gevestigd. 

In het huis aan de Ridderstraat waarin nu Jeroen Luijk woont heeft Rosi vrijwel zeker zitten schrijven in het poëziealbum van haar vriendin Anneke. Het album is speciaal voor deze gelegenheid vanuit Utrecht overgebracht naar Oss. Behalve een gedichtje en een kleurrijke tekening krabbelde Rosi in een hoekje van de bladzijde: ‘Vergeet mij niet’. 

Volledig scherm
Een volle huiskamer hangt aan de lippen van Pim van Os (links), die als kleuter ondergedoken zat in Berghem. © Peter van Erp